Artikelindex

5de Zondag van de Veertigdagentijd

Uit een eenvoudige lezing van dit evangelie onthouden we dat Jezus tijdens zijn onderricht wordt onderbroken. Er wordt Hem een 'rechtsgeval' voorgehouden. Een vrouw –betrapt op overspel – wordt voorgeleid. Volgens de wet van Mozes moeten beide betrokkenen worden gestenigd. Nu wordt Jezus,  met de aanspreking Meester hetgeen de vraagstelling nog prangender maakt,  de vraag gesteld, wat Hij ervan vindt. Opmerkelijk is dat alleen de vrouw aanwezig is, en dat het mannen zijn die haar aanklagen. Het gaat hen kennelijk ook minder om het recht of de zuivere moraal, maar meer om Jezus te kunnen strikken. Immers wat Hij in dit geval ook onderneemt, het zal altijd een ongeoorloofde oplossing zijn. Spreekt Jezus de vrouw vrij, dan pleegt hij een inbreuk op de wet van Mozes en handelt hij niet correct volgens het 'rechtvaardigheidsprincipe'. Treedt hij daarentegen de op vergelding beluste maar correcte Joden bij, dan verloochent Hij zijn eigen standpunt van grootmoedige barmhartigheid ten opzichte van de zondaars.  
In eerste instantie geeft Jezus geen antwoord, wil Hij tijd winnen – bij zichzelf overleggen hoe hij aan de valstrik kan ontsnappen enerzijds, de gemoederen bedaren anderzijds? Wat en waarom schrijft Hij op de grond? Wat -volgens de evangelist moet het niet belangrijk geweest zijn, anders had hij het wel vermeld. Over het waarom wil ik jullie straks nog iets toevertrouwen. Daar de schriftgeleerden toch blijven aandringen, geeft Hij hen het geniale antwoord:" wie zonder zonde is, mag de eerste steen gooien." Hierbij betrekt Hij eenieder persoonlijk in het gebeuren. Wie kan en durft voor de gehele groep pretenderen dat hij een volstrekt zuiver geweten heeft? Wie kan dit riskeren zonder zichzelf voor de rest van zijn leven als huichelaar te blameren. Iedereen druipt af, de oudsten het eerst. Het pleit voor Jezus dat Hij niet triomfeert, maar zich nog eens bukt om op de grond te schrijven. We kunnen dit zien als een reactie van barmhartigheid.
De vrouw blijft alleen met Jezus achter. Ze is letterlijk van de dood gered. Haar fouten uit het verleden worden hiermee niet weggewuifd of gebagatelliseerd. Het valt op dat Jezus haar niet zegt dat haar zonden haar vergeven zijn. Hier zegt Hij alleen: "Ook Ik veroordeel u niet' maar voegt er tevens iets belangrijks aan toe; " Zorg ervoor dat je vanaf nu niet meer zondigt". Laat met andere woorden het verleden voor wat het is en begin aan je nieuwe toekomst. Het is voor haar een woord van verlossing. Haar toekomst is niet definitief geblokkeerd en op deze manier krijgt ze ook figuurlijk een nieuw leven. Deze onvoorwaardelijke vergevingsgezindheid moeten voor haar een steun zijn om niet meer te zondigen.
Wat leren we nu uit dit verhaal vandaag? Welke rol zou je erin willen spelen?
Om te beginnen, wie herkent zich niet in de rol van de schriftgeleerden? Weg met hen die onrecht doen! Wie schuldig is moet gestraft worden. Of nog, richt ik me vooral op de tekorten van de andere, op datgene wat verkeerd is. In dit evangelie worden we naast en niet tegenover de andere geplaatst.  
Je kunt je ook tussen de menigte begeven die Jezus' antwoord hoort. "Niemand van ons hier is zonder schuld."  Dan zwijg je beschaamd. Je matigt je geen oordeel aan, want anders moet je dan ook jezelf veroordelen.
Dan is er nog de vrouw die beschaamd is om haar fouten en hunkert naar enig begrip: "Mocht ik ook maar iemand ontmoeten die me niet vastpint op mijn schuldig verleden en ruimte laat voor een nieuwe toekomst." Ze ontdekt dat ze in de ogen van God blijft tellen, wat er ook gebeurd is.
Tenslotte is er de rol van Jezus, die is de moeilijkste. Je kunt alleen maar hopen en bidden dat je de kracht vindt om genadig en vergevend te zijn voor de mensen die je hebben gekwetst.
Ter afsluiting wil ik jullie rond de symboliek van het schrijven in het zand nog volgend verhaal meegeven: " Twee vrienden op tocht door de woestijn kregen ruzie onderweg. Een van hen sloeg de ander in het gezicht. Zonder iets te zeggen, schreef de man die geslagen was in het zand: "Vandaag sloeg mijn beste vriend mij in het gezicht." Ze liepen verder totdat ze een oase vonden, waar ze besloten een bad te nemen. Hij die geslagen was, raakte vast in de modder en dreigde te verdrinken, maar zijn vriend redde hem. Nadat hij was bijgekomen, schreef hij op een steen:" Vandaag redde mijn beste vriend mijn leven."  Deze vroeg hem verwonderd: " Toen ik je geslagen had, schreef je in het zand, waarom schrijf je nu op een steen?" Antwoord : "Als iemand ons pijn doet, moeten we het in het zand schrijven waar de wind van vergeving het kan uitwissen. Maar als iemand iets goeds doet voor ons, moeten we het in een steen graveren, waar geen wind het ooit kan uitwissen.Leer je pijn in het zand te schrijven en je goede ervaringen op steen te graveren."
Of zoals de dichter Guillaume van der Graft tegen God zegt:

"Laat al mijn fouten staan
Getekend in het zand;
Maar schrijf voorgoed mijn naam,
Mijn naam in de palm van je hand."

R.Wyffels