Artikelindex

25ste Zondag door het Jaar

De parabel van de corrupte rentmeester heeft velen reeds de wenkbrauwen laten fronsen. De tekst van Lucas die door velen is doorverteld, laat zien hoe de vertellers door de diverse toevoegingen probeerden via een zedenles alsnog een aanvaardbare uitleg te geven... want hoe kunnen we de goedkeuring van het gedrag van de corrupte rentmeester anders verklaren?
Wanneer we naar het verhaal luisteren, dan zien we voor ons een rentmeester die zich in het nauw gedreven voelt, zijn handeltje regelt door de schuldbrieven te verminderen en aldus zijn netwerk van relaties voor zijn onzekere toekomst verzorgt. Wellicht scheldt de rentmeester de schuldenaars hen  zijn ‘commissie’ kwijt en benadeelt hij zelfs niet eens zijn meester.
En de tekst vervolgt:’ de heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld....’ Hieruit blijkt dat het niet Jezus maar de rijke man is die het gedrag van de rentmeester evenwel nog steeds afkeurt ( de onrechtvaardige ) maar zijn aanpak wordt als voorbeeld gesteld : met name in deze hachelijke situatie heeft de man met overleg en inzicht gehandeld , zijn aanpak getuigde van vindingrijkheid, schranderheid en vooruitziendheid. Jezus roept ons in feite op om christelijk creatief te zijn en uit te munten in scheppende verbeeldingskracht zoals we dit doen als het de wereldse aangelegenheden betreft. 
Wanneer we het verhaal op vandaag toespitsen dan moeten we vaststellen dat we allen rentmeester zijn, immer alles wat er is, hebben we gekregen in bruikleen en mogen we ten beste aanwenden. In ons maatschappelijk gebeuren is geld het ruilmiddel bij uitstek om diensten en prestaties te vergoeden. Geld is geen taboe zolang we dit als een hulpmiddel beschouwen en niet als doel. We moeten maken dat dit ‘kleine goed’ niet ons leven gaat beheersen en we de slaaf worden van deze slechte meester. We worden opgeroepen om hierbij een duidelijke keuze te maken. Of zoals Luther in de cathechismus schreef: “ Waaraan je hart zich hecht en waar je je op verlaat, dat is eigenlijk je God” of nog anders geformuleerd “Geld is een goede toetssteen voor de vrijheid en echtheid van het hart”.Laten we ons geweten niet te vlug in slaap sussen door te denken dat twee meesters dienen enkel voor de ander een probleem vormt.
Het wordt ons echter niet gemakkelijk gemaakt in onze hedendaagse westerse consumptiemaatschappij. Geert van Istendael schrijft: “ Twintig procent van de wereldbevolking woont in het rijke noorden, tussen 50 à 60% van het wereldinkomen gaat naar datzelfde rijke noorden, 75% van de uitgaven van gezondheidszorg worden gespendeerd in het rijke noorden en meer dan 80% van de militaire uitgaven worden verkwist in het rijke noorden.” En hij besluit dat we een kleine bende kerngezonde, tot de tanden gewapende steenrijke grijsaards zijn. Of nog scherper: een zootje murmelende vrekken in burchten, dat zijn wij”.
Geef toe, een ontnuchterend en confronterend beeld.
De opdracht die Jezus ons geeft: “Christenen moeten met overleg te werk gaan en hun aardse bezittingen en geld gebruiken om vrienden te maken voor de eeuwigheid.” Geld kan met zo’n instelling en in zo’n handen een instrument, een uiting  worden van Liefde. Zo kan het geld figuurlijk bekeerd worden, wordt het in plaats van een slechte meester een goede dienaar. Maar laten we vooral onthouden dat een christelijke levenshouding vooral een eerlijke en oprechte levenswijze en houding jegens onze medemensen inhoudt. We kunnen God niet omkopen met smeergeld, ook al is dat in de vorm van een aalmoes aan een arme of een gift in de kerk, immers onze God heet niet Euro maar Liefde.
Laat ons dus vooruitziend als een goede rentmeester de vraag stellen : ben ik christelijk schrander en betrouwbaar met de aan mij tijdelijk toevertrouwde aardse goederen, zodat ik na dit leven het eeuwige kan toevertrouwd worden als eeuwig bezit?  Een consequent en vastberaden handelen vergt echter moed maar biedt ongekende kansen en vreugde.

R. Wyffels