Artikelindex

5de Zondag van de veertigdagentijd

Als we in het koor, van Frederik de programma´s van de liederen krijgen voor iedere zondag, staat onderaan altijd een kerngedachte uit een van de lezingen.
Voor deze vijfde zondag van de vasten stond er: "als de graankorrel sterft ..." dan vullen wij automatisch aan "brengt hij veel vruchten voort". Al jaren kennen we deze tekst van buiten en weten heel goed dat het inderdaad zo is.
Een boer die zijn graan op zolder laat liggen heeft binnen de kortste tijd geen eten. hij moet zaaien - de graankorrels moeten de grond in, ze moeten sterven om vruchten voort te brengen en dan doen ze dat ook honderdvoudig .- Simpel en vanzelfsprekend.
Maar Jezus had het absoluut niet over die boer uit Judea of Samaria. Hij sprak in beelden en gelijkenissen zoals Wilfried Roseel schrijft in zijn boek "Zonder parabels sprak Hij niet". Jezus was een handige parabelverteller.
Als Hij vertelt merken de toehoorders aanvankelijk niet dat het feitelijk over hen gaat. Hunne frank valt gewoonlijk iets te laat. en die van ons is dikwijls vierkant in plats van rond.
We vinden de gedachte van de stervende graankorrel vanzelfsprekend tot het concreet wordt en aan ons eigen vel zit. Dan voelen we aarzeling in ons opkomen dan worden we bang voor de consequenties. Dat is zeker zo bij mij - waarschijnlijk ook bij u - maar waaraan moeten we dan sterven om vruchten voort te brengen. Jezus doelde zeker niet op de natuurlijke dood.
Ik koester mijn leven en ik zou het willen bewaren. Ik doe alles om het te beschermen en te verbeteren zelfs te verlengen - maar ooit zal het leven mij ontglippen. We zien ons leven in de richting van de dood, Maar, zien we dan wel in de juiste richting? We gaan van leven naar dood worden geboren en sterven, ondertussen streven we allerlei doelen na. We zijn jong, studeren, en onze deadline is ons diploma. dan gaan we werken onze deadline is iets verwezenlijken. Steeds leven we toekomstgericht naar de voltooiing van een werk, een droom, een ideaal.
Hoe rijmt ge dat samen? Langs de ene kant in het leven staan, er zorg voor dragen dat het allemaal vlot en goed verloopt, maar langs de andere kant zouden we moeten sterven om vrucht te dragen, onszelf vergeten om te denken aan de ander. Met dit laatste heb ik het soms moeilijk! Hoe ver moeten we ons vergeten - kunnen we ooit te ver gaan?- of gaan we nooit ver genoeg? Die dualiteit is eigen aan ons mens-zijn.
De ware betekenis van het evangelie van vandaag is gehoor geven. Ja zeggen aan de liefde, ja zeggen aan het leven door ook het kruis te aanvaarden. En zouden we niet daarom ons leven anders moeten bekijken? We krijgen het leven met open armen, een hele wereld gaat voor ons open; maar stilaan verminderen onze mogelijkheden en hebben we de indruk dat we naar een nulpunt toe leven. Draai gewoon de piramide om; we waren niets vòòr we bestonden en ons leven is een opengaan voor het licht.
Zou dát niet onze deadline moeten worden? Leven in de zekerheid dat ons doel een terugkeren is naar onze God, die onze Vader is. Zo heeft Jezus het ons voorgedaan. Hij leefde naar zijn uur toe. En dat zei Hij zeer nadrukkelijk in het evangelie van vandaag.
Zelf vind ik dit een van de mooiste passages, het is zo menselijk, zo alledaags. Het had ook ons kunnen overkomen. Tussen de toehoorders die naar Jezus komen, staan ook enkele Grieken - die spreken Philippus aan (Griek) om in gesprek te kunnen komen met Jezus - Philippus gaat naar Jezus om hem te verwittigen; misschien in het gedacht "wie weet wat gaan die Grieken allemaal aan mijn meester vragen". Maar Jezus zegt: "Mijn uur is gekomen, het is niet meer nodig dat ik mij verantwoord tegenover mensen, want als de graankorrel niet sterft, blijft hij alleen, als hij sterft, brengt hij rijke vruchten voort."
Hoe zit het nu in ons eigen leven met dat sterven en vruchten dragen? Wat was de bedoeling van Jezus? Zoals ik rees zei, de betekenis van het evangelie is "ja" zeggen, impliciet op het kruis dat in ons leven opdoemt. Dat kruis heeft vele gedaanten.
Ziekte, ongeval, verveeld bezoek, geldgebrek, problemen met kinderen, zorgen om kleinkinderen, misverstanden en zóveel onvolkomenheden van ons eigen leven.
Ook Paulus schreef dat in zijn brief aan de Hebreeën die we vandaag lazen - hoewel Jezus Gods Zoon was, heeft Hij in de schoot van het lijden gehoorzaamheid geleerd.
Zoiets wordt moeilijk begrepen door het verstand, je hebt er een hart voor nodig. We moeten dus ja durven zeggen, want het hart van de vader stroomt over van liefde voor mensen die hun "ja" niet op de helling zetten wanneer een kruis opdoemt in hun leven. 

Paula Janssens


       
5de ZONDAG van PASEN

"Ik ben de ware wijnstok en mijn vader is de wijngaardenier"
Jezus zegt van zichzelf dat Hij de wijnstok is, dat wij de ranken zijn en dat God degene is die voor dat geheel zorg draagt. Wie ooit een wijnstok van dichtbij heeft bekeken, begrijpt wellicht onmiddellijk wat Jezus met dat beeld bedoelt. Bij de meeste andere struiken zijn de takken immers duidelijk van de stam te onderscheiden, maar bij een wijnstok niet. Je kunt niet zeggen waar de stam ophoudt en de rank begint.
En net dat beeld gebruikt Jezus voor wat misschien wel het meest essentiële is in ons leven als christen: onze verbondenheid met Hem. En om het nog duidelijker te maken, voegt Hij er zelfs aan toe dat wij zonder Hem eigenlijk niets kunnen en dat ons leven pas vruchtbaar zal zijn, wanneer wij die verbondenheid daadwerkelijk proberen te beleven.
Op welke manier zijn wij verbonden met Jezus ?
Is Hij echt de stam waarop ons leven is geënt ?
Doen wij wel voldoende ons best om zo innig met Hem verbonden te blijven dat zijn liefde door ons kan stromen als een weldadige bron van genade?
Iemand die zich "christen" noemt en niet verbonden is met Jezus maakt zichzelf en zijn medemens iets wijs, want de verbinding met de stam is van vitaal belang. Een kwestie van leven of dood ..Als de ranken loskomen van de stam zijn ze onherroepelijk verloren : ze verdorren en sterven af. Geloven is een levensverbondenheid met de Heer Jezus. Elk moment van hem het leven ontvangen, zoals een tak gevoed wordt door het sap van de stam. Echt verbonden zijn met Jezus is een actueel avontuur. Als wij ons losmaken van Hem zit er geen leven meer in ons leven.
In dit evangelie onthult Jezus ook zijn unieke relatie met zijn Vader . "Ik ben de ware wijnstok, mijn Vader de wijngaardenier"
De boodschap is duidelijk. De druivenboom met al zijn takken en twijgen, dat is de gemeenschap van alle gelovigen, de kerk van Christus, het ware Godsvolk . Aan de stam komen er geen druiven. Wel aan de ranken.Wij zijn de ranken en vandaar ook onze dankbaarheid tegenover Hem. De Heer geeft als 't ware zijn taak aan ons door. Een christen is niet beter dan iemand die niet in God gelooft en niet in de voetsporen van Jezus wil gaan, maar het maakt hem wel anders.Als christen zouden we op de eerste plaats mensen moeten zijn met een hart. In de geschiedenis heeft zich dat onder andere vertaald in het ontstaan van allerlei caritatieve instellingen en organisaties. Maar in deze tijd hebben we als minderheidskerk vooral nood aan goede vrouwen en mannen, kinderen en jongeren, die hun verbondenheid met God proberen te vertalen in het dagdagelijks samenleven met medemensen dichtbij en veraf. Want verbondenheid strekt zich uit op verschillende niveaus, niet alleen op dat van familieverbanden en de relaties in de nabije omgeving.
"Globalisering " is niet voor niets een modewoord geworden. Wij zijn opgenomen in netwerken van wereldwijde verbondenheid. Overal waar deze verbondenheid op kleine en grote schaal een metterdaad beleefde werkelijkheid is, kan ze voorkomen dat takken en twijgen verdorren, afsterven of moeten afgesneden worden. Waar naastenliefde niet bij woorden blijft maar zich in concrete daden waarmaakt, daar leeft men in Gods waarheid. Als wij steeds geënt blijven op de wijnstok , dan zullen we ook groeien en bloeien in onze liefde met Jezus. We willen Hem steeds beter leren kennen, beter trachten na te volgen en zoals Jezus groeien in eenvoud en dienstbaarheid met een sterke bekommernis voor al wie klein en kwetsbaar is.
"Blijf in Mij " vraagt Jezus op het einde van zijn leven. "In Jezus blijven" is iets heel concreets. Het betekent altijd in relatie blijven met Hem, ons laten omhullen door zijn liefde, leven naar zijn woord, leven van zijn genade.
Tot slot wil ik eindigen met een mooi gebed van Erwin Roosen.

 

Graag wil ik met Jezus verbonden blijven, God,
en door Hem met Jou.
Jij bent de oorsprong van mijn leven.
Bij Jou vind ik mijn wortels.
Jezus vormt de wijnstok, gegroeid uit jouw liefde.
En ik wil een rank zijn, verbonden met die wijnstok
en delend in dezelfde bron van levend water.
Laat het aan mij alsjeblieft ook te zien zijn
dat ik in Jou geloof en bij Jou mijn vreugde vind.
Maak van mij een `goede' mens,
die de wereld inkleurt
met liefde en hoop, tederheid en vriendschap.

Miel de Cock


 

FEEST DRIEËENHEID - PINKSTEREN

Een hele goedemorgen allemaal!
Het feest van de Heilige Drievuldigheid! De Heilige Drievuldigheid, het klinkt allemaal een beetje complex... Ik ga proberen duidelijk te maken dat de Heilige Drievuldigheid misschien wel dichter bij ons staat dan we zouden vermoeden...
In bijna elk gebed wordt de Drievuldigheid genoemd: Vader, Zoon en Heilige Geest. Hij is boven ons, in ons en naast ons. (kruisteken)
Allereerst de Vader. Wat is het prachtig om God Vader te mogen noemen, Abba of papaatje. Dan denk ik aan het schilderij van de Verloren Zoon van Rembrandt. Eén en al barmhartigheid! Een Vader met open armen, àltijd. Wie je ook bent, wat je ook deed, Hij ontvangt jou, Hij wacht op jou. Je mag roepen en tieren of loven en zingen, de Vader blijft Jouw Vader. Een Vader van mededogen, één en al Liefde voor jou als persoon!
Jezus, Zoon van God. In mensendaden en mensenwoorden toont Hij ons wie Zijn Vader is. Hij is zò doordrongen van de Liefde van de vader dat Hij als het ware Liefde is, één met de Vader.
En in de tweede lezing lezen we dat we kinderen van God zijn en dus erfgenamen van de Vader. Als Jezus Zoon is van God, dan wil dat zeggen dat wij allen broers en zussen van Hem zijn. Wij zijn dus mede-erfgenamen van Jezus! Dit heeft een enorme consequentie. Wat een vertrouwen in ons dat de Vader ons tot zijn erfgenamen maakt! Wij zijn net als Jezus! "Wij delen in Zijn lijden, om ook te delen in Zijn verheerlijking." Hij staat naast ons. Hij leert ons dat wij tot evenveel heiligheid zijn geroepen als Hijzelf. Het Koninkrijk Gods is ook ónze erfenis. Wij mogen geloven dat de Vader ons roept!
Zei Jezus niet: "Moge allen één zijn zoals Ik in de Vader ben?"
Het is mogelijk, mensen! Het is mogelijk!
Hierbij komt de derde kijken: de Heilige Geest! De Geest van Pinksteren. Wat een geluk dat Jezus ons Zijn Geest stuurde!
Hij vraagt ons niet om enkel op eigen kracht te streven naar éénheid. Wat Jezus ons vraagt, wat de Vader ons vraagt, is onze harten openstellen voor Zijn Geest. Hij vraagt ons JA te zeggen aan Hem, te geloven in Gods Liefde en Hem in ons Zijn werk laten doen.
Nu kunnen we ons de vraag stellen: maar waarom die Drie-eenheid? Waarom niet gewoon één éénheid? En hoe kan het nu dat God toch nog één is?
Ik zal twee manieren aanhalen om die drie-éénheid trachten uit te leggen.
Eén manier is dat God er voor àlle mensen wil zijn. Veel mensen kunnen zich goed vinden in God als Vader. Maar er zijn evenzeer mensen die zulke slechte ervaringen hebben met hun vader, dat het beeld van een God als vader hen afschrikt.
Voor hen is het beeld van Jezus, God als een gewoon mens van vlees en bloed, minder belast. Jezus, geboren als ieder ander mensenkind, staat dicht bij mensen. Vanwege deze nabijheid is hij een voorbeeld voor velen.
Er zijn ook mensen die een God als persoon te menselijk vinden. Hen spreekt de heilige geest meer aan, die aanwezig is als bron om kracht uit te putten, als onzichtbare inspiratie.
Een tweede uitleg van de Drie-éénheid geeft misschien een meer afdoende antwoord op de vraag of het christendom een monotheïstische godsdienst is.
Iedereen kent water ofwel ‘H2O’, de scheikundige formule voor water.
Water komt in drie vormen voor en dient voor verschillende doeleinden, maar de samenstelling verandert niet.
Er is water in vloeibare vorm, dat uit de kraan komt, in rivieren stroomt of als regen de aarde bevochtigt. Dit water is levensnoodzakelijk voor de mens.
Ijs is de tweede vorm, die we kennen op sloten en plassen, in het vriesvak en in koelcellen. het geeft ijspret, maar houdt ook voedsel lang goed.
Damp is de derde vorm van H2O: de stoomlocomotief liep er vroeger op, de stomerij perst er alle kreukels mee uit je kleding. En als je verkouden bent, helpt de damp van kokend water om je verstopte neus weer open te krijgen.
Zoals water in drie verschillende vormen kan voorkomen, zo kan er ook over God gedacht worden. Niet als drie verschillende goden, maar drie verschillende verschijningsvormen, elk even zinvol.
De Vader die ons vergeeft, die ons aanmoedigt en troost, in immense barmhartigheid...
Jezus die naast ons stapt en met Zijn Weg toont hoe wij allen geroepen zijn...
De Heilige Geest die vrucht is van de Vader en de Zoon en die ons de kracht, de moed, de deugden, de vreugde geeft, opdat wij onze weg van Heiligheid afleggen.
Allen één, zoals de Vader, de Zoon en de Heilige Geest één zijn!
In het Evangelie lezen we: "Ziet, Ik ben met u alle dagen tot de voleinding der wereld." En wel 365keer staat in de Bijbel: "Vrees niet!"
Het is met ieder van ons zoals met Abraham. God die vraagt: "Abraham?" "Hier ben ik, Heer." "Ga." En hij ging...
Veel geluk op jouw weg van Heiligheid...

Dorien Vanbel



23ste ZONDAG door het JAAR

Jezus deed wonderen; dat Hij zieken genas staat vast. Hij maakte er naam en faam mee. De meeste mensen zagen daarin een bewijs dat Hij de beloofde gezant van God was, de Messias. Wanneer die zou komen dan zouden de grote beloften in vervulling gaan, zo had de profeet Jesaja geschreven. "Dan worden de ogen van de blinden geopend en de oren van de doven geopend".
De doofstomme wordt niet nader bekend gemaakt; wel de plaats waar de genezing gebeurt. Het is Dekapolis, een heidense streek aan de grens van Palestina. Het is een heiden die genezen wordt.
De vermelding van de heidense streek is geen plaatsaanduiding, maar een zinvolle omstandigheid.
Herhaaldelijk wordt in het evangelie immers vermeld dat de joden weigerden het evangelie te aanvaarden, maar dat het snelle verspreiding kende onder de heidenen.
Marcus, die schreef omstreeks het jaar 70, beschrijft hier eenvoudig wat hij zag gebeuren in zijn tijd.
Een doofstomme is een gehandicapte omdat hij niet kan horen of spreken. Maar in de taal van de bijbel is ieder mens zo, die het woord Gods niet kan horen en geen weet heeft van het evangelie.
Jezus stak hem de vingers in de oren en raakte zijn tong met speeksel aan. Dan sloeg Hij de ogen ten hemel en sprak:" Effata, ga open". Dit is heel eenvoudig de beschrijving van een doopselritus. Wij vinden die nog terug in onze doopselviering. In onze doopselviering van nu raakt de priester de oren en de mond van het kind aan.
God maakt dat de dopeling zijn oren opengaan, zodat hij kan luisteren naar Jezus' evangelie, en hij wordt in staat gesteld om normaal te spreken, dit is, om te spreken als een gelovige.
In het kader van het evangelie zijn die wonderverhalen heel belangrijk. Ze maken mee de kern uit van de Blijde Boodschap. Wij, van onze kant, raken altijd zo in verlegenheid met die verhalen. Laat het dan nog allemaal zo gebeurd zijn, het staat toch ver van ons af. De kans is groot dat de wonderverhalen voor ons concrete geloofsleven eigenlijk niet veel betekenen. Dat is jammer. Want het hangt er allemaal van af hoe we die verhalen benaderen.
Om te beginnen - het hoort tot 'het geloof' - dat wonderen wél mogelijk zijn!
Waar de Heer werkelijk toegang krijgt tot ons bestaan, kunnen dingen gebeuren die we eerst niet voor mogelijk hielden. Vaak vragen we om hulp in onze gebeden, "Vader, help me alstublieft". Maar we zijn niet altijd bereid de hulp die we krijgen te zien als de tussenkomst van de Heer.
We vragen ons af:"Waarom geeft God niet het wonder, t.t.z. datgene waar ik om verzoek? We proberen God voor te houden wat we nodig hebben.
Hij weet dat immers beter dan wij! Daarom zouden we Hem beter wat meer vertrouwen.
We moeten enkel bereid zijn het wonder dat God ons geeft te ontvangen. We kunnen bidden: "Vader, help me dit probleem in mijn leven niet door mijn ogen te bekijken, maar het te zien zoals U het ziet. Help me dit te zien met evenveel liefde voor mezelf als voor alle andere betrokkenen" Dat is een krachtig gebed.
Als we God om hulp vragen erkennen we dat er een macht bestaat die groter is dan onszelf. Daarmee geven we ook aan dat we met Hem willen meewerken om bijvoorbeeld een conflict in ons leven achter ons te laten.
Als we bereid zijn wat God ons geeft in ons hart te aanvaarden (ook al ziet het er anders uit dan we verwachtten), dan voelen we het wonder en weten we dat wonderen bestaan.
Aan het eind van het evangelie zegt Marcus:"Hij heeft alles welgedaan. Hij laat doven horen en stommen spreken". De mensen waren blij verrast om wat Jezus deed. Dat is ook de diepste ervaring van een gelovig leven; het evangelie van Jezus herkennen als Blijde Boodschap.

Vera Struyf




25ste Zondag door het Jaar

De Mensenzoon wordt overgeleverd (Marcus 9, 30-37)
 Jezus wil vandaag zijn leerlingen onderricht geven. Daarom verkiest hij om - weg van de menigte - een rustige wandelroute door Galilea te nemen. Dit doet hij bewust, omdat hij met zijn leerlingen wil nadenken over wat er zou gaan gebeuren: zijn gevangenneming en zijn dood, maar ook zijn verrijzenis. In dit verband zegt Jezus aan zijn leerlingen:
"De mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de mensen, en ze zullen hem doden. Maar na drie dagen na zijn dood zal hij weer opstaan." Maar, de leerlingen begrijpen zijn woorden niet. Er is niet eens een reactie van de leerlingen. Moeten we ons dan de vraag stellen of Jezus misschien een slechte leraar is? Of dat de leerlingen echt dom zijn?
 Het is een feit dat voor dit onbegrip van de leerlingen enkele redenen aan te geven zijn:
     -  heeft Jezus het soms over dingen die de mensen gewoon niet kunnen begrijpen. Bijvoorbeeld dat hij uit de dood zal opstaan. Wat kunnen wij ons daarbij voorstellen?
     - is het haast niet te begrijpen dat Jezus wordt ter dood gebracht door de mensen. Hij, Jezus, die helemaal geen kwaad deed.
     - zijn de leerlingen met heel andere vragen bezig, heel menselijke vragen. Mensen vergelijken zichzelf altijd en overal met anderen en zien zo gelijkenissen en tegenstellingen.
In plaats van aan Jezus vragen te stellen en de nodige verduidelijking te krijgen van hem, gaan zij met elkaar twisten over zijn woorden. Het is een discussie op mensenmaat. Ze waren een antwoord aan het zoeken op de vraag: Als Jezus er niet meer is, wie van ons is dan de meest geschikte persoon om de leiding over te nemen?
Wie zal dan bepalen welke onze houding zal zijn?
 Kijken we naar onze wereld van vandaag, beste mensen, dan zien we net dezelfde discussies. Het voortdurende debat over onze onderlinge verhoudingen binnen de samenleving. De verhoudingen tussen werkgevers en werknemers, de verhoudingen tussen leraars en leerlingen, de verhoudingen tussen autochtonen en allochtonen.
Niemand zal zeggen dat de ene groep superieur is aan de andere, maar ondertussen spelen allerlei conflicten en tegenstellingen. Steeds is er een spanningsveld aanwezig:
Wie kan aan de ander zijn wil opleggen? Wiens belangen wegen het zwaarst? Hebben we geen angst voor wat de ander je zou kunnen aandoen?
 De reactie hierop van Jezus is heel opmerkelijk. Hij zegt: Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen. Dat wil zeggen: Als je de toon wil aangeven, de eerste wil zijn in de richting die Jezus aanwijst, dan moet je ervan uitgaan dat al de anderen voor jou komen. Dan moet je er een levensdoel van maken van altijd alles te doen voor de anderen. Dus altijd de anderen dienen.
 Het is ook in dit verband dat Jezus een kind als symbool stelt. Jezus wil ons duidelijk maken dat het niet gaat om het uitoefenen van macht en gezag, maar om weerloos en kwetsbaar leven. Kinderen zijn vaak eerlijker of gevoeliger, of zien dingen die de grote mensen niet meer zien. Ze hebben zorg en aandacht nodig en moeten nog veel leren. Jezus zegt: "Als je niet wordt als een kind, kun je mijn koninkrijk niet binnengaan." Kinderen kunnen niet bouwen op hun eigen kracht, maar hebben haast van nature openheid voor de mensen om hen heen. Ze moeten wel vertrouwen hebben, want ze hebben hen nodig. Grote mensen verliezen dat vertrouwen vaak door wat ze meemaken in hun leven. Vertrouwen op je vrienden, vertrouwen op je ouders. Eigenlijk leren kinderen ons om elke dag opnieuw van God te ontvangen wat we nodig hebben. "Jezus plaatst een kind in hun midden." Wat is dit toch een prachtig gebaar, beste mensen! Het is als het ware God zelf die wordt omhelsd in de gestalte van de kleinen en de zwakken.
 Tot slot wil ik terugkeren naar het onbegrip vanwege de leerlingen van Jezus. De reactie van de leerlingen op de uitspraken van Jezus over zijn lijden en dood, is een reactie van herhaald onbegrip. Op regelmatige tijdstippen stellen we deze reactie vast. Dit komt doordat Jezus slechts stap voor stap zijn mysterie van lijden en dood en verrijzenis aan zijn leerlingen wil verduidelijken. Stapsgewijs, in het voetspoor van Jezus, zal voor ons mensen de weg duidelijk worden. De weg van de mens de opkomt voor recht en vrede, en die zachtmoedig en vertrouwvol blijft. De weg van de geweldloze houding, die het kwade niet met het kwade bestrijdt. De weg van de dienstbaarheid tot het einde. De weg die uiteindelijk leidt naar het leven.
 Amen.

Henk Corluy


28ste Zondag door het Jaar

Lieve mensen allemaal,
Het verhaal van de rijke jongeling… Een verhaal dat ieder van ons betreft… Een verhaal dat ons, denk ik, veel nederigheid leert.
Het is niet Jezus die de jongeman weg stuurt. Hij verwijt de jongeman niets. Jezus roept hem niet terug. Hij mag zijn eigen weg gaan. De jongeman maakt zelf de keuze te vertrekken, nadat Jezus hem beschrijft hoe volmaakt te zijn. “Ga naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen..
Het is eigenlijk een triest verhaal. De man ging bedroefd weg, omdat hij veel bezittingen had waarvan hij geen afstand kon doen. Ook Jezus lijkt bedroefd, zoals blijkt uit de woorden die hij laat volgen over het risico van de rijkdom. En ook wij, de lezers, wij blijven met een teleurstelling achter. Jezus trof iemand die een ideale volgeling zou kunnen zijn, maar de stap niet aandurft.
Jezus vraagt aan de jongeman al zijn bezittingen los te laten en Hem te volgen. Wat een vraag!
Misschien moeten wij ons eens de vraag stellen: Wat zouden wij doen? Zouden wij alles verkopen, de hunker naar steeds meer en meer rijkdom loslaten? Zouden wij Hem volgen? Zouden wij ons goed uitgewerkte plan van heden en toekomst loslaten? Als Jezus ons in de plaats het allerdiepste geluk belooft?
In hoeverre is onze blik op God gericht en in hoeverre op onszelf?
Dat doet me denken aan die keer dat ik naar Frankrijk vertrok om een theologische, bijbelse cursus te volgen van drie maanden en samen zou leven met 90 andere jongeren van de Chemin-Neuf.
Hoewel mijn plan was om daar hoogstaande theologische vormingen te volgen, heb ik daar meer tijd in de keuken doorgebracht dan in de vormingszalen. Blijkbaar had God een ander plan met mij: eentje van nederigheid. En ik was toen meer dan eens de rijke jongeling die het liever aftrapte. Ik heb heel wat gestreden alvorens ik mijn blik op de Heer kon richten en met een vredevol hart de hele voormiddag sla kon kuisen. Hetzelfde gold voor mijn relatie met mijn vriend. Vaak vroeg ik wat mijn weg was aan de Heer. Ik dacht dat ik naar Hem luisterde, maar eigenlijk vroeg ik aan Hem: Doe met mij wat ge wilt, maar zeg me niet dat ik voor ’t huwelijk gemaakt ben! Mijn hart was gesloten voor wat de Heer me zeggen wilde, ik liep weer weg zoals die jongeling. Ik heb echter van de Heer zóveel tekens gekregen dat ik uiteindelijk toch de keuze heb mogen maken voor een leven met twee.
Er zijn tal van andere voorbeelden waarin wijzelf die rijke jongeman zijn.
Ook in onze parochie mogen wij ons voortdurend de vraag stellen: Is mijn blik op God gericht? Ben ik instrument van de Heer of dien ik mijzelf? En wat zou Jezus doen? We zijn zo bang om alles te verliezen, inclusief onszelf! Stel je voor: geen imago meer, geen bezittingen meer, geen status meer.. Alleen het Rijk Gods voor ogen! Hoe moeilijk zulke grote verwachtingen! Moeilijker dan dat een kameel door het oog van een naald kan kruipen!Jezus spreekt over de risico’s van materiële rijkdom. Dit risico is goed uit te leggen met het verhaal van koning Midas, de legendarische koning van Frygië. Midas mocht van de goden een wens doen. Hij zei: Maak dat alles wat ik aanraak in lichtkleurig goud verandert. Midas kreeg zijn zin: hij brak een twijg af en die werd goud, ook de stenen die hij opraapte, werden goud. De lekkerste vruchten en de maaltijden die zijn dienaren brachten: zodra Midas ze aanraakte, werden ze goud. Dit kan een gevolg zijn van materiële hebzucht: verlangen naar steeds meer en meer. De pret is echter gauw over van zodra men beseft dat het essentiële en meest verrukkelijke in het leven heeft plaatsgemaakt voor geld en bezittingen. Dat risico ligt voor heel wat van ons op de loer. Laat ons alert zijn!
In het evangelie lezen we echter ook heel duidelijk dat voor God alles mogelijk is! Zoals de verloren zoon bij zijn vader, mogen ook wij telkens weer terugkomen. Zelfs al zijn wij 7maal 70maal weggelopen.
Het evangelie is geen stok om mee te slaan, om onszelf te beschuldigen van onze zwakheid. Het is echter ook geen wandelstok om gemakkelijk door het leven te gaan. Het zou een richtingwijzer moeten zijn voor ons doen en laten, om gewetensvol en met echte liefde te leven. Wat Jezus ons eigenlijk vraagt, is dat wij vrij zijn, dat wij ten diepste gelukkig zijn en datzelfde geluk delen met de anderen. Hij kent onze diepste verlangens, soms beter dan wijzelf.
Laat ons onze harten openstellen voor Hem, want zoals de vos in de kleine prins het zegt: We zien maar goed met het hart. Het essentiële is onzichtbaar voor onze ogen.

 Dorien Vanbel


29ste Zondag door het Jaar

Het evangelie van vandaag begint met een verrassende maar menselijke vraag: “Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij u vragen.”  Verrassend omdat Jezus net ervoor voor de derde keer over zijn toekomstig lijden verteld heeft en dat de leerlingen het niet begrijpen of negeren en vooral met zichzelf begaan zijn. Menselijk omdat wij in tijden van nood, in ons smeekgebed ook soms zo’n toon aanslaan en verwachten dat God helemaal voor ons klaar staat.
Voordat wij echter ons hoofd schudden om deze vraag van de twee leerlingen moeten we bij onszelf even nazien of ons geloof in Jezus even vast is als dat van Jakobus en Johannes. Immers zij zochten geen goedkoop succes. Zij hadden hun bloeiend vissersbedrijf opgegeven en achtergelaten om met Jezus scheep te gaan, ze zijn zelfs bereid nog meer te geven als het moet zoals verder in dit evangelie vermeld wordt. Ze vragen in feite om in het toekomstig Rijk dicht bij Hem te mogen vertoeven en zijn voornaamste dienaren te mogen zijn. Spreekt uit hun vraag niet eerder een aanstekelijk enthousiasme en een enorm vertrouwen?  Jezus tikt hen niet op de vingers maar remt hen af  -“je weet niet wat je vraagt” en verwijst naar de onderdompeling in de golven van het lijden en de kruisdood.  Nadien worden we alweer geconfronteerd met een typisch menselijke reactie: “ de andere apostelen zijn geïrriteerd over de gestelde vragen...”- hoe durven die twee zoiets te vragen ? - maar achter het masker van de nederigheid verbergt zich de hoogmoed. Echte nederigheid is verdrietig om de verkeerde keuzes van anderen. Hoogmoed daarentegen ergert zich aan de fouten bij de anderen.
Geconfronteerd met de menselijke reacties die gestoeld zijn op inzichten van de wereldse koninkrijken, verduidelijkt Jezus dat het komende Rijk duidelijk hiervan verschilt. In deze wereld hebben de mensen met de meeste macht de touwtjes in handen. Jezus is niet tegen de macht als dusdanig immers waar mensen samenleven is er macht en is er nood aan een dienende machtsuitoefening in functie van het algemeen welzijn, niet als middel tot zelfbevestiging. In het Gods Rijk daarentegen ontspruit de macht aan de liefde. Het zich solidair opstellen,het  zich ten dienste stellen van de anderen en aldus heersen door te dienen is essentieel. Wie groot wil worden moet dienaar zijn, we mogen ambitieus zijn maar dan wel in dienstverlening naar de ander toe. Wie de eerste wil zijn moet slaaf zijn van allen. Dit is een duidelijke oproep om ons te bekeren tot dienstbaarheid en dan verandert de vraag uit het evangelie van eisend naar dienend: Heer wat wil je dit ik voor je doe ? Onze dagelijkse logica wordt helemaal omgegooid.
De Kerk heeft als één van haar basisopdrachten –het dienstbetoon. Laten wij dus- die de kerk gestalte geven - hiervan een getuigenis zijn in onze manier van leven en omgaan met elkaar. Dienen is bereid zijn het vuile, onaangename werk te doen zonder jezelf daarvoor te goed te vinden. Niet in je wiek geschoten zijn, als niemand in de gaten heeft wat jouw bijdrage is aan het goed functioneren van het geheel. Niet gepikeerd zijn als jouw goede ideeën of jouw visie niet worden gehonoreerd of als ze in praktijk gebracht worden, zonder dat je daar een complimentje voor krijgt. Inderdaad door het zich dienstbaar opstellen, maken we ons soms kwetsbaar maar zijn we wel solidair met de velen in de wereld die hierop wachten.
Vandaag denken we speciaal, ter gelegenheid van missiezondag aan deze christenen die die zending krachtig in leven hebben omgezet. Hierbij citeer ik de woorden van priester Andrea Santoro die in zijn dagboek citeert:” Men wordt alleen door het offer van het eigen vlees tot heil in staat. Het kwaad in de wereld moet gedragen worden en de pijn moet worden gedeeld, door het in eigen vlees op te nemen, tot het uiterste toe , zoals Jezus.” Santoro werd recent gedood terwijl hij aan het bidden was. Natuurlijk en godzijdank is de marteldood niet bedoeld voor alle christenen. Laten we deze oproep tot meer dienstbaarheid ieder met zijn eigen mogelijkheden beantwoorden.
Op deze weg van eigen inzet en edelmoedigheid, ontdekken we meer en meer de weg die God met ons wil gaan. Maar soms blijft er de opstoot van egoïstische machtsdrang om de eerste, de grootste, de belangrijkste te willen zijn. De verleiding van macht en aanzien.  Dan moeten we even terugdenken aan de prachtige slotzin uit dit evangelie van Marcus waarbij Jezus zegt : “want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen;”  Het is op een nieuwe manier gaan leven, echt gaan leven, een leven dat blijft of zoals een lied bezingt: “jij sterft en anderen leven, zo overleef jij de dood”

R. Wyffels


33ste Zondag door het Jaar

Mijn woorden zullen niet voorbijgaan. (Mc.13, 24-32)
Telkens worden we op het einde van een liturgisch jaar geconfronteerd met het "einde der tijden" en apocalyptische beelden. Weinigen van ons, zullen dit evangelie van vandaag dan ook als hoopgevend en positief beschouwen, toch wil ik graag met jullie deze tekst in onze tijd duiden –want vooral de levenswijsheid acher het verhaal moet ons bijblijven.
Allereerst is er het verhaal dat we moeten situeren in een moeilijke tijd voor de christenen  waar sterke beeldende taal gebruikt werd om het einde der tijden aan te duiden. Vandaag weten we- vanuit de wetenschap- dat we eerder te maken hebben met een langzaam uitdovende kosmos, tenzij de mens zelf oorzaak is van een nucleaire of ecologische apocalyps. Maar zelfs dan roept het evangelie op tot waakzaamheid voor de grote tekenen. Terzelfdertijd moeten we ook aandacht hebben voor de kleine tekens. Deze zijn meestal niet voor de buitenwereld zichtbaar- zo spreekt het evangelie over het zacht worden van de twijgen aan de vijgenboom. Laten we dus groeien in de diepte, in ons hart want dan is de echte verandering in aantocht, dan breekt de lente aan. Ten slotte krijgen we in dit evangelie niet het beeld van het oordeel maar wel van de eenheid, Jezus komt om het plan van God te realiseren 'dat allen één zijn' en verzamelt zijn uitverkorenen. Laten we dus in ons leven mee- bouwen aan deze eenheid.
Als we echter het verhaal even loslaten en de levenslessen proberen te destilleren dan zijn er een tweetal: het einde der tijden, luidt een periode van bevrijding in, na de weeën komt de vreugde – laat ons dus in moeilijke momenten hoopvol blijven. Vandaag onthouden we echter vooral de zinsnede " Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan". Wat er ook gebeurt in ons leven, Jezus' woorden blijven en bieden houvast en uitzicht. Ze dragen de kiem van een nieuw leven in zich.En dit vormt uiteindelijk de hoopvolle boodschap van vandaag.
Maar wat betekent het evangelie van vandaag voor ons: de beelden die Marcus oproept, kunnen we evengoed op ons eigen leven projecteren. Als we geconfronteerd worden met ontmoediging, ontgoocheling, tegenkanting of lijden dan is het moeilijk om de mooiheid van het leven te herkennen, dan is alles duister in ons leven, dan voelen we niet meer de vaste grond onder onze voeten, maar dan kunnen we denken aan de woorden van Jezus die ons hoop geven als een lichtpunt in de nacht. Dan kunnen woorden zoals "Weest niet bezorgd voor de dag van morgen" (Joh. 6,34), en "Waarom zo bang, kleingelovigen?" (Mt 8,26)  of nog "Maak je niet ongerust en verlies de moed niet" (Joh. 14,27), en vooral het woord van de liefde "Dit is mijn gebod,dat gij elkaar lief hebt" (Joh. 15,17) ons sterken en ons hart raken.
Maar ook in onze maatschappij worden we geconfronteerd met kommer en kwel: hoe zit het met onze werkzekerheid, wat met de groeiende sfeer van angst en wantrouwen die soms overslaat in agressie. Door de media worden we dagelijks geconfronteerd met een wereld waar oorlog, haat, geweld, armoede en ziekte op ons netvlies gebrand staan. De voortsluimerende problematiek van klimaatsverandering en milieu-aantasting, maar tevens de groeiende geloofstegenstellingen- het westen, met de verdere secularisering en het afkalvende katholiscisme–waar de Kerk het moeilijk heeft en aan de andere kant de extremistische tendenzen in andere wereldgodsdiensten –we kunnen en mogen er niet zomaar om heen. Ook dan kunnen de woorden van Jezus die zegt " Ziet, ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld" (Mt. 28,20) , of nog "Wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen" (Luc. 10,41) terugdenken. Gelukkig zijn er ook de vele 'kleine' tekenen aan de horizon die de nieuwe toekomst kleuren. De vele mensen die het goede doen, die zich inzetten en zich geven voor meer dan eigenbelang. Mensen van ongekende onschatbare liefde, mededogen, onbaatzuchtigheid, overal in onze wereld. Ik denk aan die clochard in het station van Antwerpen die zich ontfermde over twee kindjes die bij hem werden achtergelaten door ouders op zoek naar drugs. Plots haalde die bedelaar het nieuws en werd hij overladen met attenties. Het beetje bijeen gebedelde geld had hij nog weggegeven. Mensen werden geraakt door de liefde van die man. Plots gaat hen weer een licht op van die' andere wereld.' Niet die van de macht van de markt en de beurs. Niet de wereld van uitbuiting, corruptie, cynisme, vernedering, terreur en geweld . Dat is niet de enig mogelijke wereld. We hebben nood aan visioenen van licht en vrede,liefde en gerechtigheid. Om van daaruit stukje bij beetje, dag na dag, een spoor te trekken van een andere, nieuwe wereld. Om een tegenkracht te vormen. Tegen het 'einde van de tijden'... de benauwende, schrikbarende tijden wel te verstaan! We willen als christenen, ons aansluiten bij die mensen van de tegenkracht. Dat al het goede in ons, zich voegt bij alle solidariteit en trouw die mensen elkaar betonen, overal in deze wereld en dat het tot een tegenbeweging komt tegen al wat dood maakt.
Aansluitend hierbij en ter afronding denk ik vandaag met een warm gevoel terug aan vorige week – de mooie dankmis, de goed georganiseerde maar vooral de warme en hartelijke receptie waar we als gemeenschap samenkwamen, vierden en deelden, aan de vele mensen die zich hierbij belangeloos inzetten en dit blijvend willen doen. Van harte bedankt! Graag wil ik hen, die zich vorige week ook aangesproken voelden om actief zelf te participeren in de verdere vormgeving van deze sterke Sint Paulus gemeenschap – een gemeenschap opgestart door pastoor Vandeneynde en op prachtige wijze voortgezet door Juul, oproepen dit ook te doen. Er zijn de diverse bestaande werkgroepen en koren, er is het parochiesecretariaat, er is de rouwgroep, tevens is er de mogelijkheid om te participeren in de homilie-groep, misschien heb je zelf nog ander suggesties.Je kan je spontaan aanmelden bij een lid van het parochieteam of zoals Jezus het verwoordde:
" De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig" (Lc. 10,2)
We verwelkomen je bij deze, alvast bedankt.

 

R.Wyffels