Artikelindex

29ste Zondag door het Jaar

Het evangelie van vandaag begint met een verrassende maar menselijke vraag: "Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij u vragen."  Verrassend omdat Jezus net ervoor voor de derde keer over zijn toekomstig lijden verteld heeft en dat de leerlingen het niet begrijpen of negeren en vooral met zichzelf begaan zijn. Menselijk omdat wij in tijden van nood, in ons smeekgebed ook soms zo'n toon aanslaan en verwachten dat God helemaal voor ons klaar staat.
Voordat wij echter ons hoofd schudden om deze vraag van de twee leerlingen moeten we bij onszelf even nazien of ons geloof in Jezus even vast is als dat van Jakobus en Johannes. Immers zij zochten geen goedkoop succes. Zij hadden hun bloeiend vissersbedrijf opgegeven en achtergelaten om met Jezus scheep te gaan, ze zijn zelfs bereid nog meer te geven als het moet zoals verder in dit evangelie vermeld wordt. Ze vragen in feite om in het toekomstig Rijk dicht bij Hem te mogen vertoeven en zijn voornaamste dienaren te mogen zijn. Spreekt uit hun vraag niet eerder een aanstekelijk enthousiasme en een enorm vertrouwen?  Jezus tikt hen niet op de vingers maar remt hen af  -"je weet niet wat je vraagt" en verwijst naar de onderdompeling in de golven van het lijden en de kruisdood.  Nadien worden we alweer geconfronteerd met een typisch menselijke reactie: " de andere apostelen zijn geïrriteerd over de gestelde vragen..."- hoe durven die twee zoiets te vragen ? - maar achter het masker van de nederigheid verbergt zich de hoogmoed. Echte nederigheid is verdrietig om de verkeerde keuzes van anderen. Hoogmoed daarentegen ergert zich aan de fouten bij de anderen.
Geconfronteerd met de menselijke reacties die gestoeld zijn op inzichten van de wereldse koninkrijken, verduidelijkt Jezus dat het komende Rijk duidelijk hiervan verschilt. In deze wereld hebben de mensen met de meeste macht de touwtjes in handen. Jezus is niet tegen de macht als dusdanig immers waar mensen samenleven is er macht en is er nood aan een dienende machtsuitoefening in functie van het algemeen welzijn, niet als middel tot zelfbevestiging. In het Gods Rijk daarentegen ontspruit de macht aan de liefde. Het zich solidair opstellen,het  zich ten dienste stellen van de anderen en aldus heersen door te dienen is essentieel. Wie groot wil worden moet dienaar zijn, we mogen ambitieus zijn maar dan wel in dienstverlening naar de ander toe. Wie de eerste wil zijn moet slaaf zijn van allen. Dit is een duidelijke oproep om ons te bekeren tot dienstbaarheid en dan verandert de vraag uit het evangelie van eisend naar dienend: Heer wat wil je dit ik voor je doe ? Onze dagelijkse logica wordt helemaal omgegooid.
De Kerk heeft als één van haar basisopdrachten –het dienstbetoon. Laten wij dus- die de kerk gestalte geven - hiervan een getuigenis zijn in onze manier van leven en omgaan met elkaar. Dienen is bereid zijn het vuile, onaangename werk te doen zonder jezelf daarvoor te goed te vinden. Niet in je wiek geschoten zijn, als niemand in de gaten heeft wat jouw bijdrage is aan het goed functioneren van het geheel. Niet gepikeerd zijn als jouw goede ideeën of jouw visie niet worden gehonoreerd of als ze in praktijk gebracht worden, zonder dat je daar een complimentje voor krijgt. Inderdaad door het zich dienstbaar opstellen, maken we ons soms kwetsbaar maar zijn we wel solidair met de velen in de wereld die hierop wachten.
Vandaag denken we speciaal, ter gelegenheid van missiezondag aan deze christenen die die zending krachtig in leven hebben omgezet. Hierbij citeer ik de woorden van priester Andrea Santoro die in zijn dagboek citeert:" Men wordt alleen door het offer van het eigen vlees tot heil in staat. Het kwaad in de wereld moet gedragen worden en de pijn moet worden gedeeld, door het in eigen vlees op te nemen, tot het uiterste toe , zoals Jezus." Santoro werd recent gedood terwijl hij aan het bidden was. Natuurlijk en godzijdank is de marteldood niet bedoeld voor alle christenen. Laten we deze oproep tot meer dienstbaarheid ieder met zijn eigen mogelijkheden beantwoorden.
Op deze weg van eigen inzet en edelmoedigheid, ontdekken we meer en meer de weg die God met ons wil gaan. Maar soms blijft er de opstoot van egoïstische machtsdrang om de eerste, de grootste, de belangrijkste te willen zijn. De verleiding van macht en aanzien.  Dan moeten we even terugdenken aan de prachtige slotzin uit dit evangelie van Marcus waarbij Jezus zegt : "want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen;"  Het is op een nieuwe manier gaan leven, echt gaan leven, een leven dat blijft of zoals een lied bezingt: "jij sterft en anderen leven, zo overleef jij de dood"

R. Wyffels