Artikelindex

33ste Zondag door het Jaar

Misschien eerst een opmerking vooraf: Omdat het dit weekend weer het tweede weekend van de maand is, hebben we gisteren weer een echte kinderviering gehouden. En omwille van een zekere gemakzucht, luiheid zou ik het niet durven noemen, maar laten we het maar houden op “omwille van efficiëntieredenen” heb ik slechts 1 homilie voorbereid, waarvan ik opnieuw hoop dat jong en minder jong er toch iets aan hebben.
Om te beginnen ga ik jullie iets vertellen, beste mensen, waarvan ik bijna zeker ben dat een gedeelte onder jullie dat nog niet weten. Het is bijna Nieuwjaar. Of anders gezegd, we bevinden ons nu in de eindejaarsdagen. Nu zie ik jullie denken: die Henk, ofwel is die zat, ofwel is die zot, ofwel heeft die een slag van de molen gekregen. Oudjaar, Nieuwjaar, dat is pas over anderhalve maand. Welnu, ik ben niet zat, ik ben niet zot, en ik heb ook geen slag van de molen gekregen. Ik heb jullie wel een klein beetje misleid.   Jullie denken natuurlijk aan een kalenderjaar, dat loopt van 1 januari tot 31 december. En jullie kennen natuurlijk ook allemaal een schooljaar, dat loopt van 1 september tot 30 juni. Maar er is ook het kerkelijk jaar, het liturgisch jaar, om het mooie woord te gebruiken. En dit kerkelijk jaar begint steeds met de eerste zondag van de advent, dit is dus over 2 weken. En dit betekent ook dat volgend weekend, met het feest van Christus Koning, het laatste weekend is van het kerkelijk jaar.
Trouwens over volgend weekend gesproken. Volgende zaterdag is het weer een zeer bijzondere viering. We vieren dan de naamopgave van onze jongeren die op 1 mei hun vormsel zullen doen. Al die jongeren komen dan voor heel de kerk hun naam zeggen, en, ook al zeg ik het zelf, dit is altijd weer een zeer mooie, intense viering. Bij deze zijn jullie dan ook allemaal van harte uitgenodigd om deze viering bij te wonen.
Maar laten we dan eens terugkeren naar het evangelie dat we zojuist gehoord hebben. Je zou eigenlijk mogen verwachten dat het er wat vrolijk en opgewekt zou aan toe gaan, zo op het einde van het kerkelijk jaar. Net zoals we ook vrolijk zijn en feest vieren omdat het Nieuwjaar is of omdat het schooljaar gedaan is en de vakantie kan gaan beginnen. Maar niets is minder waar. We horen Jezus spreken van verwoestingen, hevige aardbevingen, hongersnood, oorlogen. Jammer genoeg allemaal vreselijke dingen die we vandaag nog steeds meemaken. Maar tegelijk zegt Jezus ons ook: we moeten blijven getuigenis afleggen, en we moeten standvastig zijn in ons geloof.
Niet gemakkelijk, is het niet? Wat wil Jezus daarmee bedoelen? Ik denk dat hij het volgende hiermee wil zeggen: Mensen vandaag, die kunnen bijna alles. We kunnen naar de maan vliegen. We kunnen met andere mensen die heel ver weg zijn, toch contact hebben via telefoon en mail. We kunnen met de auto in een tunnel onder de zee rijden. We bouwen wolkenkrabbers van 1 km hoog, stel je eens voor. Er zijn robots, die heel veel taken kunnen uitvoeren. En ga zo maar door. Maar, betekent dit dat alle mensen vandaag gelukkig zijn? Helemaal niet. “Alles kunnen”, “een superster zijn in de sport- of muziekwereld”, “heel rijk zijn om alles te kunnen kopen wat je maar wil”. Dit is geen garantie of geluk. Er is meer nodig. We kennen allemaal mensen die het heel moeilijk hebben, ook al hebben ze niet te maken met hongersnood of armoede of geweld. En zie maar hoeveel popsterren er niet zijn die verslaafd zijn aan alcohol of andere dingen, omdat ze zich doodongelukkig voelen.
Er is meer nodig om echt gelukkig te zijn. En hierbij kan Jezus ons helpen. We mogen het goed hebben, ’t is plezant dat je een spaarvarkentje hebt waar wat centjes inzitten, we zijn blij dat we genoeg te eten hebben. Maar echt gelukkig worden we pas, wanneer we niet alleen naar onszelf kijken, maar wanneer we dit alles kunnen delen met andere mensen. Wanneer we weten dat we op die manier ook andere mensen blij en gelukkig kunnen maken.
Hoezeer onze huidige wereld ook voorziet in zovele behoeften, de mens zoekt toch steeds naar een dieper fundament. De mens blijft een zoeker naar een diepere relatie. En voor ons christenen, is dit ook een stuk zoeken naar de levensbron, de bron die wij God mogen noemen.

Henk Corluy