Artikelindex

9 de Zondag door het jaar - 6  maart ' 2011 - A cyclus - Zand of Rotsgrond?

Tweemaal kregen we deze zondag het slot van een toespraak te horen.
In de eerste lezing is het Mozes die zijn toespraak afrondt bij gelegenheid van de verbondsvernieuwing rond de ark: een soort reliekschrijn waarin volgens de traditie de stenen tafels van de Sinaï bewaard werden. Het verbond is een aanbod dat je kunt aanvaarden of afwijzen, maar voor Mozes is menselijk geluk alleen te vinden binnen de ruimte die God geeft en krijgt.
In het evangelie vonden we een soort nawoord bij de bergrede.  Jezus had eerder al afgesloten met de woorden: “Al wat je wilt dat de mensen voor jou doen, doe dat ook voor hen. Dat is wet en profeten” Zo staat het er. Maar in ons taalgebruik hebben we dat  negatief gemaakt en daardoor eigenlijk al wat afgezwakt: wat je niet wilt dat de mensen jou aandoen, doe dat ook niet voor hen. Maar dat gaat eigenlijk al heel wat minder ver.
Maar goed, Jezus zegt: dat is wet en profeten, dus de gehele Joodse achtergrond. De wet: dat is, naast wat gegeven is en vastligt, ook de bewaarders ervan: de schriftgeleerden, de Farizeeën, de traditie, de rituelen; en de profeten: die staan voor de geest, de gedrevenheid, het inspelen op wat zich voordoet. Tussen de twee polen zit er in Jezus’ optreden een zekere spanning, en vinden we die ook niet terug in onze Kerk vandaag? De spanning tussen de officiële Kerk, het instituut, en anderzijds de beleving en het aanvoelen binnen de brede geloofsgemeenschap? Beide hebben hun eigen inbreng, hun eigen benadering en accenten: ze kunnen elkaar aanvullen.
Twee dingen zijn van belang: er is onze inzet, maar er is ook het spel van genade. God kan ons maar nabij zijn als wij in zijn nabijheid willen vertoeven. Hoe? Door  gerechtigheid in onze levenswijze in ons leven na te streven en vorm te geven. De basis hiervoor werd gelegd bij ons doopsel: samen met de Geest die we toen kregen kunnen wij nu verder bouwen.
Vandaag geeft Jezus ons enkele criteria mee die ons kunnen begeleiden op onze zoektocht door het leven: welke weg kunnen wij best kiezen? Welke boodschap kunnen wij vertrouwen, welke profeet zet voor ons waardevolle bakens uit? Kijk naar het resultaat, zegt Hij. Aan hun vruchten, aan hun werken zult gij ze kennen.
Niet wie met veel omhaal van woorden spreken of bidden, of de naam van de Heer voortdurend op de lippen hebben, of zelfs wie duivels uitdrijven bieden een garantie om de weg naar het koninkrijk der hemelen  open vinden, want hun houding ligt niet in de lijn van de zaligsprekingen. Vergelijk met wat Paulus aan de Korinthiërs schrijft over de liefde: ik mag dan al hemel en aarde verzetten of heel mijn bezit uitdelen en heb ik de gave van de profetie:  zonder liefde maakt het allemaal niets uit.
De lijn van de zaligsprekingen doortrekken, dat wil zeggen: werken aan gerechtigheid. Dat betekent solidair zijn met armen, hongerigen en dorstigen,  zieken en gevangenen. Of, om het nawoord van de bergrede terug voor de geest te halen: wat je aan de minsten van de mijnen niet gedaan hebt, dat heb je ook aan Mij niet gedaan. Wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doe dat ook voor hen. Dat is de wil doen van de Vader in de hemel.
Aanvankelijk en gemakkelijk succes bieden helemaal geen zekerheid, geen houvast. Pas als de storm uitgeraasd is zul je zien of het huis gebouwd was op stevige fundamenten of op louter zand.
Net voor we de vasten ingaan en we stap voor stap de weg volgen naar passie en Pasen toe, staan we voor de keuze, de splitsing van de weg. Wordt het de weg van de gemakkelijke, een beetje toeristische wandeling, of de eerder wat moeizame tocht met meer inzet en inspanning, maar bewogen door de Geest?  De weg van de zoekers  naar gerechtigheid en vredestichters? Of die van het begaan zijn met zichzelf en het voldoen aan de eigen kleinste dromen en verwachtingen? Wat zal het worden? Zand, of rotsgrond? Aan hun vruchten zult Gij ze kennen!
De weg naar het Koninkrijk der hemelen moet vertrekken van een stevige basis.

Bert Taeymans