Bidden met het hart van moeder

Bidden is eenvoud.
Bidden is aanvaarden wie je bent, een kleine mens.
Geleidelijk zien wat Hij van je verwacht.
Luisteren en schuchter vragen :
'Hebt Gij mij geroepen, Heer ? '
Vragend geloven en bang vertrouwvol zeggen :
'Zie, hier is een dienaar.'
Zo bloeit het woord open dat Maria sprak :
'Zie de dienstmaagd !'

 

Bidden is eenvoud,
opstaan en bij het brandend braambos komen,
knielen in het zand van de dag, niet weten wat daar geschiedt.
Bidden wordt een ontmoeten en samengaan
van het stramme hout en het verterend vuur.
Bidden is vuur vatten, in het braambos
van Gods vuur gegrepen worden,
niet weten wat er met je geschieden zal,
alleen aanvaarden wat Hij er doet,
het warme woord in je laten spreken
zoals Maria het onzegbare sprak :
'Mij geschiede naar Uw woord.'

 

Het 'bidden' met Maria is gedragen worden,
je gedragen weten door dat diepe verlangen dat 'Hij' komen zal,
vuur vatten in het braambos van Zijn liefde.
Een wonder gebeuren :
de vuurglans van de brandende haard licht op,
hij maakt gezichten warm, er groeit een warmte en een leven
dat je in je opneemt en dat je vervult.
Je woorden worden een zaligprijzen,
zoals Maria looft en zingt :
'Welgevallig zag de Heer neer op mij in al mijn nietigheid'.

 

Bidden met Maria is niet blijven staren in de vuurglans,
maar de vlam uitdragen naar haarden waar ze is uitgedoofd,
koude handen in de jouwe nemen en ze verwarmen,
mensen binnenhalen bij de haard van Gods liefdevuur.
Dan zal het onuitwisbare lied van Maria verder gaan :
'Loof en prijs, mijn ziel, de Heer, van vreugde jubelt mijn hart.