Artikelindex

7de Zondag door het jaar - 20  februari ' 2011 - A cyclus

In de tijd van het Oud Testament was de wet der vergelding van kracht : ‘oog om oog, tand om tand’. Hoewel dit voor ons hard klinkt, was dit strafrecht voor die tijd een ware vooruitgang ten opzichte van een steeds toenemende wraak tussen families of clans.
Anderzijds bestond er toch ook al een voorschrift dat de Joden aanzette tot naastenliefde : ‘gij zult uw naaste beminnen’. De ‘naaste’ van de Joden  betekende toen ‘andere Joden’, maar toch ook al de immigrant, die gelijke rechten had verworven. In de lezing van Leviticus staat : ‘ Wees heilig, want Ik,  de Heer uw God, ben heilig… Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben de Heer.’ Met andere woorden : als volk behoren jullie Me toe en daarom moet jullie gedrag naargelang zijn.
In de lezing van Paulus lezen we : ‘dat we eerst dwaas moeten worden volgens de wereld, om in staat te zijn Gods wijsheid te begrijpen.
Dat blijkt uit de toespraak van het evangelie van vandaag.
Jezus brengt de wet van Mozes tot een nieuw en tot dan ongehoord hoogtepunt.
Als houding tegenover het aangedane onrecht predikt Hij niet alleen geweldloosheid, maar zelfs meer: de andere wang toekeren, ook het bovenkleed geven, één mijl meer meestappen….
En de vijand moeten we beminnen en voor onze vervolgers bidden.
Zulke houding ligt niet goed in de markt de dag van vandaag.
Inderdaad, wie zou zijn kinderen zo’n raad meegeven? Moeten we ze niet weerbaar maken? Ze leren op te komen voor zichzelf?
Moeten we niet verhinderen dat er van ons geprofiteerd wordt? Onrecht aanklagen liever dan het lijdzaam te ondergaan?
Zulke houding is menselijk en maatschappelijk gerechtvaardigd.
Maar het gaat hier om iets anders.
Het gaat hier om Gods kijk op de zaak, het bovenmenselijke dus.
Misschien zijn we er ons niet van bewust, maar, eigenlijk passen we dit princiep van ‘een stapje meer’, een risico nemen, zelf vaak toe.
Als leerkracht heb ik menig keer ‘gekozen’ de uitleg van de jongeren te ‘geloven’, al vermoedde ik dat ze logen, of nog, ‘besloten’ om hen mijn vertrouwen te schenken, ook al zou dit waarschijnlijk worden misbruikt.
Dat doen jullie ook, als ouder, als partner, als vriend, of niet soms?
Telkens we een aalmoes geven en er een woordje en een glimlach aan toevoegen, zelfs als het geld zal gebruikt worden om alcohol te kopen.Telkens we geld lenen, heel goed wetend dat we het nooit meer zullen terugzien.
Waarom doen we dit? Omdat we, door het risico te nemen iemand te vertrouwen, we deze mens een nieuwe kans geven om te groeien, om een andere weg te kiezen, om slechte gewoonten af te leren.
In ‘Les Misérables’ van Victor Hugo geeft de bisschop aan Jean Valjean nog een zilveren schaal bovenop de kandelaars die hij van hem had gestolen. Dit wordt voor Jean Valjean een punt van bekering. Van nu af aan zal hij alleen nog het goede doen.
 Jezus’ leven staat bol van zulke bekeringen, ten gevolge van een gebaar van liefde of vertrouwen.
Hetzelfde geldt voor het beminnen en bidden voor uw vervolger. Ik weet niet weer over wie het juist ging, maar ik herinner me wel het feit : een gevangene staat op het punt te worden terechtgestaan en bidt voor zijn beul. Deze smeekt hem om hem alstublieft niet zo in de ogen te kijken.
Zachtmoedigheid en vergeving zijn onverdraaglijk voor wie gewelddadig handelt.
Voor de wereld is zulke gedragscode naïef en utopisch.Dwaasheid.
Maar in Gods dynamiek werkt zulk handelen bevrijdend en schept het een nieuwe orde, die van Gods Liefde. Uw koninkrijk kome.
Deze levenswijze is niet meer menselijk maar bovenmenselijk. Zonder gebed en zonder Gods genade is er geen beginnen aan.
Hierin ligt ook de sleutel van het onbegrip van de omgeving van christenen. Ze vinden christenen utopisch, zwak, goedgelovig, terwijl het eigenlijk gaat om een immense sterkte : met Gods kracht kiezen voor liefde en vertrouwen.
Het is vanuit deze kracht dat Guy Gilbert jongeren weer op het rechte pad zet, dat Jean Vanier  de Arch heeft gesticht en Jan Vermeire de Poverello. Ze kunnen zich veroorloven ‘zwak’ te zijn en zich kwetsbaar op te stellen te midden van hun minder bedeelde broers en zusters.
Als je vandaag in Jeruzalem rondwandelt ervaar je een sfeer van wantrouwen, achterdocht, spanning. Iedere godsdienst heeft zijn eigen wijk, en, binnen deze wijken zijn de christenen onderling verdeeld, de joden ook, en de moslims evenzeer. Deze toestand is precies waar Jezus tegen vocht en waarvoor Hij werd gekruisigd.
Daartegenover staat dan het leven van de monniken van Tibhirine, wiens leven en gewelddadige dood in Tunesië in de jaren negentig in de veel besproken film ‘Des hommes et des dieux’ wordt getoond.
De overlevende pater Jean Pierre vertelde in een interview : Het is dankzij het feit dat we  regelmatig ontmoetingen organiseerden met moslimtheologen en dat we samen het dialoog  over ons geloof aan gingen en samen in stilte baden, dat we tot een wederzijds begrip en diep onderling vertrouwen zijn kunnen komen. Een van onze moslim vrienden heeft zijn leven opgeofferd voor onze abt.
We hebben bewust gekozen om in Tunesië te blijven, ook al wisten we dat ons leven in gevaar was. Uit onvoorwaardelijke liefde en uit solidariteit voor de moslimgemeenschap rondom ons, die hetzelfde gevaar trotseerden zonder kans om te ontsnappen. Ieder geplant zaadje zal, vroeg of laat, vruchten dragen.
Dus laten we maar moedig verder zaaien. En ooit zien we de vruchten wel.

C. Gunzburg