Artikelindex

33ste ZONDAG door het jaar - 13 november 2011

Het zal u wel niet verrassen dat er in het evangelie van vandaag één bepaalde zin in dit verhaal van de drie dienaars wel is blijven hangen. Die Heer, die terug kwam van zijn reis, zegt tot de luie dienaar:” je had mijn geld dus naar de bankiers moeten brengen en dan zou ik het met rente hebben opgevraagd”.
In de vertaling die ik gebruikt heb, is er sprake van vijf duizend goudstukken, wat overeen zou komen met vijf talenten. Omgerekend in euro zou één talent 1 miljoen euro zijn .
Aan deze zin uit het verhaal merk je dan wel hoe dit tijdsgebonden is: hoe waren die bankiers in Jezus’ tijd? En hoe rijk stelt Jezus die man wel voor die op reis gaat? Het is natuurlijk wel een gelijkenis.
Die luie dienaar zegt dan ter verdediging o.a.: “ik was bang…” zo vraag ik mijzelf af of angst soms mij ook tegenhoudt om te werken met gekregen talenten, talenten staat dus duidelijk voor “gaven van God om mee te werken Zouden mensen die zich beroepen op geboden en verboden om niet echt te werken met hun talenten ook niet bestaan?
Wij gebruiken het woord talent in de betekenis van een aanleg of een gave van nature,  maar voor Jezus is dat in die parabel duidelijk een verwijzing naar een gave van God.
Kan je bv. zeggen dat de president van Europa rijker aan gaven is dan een monnik die in stilte en gebed zijn leven doorbrengt in een abdij? Kan je bij jezelf merken wat jij hebt meegekregen om mee te werken?
Maandelijks ga ik op bezoek bij een vrouw die in februari volgend jaar 93 jaar wordt en die van haar 5°jaar verlamd is. Ze moet haast bij alles geholpen worden. Ze kan alleen in een speciale stoel zitten of op haar bed liggen. Bij mijn laatste bezoek zei ze dat ze nog 36 kg. woog. Ze heeft pijn in heel haar lichaam en wordt blind en doof. Geestelijk is ze nog helemaal gezond en ze heeft een geweldig geheugen.
Ze vraagt zichzelf vaak af wat nu toch de zin van haar leven is en bidt elke dag om de kracht te krijgen haar kruis te dragen. Wat zijn haar talenten?
Bij een eerder bezoek vertelde ze dat een verzorgster haar in bed kwam leggen en zei:” mijn diensttijd zit er bijna op en dan moet ik thuis nog gaan koken voor mijn gezin.” Waarop Anna reageerde:” moeten?...gij kunt dat, ik heb dat nooit gekund”. Waarop die verzorgster reageerde: “ik heb dat nog nooit zo bekeken”.
Voor Anna is dat heel gewoon, ze noemt zichzelf een frank blad. Maar hoeveel mensen zou zij al niet hebben doen nadenken in haar lange leven en is dat niet werken met een talent?
Ik denk dat wij mensen het best met onze talenten werken als we wat doen of laten, zeggen of zwijgen, al naar gelang wie we zijn en als we het van onszelf maar heel gewoon vinden dat we zus of zo handelen.
En dan denk ik nu terug aan de eerste lezing, die een loflied is op een goede vrouw.:” wie zal haar vinden?” Ook in de spreuken staat een zinnetje dat bij mij blijft hangen: “ze is altijd aan het spinnen of aan het weven”. Hopelijk worden we nooit gewoon aan mensen die ons blijven verbazen en durven we er in geloven als wij al eens iemand anders verwonderd doen opkijken.
Bij mijn laatste bezoek aan Anna zegde ze dat ik mijn vrouw moest bedanken omdat ze me enkele uren wilde missen om haar te komen bezoeken…Iemand dus die me blijft verbazen.

Guido Van Hove