Oktober is de maand van de rozenkrans

Het rozenkransgebed is het krachtigste gebed in de Mariadevotie. Op 7 oktober wordt Maria van de Rozenkrans extra herdacht.

Rozenkrans
Een rozenkrans of paternoster bestaat uit 5 grote en 50 kleine kralen en wordt gebruikt voor het rozenkransgebed. Dit gebed bestaat uit het bidden van het Onze Vader (15 maal) en het Wees gegroet (150 maal) door de rozenkrans driemaal te doorlopen.
Tijdens dit gebed wordt het leven en lijden van Jezus overwogen, alsmede de verrijzenis. Het bidden van 150 maal een 'wees gegroet' is in feite een vereenvoudiging voor het gewone kerkvolk dat de 150 psalmen niet uit het hoofd kon opzeggen, zoals de kloosterbroeders dat wel konden. De rozenkrans dankt haar naam, volgens de katholieke overlevering, aan een openbaring van Maria zelf: iedere keer dat een 'wees gegroet' wordt gebeden, schenkt men haar een mooie roos.
Elke complete rozenkrans is, zo heet het, voor haar een kroon van rozen. 

Maria in de volksdevotie

In de religieuze beleving leeft deze Mariadevotie nog sterk door. De Mariaverering behoort tot de volksdevotie, de ervaringsgerichte component van het geloof.

In de uitingen hiervan ervaart het volk Gods aanwezigheid en hierin beleeft het zijn geloof in gebaren en symbolen.

Maria speelt een zeer belangrijke rol in deze devotie. Maria wordt gezien als iemand van ons, die tot de wereld van God behoort. Ze heeft een goddelijke dimensie, maar anderzijds behoort ze ook tot de wereld van de mensen. Maria wordt gezien als een mens, die uitzonderlijk begenadigd werd door God.

 

Maria icoon

 

 

 Deze idee wordt ook uitgebeeld in de iconografie. Op iconen draagt Maria meestal een blauw onderkleed. Blauw is het symbool van de menselijkheid. Haar bovenkleed is rood/purper/bruin. Rood is de kleur van het goddelijke. Hiermee wil men visueel uitdrukken dat Maria als mens bekleed werd met het goddelijke. Bij de Christus-iconen is dit precies het omgekeerde.

De Mariaverering mag niet verward worden met aanbidding. Maria kan immers niet aanbeden worden, dat kan enkel God. Het gaat hierbij om het bidden tot God via Maria, Maria is hierbij de ‘middelares’ of voorbidster tussen God en mens.

Maria wordt vereerd als Moeder Gods, maar ook voor haar persoonlijke kwaliteiten, waaronder die van luisterend oor. Omwille van haar leven, wordt zij als iemand gezien waarbij men terecht kan voor hulp.

Maria komt doorheen de evangelies naar voor als iemand die een gelovig vertrouwen in God en haar zoon Jezus had. Maria is dus een voorbeeld bij uitstek van geloof en gehoorzaamheid.

Maria’s gelovig bestaan leert ons wat geloven eigenlijk betekent. Het gaat niet om het aannemen van een reeks onbegrijpelijke waarheden, maar om een leven in verbondenheid met God en met mensen. Geloven is leven vanuit een diepte die wortelt in God en naar de toekomst die God voor ons openhoudt in zijn belofte en de Zoon van zijn belofte.

Christenen drukken het vertrouwen in haar uit op verschillende manieren, zoals het Wees Gegroet.

Ze heeft ook veel pijn gekend, wanneer Jezus’ optreden werd verworpen, bij zijn kruisdood, maar ze aanvaardt dit alles. Gods wil is haar wil. Mensen herkennen zichzelf in die (mede)lijdende Maria en bidden tot haar geeft hen steun en kracht.

 

Laat je meevoeren ...

 

Misschien is deze maand een unieke gelegenheid, voor jong en oud, mobiel of niet mobiel om aan te sluiten bij de Levende Rozenkrans

 

Meer info