Artikelindex

PINKSTEREN. - Zoals de Geest hun ingaf - 12 juni 2011

Onze kranten zijn weer dikker geworden: het blijk dat er nog nooit zoveel vacatures geweest zijn bij de VDAB. En wat vind je altijd bij zo’n werkaanbieding voor een toekomstig medewerker? Een profiel, of een taakomschrijving. Even een greep uit de verwachtingen: in team kunnen werken, leiding kunnen geven, een voertuig kunnen besturen, vertrouwd zijn met de computer, bereid zijn bijscholing te volgen, werken met flexibele uren, en talenkennis is altijd meegenomen.
Soms staat er ook bij: loon volgens barema, of, als het om een trapje hoger gaat, “salaris overeen te komen”.
En ergens heb ik ook een heel speciaal profiel gevonden, luister maar:  “Kunnen helen wat gewond is, één maken wat verdeeld is, recht maken wat krom is, soepel maken wat verstard is, zuiveren wat vervuild is, vochtig maken wat uitgedroogd is, genezen wat bedorven is,  verwarmen wat verkild is, nieuw maken wat verouderd is, opbouwen wat vervallen is en ja, ook blijvende vreugde kunnen bezorgen”. Maar een bezoldiging kwam niet ter sprake.
Kortom, een allesdoener, een alleskunner, een allesdurver, zeg maar een ‘superhandige Harry’.
In welke krant ik dat gevonden heb? Nee, niet in een krant,  ik vond het in de liturgie van deze Pinksterdag.
En is er dan wel iemand te vinden met al die kwaliteiten en is die wel betaalbaar? Geen nood, de vacature is allang  ingevuld: deze ‘multifunctionele, polyvalente medewerker is niemand minder dan de Heilige Geest. En ja, de functie is onbezoldigd, de Geest is ons door Jezus beloofd en gezonden, totaal gratis!
Op Pinksterdag gedenken wij dat grote moment van zijn komst. We lezen in de Handelingen: “Plots kwam er uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak, en er verscheen hun iets dat op vuur geleek”. Storm en vuur wijzen in de bijbel op Gods nabijheid, een moment van gods- openbaring.  Maar het blijft daar niet bij: de Geest jaagt de nog zo bange leerlingen letterlijk de straat op. Geen vrees meer voor de Joden, de Geest doet hun angst overgaan in vreugde, en hun verslagenheid in vrijmoedigheid, en ze beginnen te spreken ‘zoals de Geest hun ingaf’. Ook mensen uit vreemde streken merken dat er iets ongewoons aan de hand is en vanuit de gedrevenheid van de apostelen voelen zijn aan dat er hier een boodschap op te rapen valt die ook voor hun leven een betekenis kan hebben.
Maar voor ons, die van op een afstand toekijken, hoe zit het vandaag? Krijgt die goddelijke stormwind voldoende kans in onze Kerk, in onze plaatselijke geloofsgemeenschappen, in ons eigen leven?  Is ons luisteren naar de Schrift en ons vieren rond brood en beker  waarachtig genoeg om de gave van Gods Geest kansen te geven? Luisteren wij, laten wij ons leiden door wat Hij ons influistert?  En zijn wij voldoende opmerkzaam om te herkennen wat Hij rondom ons in anderen bewerkt en uitstraalt? Laten wij ons door Hem aansporen om te durven geloven, hopen en liefhebben? Hoe gaan wij om de opdracht om vergeving en  van verzoening tussen mensen  aan te moedigen? Hoe kunnen wij Hem kansen geven in de opbouw van onze plaatselijke geloofsgemeenschap?
Want de Geest gebeurt in mensen die  in dezelfde geest leven en samenwerken. In de evangelies zien wij hoe Jezus werkte, wat Hij zegde en deed, hoe Hij aantrekkelijk en meeslepend mensen kon in beweging brengen. Waar wij zijn geest ruimte geven kan er eenzelfde gemeenschap groeien, even hartverwarmend als toen. Luisteren naar de Geest brengt mee dat we gevoeliger worden voor wat Hij bewerkt: Hij leert ons bewust omgaan met onze fouten en tekortkomingen, opent onze ogen, en ons hart en laat ons onontgonnen werkterreinen ontdekken.  Opmerken hoe er in soms moeilijke omstandigheden toch vrijwilligers aan ’t werk gaan. Wat dreef een Pater Damiaan  om zich in te laten met melaatsen aan de rand van de maatschappij, wat drijft mensen vandaag om te gaan werken in landen met een grote achterstand? Om zich het lot van aidspatiënten en druggebruikers aan te trekken, om het op te nemen voor vluchtelingen.  Om zich in te zetten ten dienste van hun eigen gemeenschap? Toch niet om een riant loon te ontvangen, maar wel omdat ze zich geraakt weten door dezelfde Geest. Hij helpt ons om wat belangrijk is te kunnen onderscheiden van wat bijkomstig is. Wij willen werken aan eenheid, zonder uniformiteit te willen opdringen, want we hebben oog voor het verschil en het anders zijn van mensen.
Een geloofsgemeenschap helpen opbouwen is lang niet gemakkelijk, zeker niet als geloven op zich niet meer vanzelfsprekend is.
Maar bij zijn afscheid had Jezus een ondersteunende boodschap voor zijn leerlingen: “Vrede zij u, wees maar niet bang”. En we lezen dat de leerlingen vervuld waren van vreugde. Moge hun vreugde ook voor ons aanstekelijk werken!

Bert Taeymans