Artikelindex

Vierde Paaszondag . - De Goed Herder 15 mei 2011

De Goede Herder 14 – 15 mei 2011
Vandaag is het de zondag van de Goede Herder – één van de mooiste parabels uit het evangelie. Ik denk dat ook de Kerk heel veel van deze parabel houdt; want ieder jaar op de vierde paaszondag leest men in het A en b en C jaar dit verhaal.
Vandaag legt Johannes de nadruk op het vertrouwen dat de schapen hebben in hun herder. Zoals we konden horen in de tussenzang:
             God is de herder die waakt over mij
             die mij geleidt naar de groenende weiden
             God is mijn herder mij altijd nabij
             om mij naar vredige waat’ren te leiden.
In volgend deel voor het B jaar maakt Jezus een toepassing op zichzelf “Ik ben de deur” Tot slot zegt Jezus dat wie Hem volgt in eeuwigheid niet zal verloren gaan.
Als wij de schapen zijn hoeven we niet de indruk te krijgen dat we als gewillige beestjes achter iemand aanlopen. Onze herder volgen wil zeggen: luisteren naar Zijn stem. Wat heeft Jezus ons te zeggen? Op wat legt Hij de meeste nadruk: bemin je naaste als jezelf.
Tijdens de vastenperiode, die maar juist achter ons ligt, werden we aangespoord om dit te bewijzen door meer aandacht te besteden aan mensen in nood. We werden met onze neus op de gruwelijke feiten gedrukt dat in Rwanda nog zoveel jonge moeders en baby’s streven bij gebrek aan hygiëne en de nodige accommodatie. Graag wil ik u hier reeds danken in naam van Leu en Claudine voor uw milde bijdragen voor hun werk Impore.
Door de omhalingen tijdens de vasten en Pasen, de inkomsten van de solidariteitshapjes, het sobermaal, de bijdrage van de mensen van ontmoeting en een gift van v.z.w. Zaaltje konden we €3000 overmaken aan Rwanda plus nog meer dan €700 aan de Broederlijk Delen nationaal.
In september zullen we een gedetailleerd overzicht krijgen over het gebruik van de gelden en foto’s van hun werk.
Maar wat houdt deze mensen recht? Wat doet hen altijd weer terug opstaan om de hand aan de ploeg te slaan? Dat is de HOOP. De hoop dat het volgend jaar beter zal gaan, dat hun volgende baby niet zal sterven.
Graag zou ik u een tekst willen lezen van Charles Peguy.

'Het kleine meisje hoop'
Het geloof waar Ik het meest van hou, zegt God, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig,
in de zon en de maan en de sterren aan de hemel
en in 't gewemel van de vissen in de rivieren,
en in alle dieren, en in het hart van de mens, zegt God,
dat het diepste is en het meest in het kind
dat het liefste is dat Ik ooit heb geschapen.
In alles wat boven en onder is ben Ik zo luisterrijk aanwezig;
dat geloven, zegt God, in Mijn ogen geen wonder is.
Ook liefde verwondert Me niet, zegt God.
Er is onder de mensen zoveel verdriet,
soms niet te stelpen, dat je toch vanzelf ziet hoe ze elkaar moéten helpen.
Ze zonden wel harten van steen moeten hebben als ze voor een, 
die tekort heeft, het brood niet uit hun mond zouden sparen.
Nee, liefde, zegt God, dat verwondert Me niet.

Maar wat Me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben Ik van ondersteboven.
Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze geloven dat het morgen allemaal omslaat.
Wat een wonder is er niet voor nodig
dat zij dat kleine hoopje hoop
nooit als overbodig ervaren maar met voorzichtige gebaren
in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer wankelt en dreigt neer te slaan
maar altijd weer weet op te staan en nooit wil doven.
Soms kan Ik Mijn eigen ogen niet geloven.
Geloof en liefde zijn als vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen
en iedereen denkt: die vrouwen houden
haar bij de hand die wijzen de weg.
Maar daarvan heb Ik meer verstand,
zegt God, Ik zeg: het is dat kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
hun heen en weer geloop licht en richting geeft.
Want het is dat kleine meisje hoop
je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
het is dat kleine meisje hoop
dat de mensen zien laat, zien soms even,
wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar Ik het meest van hou,
de liefde waar Ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert Me niet.
Liefde dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is haast niet te geloven.
Ikzelf, zegt God, Ik ben ervan ondersteboven.

Frans Van Bladel s.J. , naar Charles Péguy

Laat ons die hoop koesteren, bewaren in ons hart en bidden opdat we met velen, via die hoop, een deur mogen zijn, en op onze beurt een goede herder voor vele mensen, dicht bij ons maar ook over heel de wereld.
Amen.

Paula van den Eynde