Artikelindex

14de Zondag door het Jaar 

Vorige week was er de zending van de twaalf, vandaag vertelt de niet-joods evangelist Lucas als enige trouwens, de zendingsrede van de 72 leerlingen. Volgens een letterlijke lezing van beide evangelies zijn er dus 7 x 12 zendelingen- waarbij zeven –het getal is dat in de Bijbel symbool staat voor volheid, 12 voor de twaalf stammen, 72 voor het geheel van de heidense volkeren. Daarnaast geeft deze eerste primitieve pastorale richtlijn aan dat er niet louter apostelen nodig zijn maar tevens ook leken en 'missionarissen' in de figuurlijke betekenis van het woord. Allen vormen samen een collegium. Hierbij wordt door de evangelist de structuur van een toekomstige kerk uitgetekend.
Laten we de tekst nu een stuk breder analyseren.
De opdracht die Jezus geeft, is allesbehalve evident: breng vrede, wees vreedzaam tegenover agressie: als lammeren temidden van de wolven... maar met de Heer als herder. De omkadering is ontoereikend: het aantal arbeiders is te weinig, hun middelen zijn ook schaars: geen nutteloze bagage zoals geld,  reiszak of schoeisel. Ontdoe u van het overtollige om beter te kunnen luisteren en stel je open. Bid om arbeiders voor de oogst, heb vertrouwen in de voorzienigheid van de hemelse Vader en de gastvrijheid van de mensen om je heen.
Vertalen we dit in hedendaagse termen: zoek je kracht niet in je kredietkaarten of je bankrekening, je hoeft jezelf niet vol te overladen met dikke boekenwijsheid, verlies je tijd niet met oppervlakkig gepraat, met vrijblijvende discussies. Maar durf dieper contact te nemen met de mensen, met hun verlangens en hun echte noden. Straal vrede en vreugde uit. Je komt inderdaad in een harde wereld terecht, er lopen wolven rond, wees dus niet naïef; als het hen niet interesseert, doe dan geen moeite en laat hen links liggen, wees echter goed voor zieken en zwakken. Wat betekent dit evangelie concreet voor ons? Vandaag is de boodschap uiterst actueel, er zijn inderdaad te weinig priesters en we worden  meer dan ooit opgeroepen om actief mee de vrede van God gestalte te geven en deze vrede uit te dragen in onze eigen omgeving. Bij een contact moet dit onze basishouding zijn.
 Hoewel we er niet altijd bij stilstaan, gebruiken verschillende vreemde talen de naam van God om elkaar te begroeten. De Fransman zegt 'Adieu' wat betekent 'naar God toe', de Spanjaard zegt hetzelfde 'Adios', de Oostenrijker 'Grüb Got', de Joden gebruiken 'Sjaloom' wat vrede betekent. Sjaloom bevat echter een veel bredere wens: ik hoop dat het goed met jou mag gaan zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal. Dat het goed met je gaat op alle terreinen van je leven. Ook in de Eucharistie is vrede het eerste (we wensen elkaar de vrede)  en laatste woord (laten we heengaan in vrede) en  het  tijdens het breken van het brood herhalen we de woorden van Jezus "Mijn vrede geef ik u, mijn vrede laat ik u..." .
Belangrijk is dat we vrede uitstralen, vanuit het hart beleefd, In onze vriendschap, in het delen van het leven met onze medemensen, moet deze vrede tastbaar zijn.
Daarnaast is er als teken ondermeer het genezen van zieken, of breder geïnterpreteerd: het bijdragen tot het welzijn van onze medemens. Er zijn veel zieke mensen, maar ook veel gezonde mensen zijn ziek. Mensen die lijden aan stress, mensen slachtoffer van een opgeklopte prestatiedrang, mensen die lijden aan continue ontevredenheid, maar tevens de vele vereenzaamde mensen, de mensen in de rand van de maatschappij...
Daarnaast kunnen en mogen we niet voorbijgaan aan  de vele verziekte relaties. Ieder van ons kan één van die tweeënzeventig zijn, die vrede uitstraalt en de weg toont naar gezondheid, naar bevrijding naar levensvreugde. Waar God op deze wijze ontdekt en gewekt wordt, ontstaat er spontaan meer zorg en gloed in de naastenliefde en is dit een continue bron van positieve en stimulerende energie.
Vandaag is er de concrete oproep om Gods boodschap mee uit te dragen, de handen uit de mouwen te steken en inderdaad een missionaire opdracht op te nemen – christen zijn en getuigen van de hoop die in ons leeft.
 Graag wil ik eindigen met de woorden van iemand die dit goed begrepen had, een voormalige secretaris-generaal van de Verenigde naties, Dag Hammersköld. Hij schreef in zijn dagboek het volgende: "Ik weet niet Wie – of Wat- de vraag stelde. Ik weet niet wanneer ze gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik een antwoord gaf. Maar op een gegeven ogenblik antwoordde ik JA aan Iemand – of aan Iets –en van dat uur af was ik zeker dat dit bestaan zinvol is, en dat, daarom mijn leven in zelfovergave een doel had. Van dat ogenblik af heb ik geweten wat het betekent niet terug te kijken en niet aan de dag van morgen te denken."

R. Wyffels