Artikelindex

Witte Donderdag. - 21 april 2011

Vanuit Betanië had Jezus Petrus en Johannes vooruit gezonden om alles in gereedheid te brengen voor het vieren van de sederavond, het paasmaal. Later op de avond zou Hijzelf met de anderen volgen. Het zou een heel bijzondere avond worden, de laatste die Hij op aarde met zijn leerlingen zou doorbrengen. “Vurig heb Ik ernaar verlangd dit paasmaal met u te eten, eer de tijd van mijn lijden aanbreekt”, lezen wij bij Lucas. Misschien had Jezus gehoopt uit dit samenzijn kracht te kunnen putten voor wat nog komen moest. Zijn zending van zijn Vader naar de mensen toe liep ten einde, nu volgt een keerpunt: van bij de mensen zal Hij nu naar de Vader terugkeren.
Maar net op die laatste dag van samenzijn ruziën de leerlingen om de eer. Lucas vertelt verder “Er ontstond onenigheid onder de leerlingen over wie wel de belangrijkste was”. Bitter weinig moeten zij van zijn boodschap begrepen hebben. Leek het er niet op of heel zijn leven een maat voor niets was geweest, een totale mislukking?
Het moet Hem wel pijn gedaan hebben na al die tijd van samen optrekken. Dit laatste samenzijn wordt nu het brandpunt van ontluistering en ontlediging voor Jezus, en Hij vernedert zichzelf nog meer. Want in een verrassend gebaar gaat Jezus nog verder: Hij wast de voeten van zijn leerlingen. Voor hen  ongehoord, ondenkbaar, dat was toch het werk van een slaaf! Verbijsterd reageert Petrus dan ook en hij roept: “Dat kunt U niet doen!” maar Jezus gaat door. Hij wast de voeten van Petrus, vandaag in vuur en vlam, morgen zal die Hem verloochenen. En Hij wast de voeten van Matheus, die als tollenaar een rijk man was geweest  en toen allicht dienaars had die op een vingerknip toesnelden en neerbogen. Maar vanavond is het de Meester zelf die neerknielt. En ook de voeten van Jakobus en Johannes, de ‘donderzonen’, hun moeder had kort voordien Jezus nog bij de arm genomen, kwestie van voor haar zonden een goed plaatsje te regelen in het komende koninkrijk. En ook die van Judas, klaar om Hem enkele uren later met een kus te verraden! Een raar stel, zijn we geneigd te denken, had Hij zijn leerlingen niet beter moeten screenen? Maar is het niet zo dat ze eigenlijk een afspiegeling vormen van heel gewone mensen, waarin we onszelf ook hunnen herkennen?  Maar in de liefde cijfert Jezus zichzelf helemaal weg. “Wie onder u de eerste wil zijn, moet zijn als een dienaar”. Wie Jezus in zijn eigen leven herkenbaar wil maken, moet zichzelf kunnen los laten.
De hoofdschotel op de sederavond was een éénjarig lam, de herinnering aan het moment toen de Joden vertrekkensklaar moesten staan voor de uittocht uit Egypte. Hier dus een oproepen van het verleden, maar voor Jezus wijst het naar de heel nabije toekomst, naar morgen, dan zal Hijzelf het zwijgende lam zijn dat naar de slachtbank wordt geleid. Ieder jaar ging de hogepriester het heiligdom binnen om de verbondsark te besprenkelen met het bloed vaan het lam, morgen zal Jezus het heiligdom binnengaan met het offer van zijn eigen bloed.
Maar Jezus wil zich ook blijven geven, Hij wil bij ons blijven. Waarom kan een kind zijn ouders geen kostbaarder geschenk geven dan een zelfgemaakte tekening? Omdat het er iets van zichzelf heeft in gelegd. Jezus kan ons geen waardevoller geschenk achterlaten dan zichzelf weg te geven: gave en gever vallen hier samen in de eucharistie. In het gebaar van het breken van het brood loopt Hij al vooruit op morgen, breekt Hij zijn eigen lichaam. “Blijf dit voortaan doen om Mij in herinnering te brengen”, voegde Hij er aan toe, en “Heb elkander lief zoals Ik u heb liefgehad”. En dat is meteen een dubbele opdracht. Hij vraagt ons in verbondenheid met Hem te leven én in verbondenheid met elkaar. Het ‘gegeven zijn’ te beleven  zoals Hij het heeft voorgeleefd. Hij vraagt ons altijd bereid te zijn elkaars voeten et wassen en deel te nemen aan zijn gedachtenisviering.
Morgen zal alles in vervulling gaan. “Alles wat over Hem geschreven staat, gaat Hij volbrengen”, zingen wij. Het kruis zal niets veranderen aan zijn verbondenheid met de Vader. In de 2de eeuw schrijft bisschop Mileto van Sardes: “Hij werd op het kruis niet gebroken. Hij is het die met velen, veel doorstond: die in Abel werd vermoord, in Isaak op het hout gebonden werd, in Jakob gezworven heeft, in Jozef verkocht werd, in Mozes te vondeling gelegd, in David vervolgd en in de profeten onteerd werd”,
En dat kunnen wij aanvullen uit onze eigen ervaring: zoveel mensen die te lijden hebben, moeten buigen onder geweld, misbruikt of vervolgd worden.
Toch gaat het niet om een uitzichtloos gebeuren, het is een doorgang naar Pasen: Hij die van de Vader uitgegaan is naar mensen, komt nu op het keerpunt om, na zijn zending bij de mensen, weer te keren naar zijn Vader.
De eerste vorm van geloofsbelijdenis en erkenning klonk bij de eerste christen gemeenschappen als: “Jezus is de Heer”, waarmee zij erkenden dat Hij nu in Gods heerlijkheid een plaats had gekregen. Als wij de Levende Christus willen ontmoeten, moeten wij onszelf klein kunnen maken en neerknielen, dankbaar omdat Hij ons ook in onze dagen nabij wil zijn. Dan kunnen ook wij in diepe vreugde erkennen: “Jezus is de Heer”

Bert Taeymans