Artikelindex

CHRISTUS KONING  - 20 november 2011

Goeiemorgen lieve mensen,
Vandaag is het het feest van Christus Koning! De laatste zondag van het kerkelijk jaar. Misschien een moment om eens terug te blikken…
Het evangelie zegt ons vandaag: “Wat ge doet aan de kleinsten, dat hebt ge ook aan Mij gedaan.”
Jezus beschrijft daarbij de barmhartigheden. Ik overloop ze met u. We kunnen ze telkens letterlijk nemen of interpreteren.
- “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven.”
Hebben wij het voorbije jaar hongerigen gevoed? Dat kunnen naasten zijn of vreemden.. Of ben je ingegaan op iemand die honger had naar vriendschap? Of waren je daden misschien een antwoord op iemands honger naar gerechtigheid?
- Ik had dorst en gij gaf mij te drinken.”
Misschien gaf je effectief iemand water te drinken die het werkelijk nodig had. Of had iemand misschien dorst naar Levend Water en vertelde je hem of haar over de Heilige Geest?
- En dan: “Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen.”
Hebben we het voorbije jaar iemand in ons hart opgenomen die eerst een vreemdeling was? Misschien een uitgestotene? Of iemand die niet helemaal in het plaatje van de maatschappij past?
- “Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.”
Had misschien iemand in jouw omgeving warmte nodig? Zorgde je misschien voor een hartverwarmende ontmoeting?
- “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht.”
Hebben we aandacht besteed aan onze zieken dit jaar? Fysiek zieken of mentaal zieken…
- “Ik was gevangen en gij hebt Mij bezocht.”
Misschien heb je wel een werkelijk bezoek aan de gevangenis gebracht. Of misschien voelde iemand zich opgesloten in zichzelf, in zijn of haar huis of was die iemand misschien gevangen door negatieve gedachten.
Wat je doet aan de kleinsten, dat heb je aan Mij gedaan.
Ik wil hier toch nog even verder op in gaan vanuit mijn eigen ervaring.
Op een bepaald moment in mijn leven vond ik mezelf goed bezig als christen. Ik was namelijk heel veel bezig met het helpen van mensen rondom me. Maar ik hielp zò de anderen dat ik mezelf en God voorbijliep. Achteraf besefte ik dat ik anderen hielp om mijn gevoel van eigenwaarde te versterken.
Mijn helpen was niet gebaseerd op een evenwaardige relatie. In feite keek ik neer op de anderen of op mezelf. ’t Is maar hoe je ’t bekijkt.
Wat ik wil zeggen, is dat er ook een valkuil is bij deze barmhartigheden. Weet dat je zowel tot de groep behoort die drinken geven, kleren geven, zieken bezoeken als tot de groep van de allerkleinsten! Ook jij kan honger hebben, dorst hebben, ziek zijn…
De twee groepen zijn evenwaardig aan elkaar!
Helpen kan je niet van op een voetstuk. Helpen doe je vanuit je hart met respect voor je medemens. Het gaat om een ingesteldheid, een manier van zijn, het doen staat niet per se centraal, wèl de manier waarop je het doet.
Helpen begint vanuit een positieve relatie met jezelf en met God. Pas dan kan je werkelijk barmhartig zijn…

Dorien Vanbel