Artikelindex

6de Zondag door het Jaar

Beste mensen, in dit evangelie van Lucas is de tegenstelling tussen arm en rijk een opvallend motief in deze beroemde zaligsprekingen. Lucas bedoelt hier geen geestelijke armoede, maar armoede in lichamelijke en materiële zin. Zo noemt hij hier tegelijk armen en verdrukten, gehandicapten en gevangenen. Met andere woorden, alle mensen die op één of andere wijze in ongelukkige levensomstandigheden verkeren. De rijken, de bezitters bevinden zich volgens Lucas op een doodlopende weg. Deze rijken moeten volgens Jezus hun hele bezit verkopen en uitdelen aan de armen. Maar ook tegen zijn leerlingen zegt Jezus dat ze een deel van de opbrengst van hun bezittingen moeten geven.
De heilige Ambrosius schreef de kern van de zaligsprekingen neer in enkele prachtige regels: "Maar wee u, rijken, u hebt uw troost al binnen. Geld als water mag veel verlokkingen inhouden om zonden te doen, toch liggen er ook heel veel uitdagingen in vervat om deugden te beoefenen. Deugd heeft geen financiële ondersteuning nodig en de bijdrage van een arme is prijzenswaardiger dan de gulheid van een rijke. Toch veroordeelt Jezus niet degenen die rijkdom bezitten, maar hen die er geen gebruik van weten te maken. Want een arme verdient extra geprezen te worden als hij spontaan een gulle bijdrage geeft, zich niet door dreigend gebrek laat afremmen. Precies zo kan men het een rijke extra kwalijk nemen als hij God niet bedankt zoals het hoort voor wat hij ontving, maar in plaats daarvan zijn vermogen, dat voor het algemeen nut was bestemd, afschermt en wegstopt. Niet op het vermogen richt zich de kritiek, maar op de houding daartegenover. Een hebzuchtig hart houdt het hele leven de wacht in een staat van alarm, een veiligheidsbeleid waar men medelijden mee kan hebben, de ergste kwelling die te bedenken valt; dat alles om in angst en beven ongedeerd te bewaren wat alleen maar gaat bijdragen aan de winsten van zijn nakomelingen. Desondanks vindt het hunkeren naar altijd meer, en de passie van de hebzucht, voldoening in dit zinloos genot. Zo vinden mensen dan ook troost in het leven van nu, maar de beloning in het eeuwig leven raken ze kwijt."
Waarom noemt Jezus de armen zalig ? Omdat Jezus de armen wil tonen hoezeer zij hem ter harte gaan. Neen, de armen hebben helemaal geen aparte morele verdiensten of een bijzondere religiositeit. God wil zich tonen als koning van de minsten die de mensen bevrijdt uit armoede, onrecht en onderdrukking door de machtigen.
De voorliefde van God voor de armen en zondaars kunnen we omschrijven aan de hand van volgend voorbeeld. In een gezin waar er meerdere kinderen zijn, waaronder één met een handicap, zal de liefde van de ouders vaak niet functioneren volgens het principe "voor iedereen gelijk", maar wel volgens de regel "voor de minste het meest". Het ligt namelijk in de aard van de liefde te willen compenseren wat de natuur of de cultuur zo ongelijk toewijzen aan de mens. Misschien mogen we zeggen dat in vele gevallen precies de voorkeurliefde voor de zwakste bewijst dat de ouders echte liefde koesteren voor hun kinderen, en wel voor ieder kind. Dit beeld wordt nog duidelijker waar Jezus zondaars ontmoet: doordat hij hen aanvaardt en vergiffenis schenkt, laat God zich als de Vader kennen, de onuitputtelijke bron van menslievendheid. Zoals Ambrosius reeds vermeldde, betekent het evangelie geen sterke veroordeling van allen die rijkdom bezitten. Het betekent voor hen wel een forse waarschuwing, en een oproep tot ommekeer. Het is niet voldoende een bijdrage te doen voor één of ander goed werk. Neen, willen zij aanspraak maken op het Rijk van God, dan zegt Jezus dat zij hun hele bezit moeten verkopen en uitdelen aan de armen, bereid zijn zich los te maken van hun bezit en te geven aan wie erom vraagt.
Tot besluit kunnen we zeggen dat deze vier zaligsprekingen en deze vier verwensingen geen eenvoudige tegenstelling scheppen tussen arm en rijk, maar wel tussen de leerlingen van Jezus enerzijds, en de tegenstanders van Jezus langs de andere kant. De honger naar welvaart en welzijn mag voor niemand, noch voor de arme noch voor de rijke, de ultieme drijfveer zijn voor het leven. Als alles draait rond "hebben", draait heel veel uit op "pakken". Wie echt gelooft, arm of rijk, wacht nog op iets anders. Hij heeft honger overgehouden. Zijn hart verlangt nog iets. Want het hart van ieder mens blijft onrustig, zolang het niet tot rust komt in Gods genegenheid. Met hen die komen met volle handen, weet Jezus niet wat hij moet aanvangen. Jezus vult alleen lege handen. Aan hen behoort het koninkrijk. Amen.

Henk Corluy