Artikelindex

 

PAULUSVIERING - PATROONSFEEST 23  januari ' 2011 - A cyclus 

Telkens als ik het parochieblad of de brieven aan St-Paulus nalees, dan valt mijn oog op een terugkerende kroniek, zowat het dagboek van onze Guido. Alle mogelijke dagelijkse gebeurtenissen maar ook ongewone verrassingen, passeren de revue.
En dan denk ik wel eens: en hoe zou dat zitten met die Paulus van ons ? Zou die ook zoiets als een dagboek bijgehouden hebben? Op zoek dan maar in zijn brieven.
Na zijn ommekeer op de weg naar Damascus en een tijd van inwijding begint hij ook te preken. In Damascus zelf valt dat niet zo best mee: Joodse mensen uit Jeruzalem hebben hem nog als vervolger gekend en gaan luid protesteren. In allerijl moet hij de stad ontvluchten: vrienden kunnen hem  door een raam in de stadsmuur in een mand naar beneden laten. 
Dan maar de blijde boodschap buiten de Joodse wereld gaan brengen! Hij maakt 4 reizen door de bekende wereld van die dagen en sticht overal christengemeenten.
Was hij een begenadigd en uitzonderlijk redenaar? Eigenlijk niet: in Athene hield hij op de Areopaag een goed voorbereide en gestoffeerde toespraak voor de Griekse bovenlaag, de ViPS’s, van toen. Hij knoopte aan bij de Griekse godencultuur want hij had in de stad een altaar gezien voor de “onbekende god”, en die wilde hij nu brengen: hij eindigde met de dood en de verrijzenis van Christus. Na afloop zeiden zijn toehoorders uitermate beleefd: “Heel interessant, daar willen wij je op een andere keer nog wel eens over horen”.  Maar tot geloof kwamen ze niet, en het bleef helaas bij die ene keer.
 Korinthe is een dan die gemeenten die hij zelf gesticht heeft: in die tijd een kosmpolitische stad met een drukke haven, waar dan ook heel wat handelaars en zeelui verbleven. Paulus hield zijn Korinthiërs, maar had er heel wat mee te stellen!
Na zijn vertrek bereiken hem onrustbarende geruchten: er is verdeeldheid gegroeid: na hem is Apollos, een collega-prediker gekomen om het onderricht verder te zetten, en die blijkt wel over sprekersgaven te bezitten:  half Korinthe dweept met de man, en meteen zijn ze verdeeld: ik ben van Paulus, ik van Kefas, ik van Apollos,  die kan het goed uitleggen! Paulus schrijft: we zijn allemaal alleen maar van Christus!
Ook hier blijkt dus dat Paulus het niet van zijn sterke redenaarskunst moest hebben, wat Apollos wel had. Maar Paulus kon wel overtuigen: onverkort, verrassend, zonder opsmuk, de kern van de boodschap: Jezus is gekruisigd en verrezen, voor anderen een dwaasheid, voor ons de redding!
Een andere keer komen er verontrustende berichten over de viering van de eucharistie. Voor de maaltijd na de viering bracht ieder zijn picknick mee: rijken zaten aan welgevulde tafels, armen hielden het bij een schrale keuken. Dat kan niet voor Paulus: hij benadrukt de zin van de eucharistie: de samenkomsten moeten de uitdrukking zijn van de diepere eenheid.
Ook rond de uiteenlopende gaven en talenten moet hij de puntjes op de i zetten: hoe verscheiden ook, ze moeten ons brengen tot samenwerking, ze zijn complementair, niemand mag op een ander neerkijken. Het gaat om gaven van dezelfde, ene Geest, ze moeten leiden tot delen van elkaars vreugde en pijn.
Maar ook zijn verblijf in Efeze is Paulus bijgebleven. Efeze was het centrum van de Artemisverering, een soort Scherpenheuvel van de Oudheid. Paulus had er zijn christelijke boodschap gebracht, maar dat was niet naar de zin van Demetrius, de plaatselijke  zilversmid. Hij vervaardigde en verkocht de souvenirbeeldjes van Artemis en zag zijn handeltje helemaal verschrompelen: hij vuurde een volksopstand aan en bracht de mensen samen in het theater; Paulus wilde er naartoe, maar zijn vrienden en enkele hoge functionarissen weerhielden hem: hij zou er wel gelyncht kunnen worden!
Paulus leerde daaruit dat tegenslag en lijden geen voorbijgaand, toevallig gebeuren zijn voor wie de boodschap wil beleven en uitdragen: zij behoren tot de diepere zin van het apostolaat, ze maken ons nederig, ze voorkomen dat we te zeer gaan betrouwen op eigen inbreng, terwijl alleen op God een zekerheid biedt. In de huidige moeilijkheden in onze Kerk kan dat een houvast bieden. Aan zijn geliefde Korinthiërs schreef hij: “Paulus zaaide, Apollos besproeide, maar het is God die de groeikracht geeft”.
Hebben wij daarmee Paulus’ dagboek volledig uitgelezen? O, we kunnen er nog wel enkele ‘voetnoten’ aan toevoegen: driemaal schipbreuk geleden, eenmaal gestenigd,  vijfmaal gegeseld, driemaal met stokken geslagen, tochten door woestijnen en bergen in honger en dorst, gevangen genomen.
Guido, ik zou het maar houden bij deze Paulusgemeenschap…
Maar  kunnen  wij uit Paulus’ wedervaren ook wat   sprokkelen en opsteken voor onze gemeenschap?
Bij het begin van dit werkjaar hielden we in het zaaltje een grote parochieraad waar we op zoek gingen naar terreinen waar we  alerter aan kerkopbouw kunnen werken: we werkten er rond 4 polen. 
    ° Paulus leeft, ook van op afstand,  mee met wat er reilt en zeilt in de gemeenten die hij gesticht heeft. Wat daar gebeurt laat hem nooit onverschillig en hij reageert erop. Dat is een eerste stap: het ZIEN, oog hebben voor elkaar, durven zien met Gods ogen.
    ° Hij schrijft regelmatig dat hij ernaar uitkijkt om de gemeente opnieuw te bezoeken en maakt al plannen om dan samen te werken, hier komen we bij de verschillende gaven. Tweede stap, het ONTMOETEN.  Wie willen wij ontmoeten?
    ° Op alle berichten reageert hij: soms boos, soms lovend, soms berispend maar ook aanmoedigend: derde stap: GERAAKT WORDEN. Hoe en door wie laten wij ons raken?
    ° Omdat de christenen in Jeruzalem vervolgd worden organiseert hij in de gemeenten een inzameling voor de armen. Zijn bezorgdheid gaat uit naar armen en kleinen. Onze vierde stap: ER ZIJN!  Wie is er voor mij, voor wie wil ik er zijn?
En lijkt dat allemaal niet heel erg op wat we in de evangelies kunnen lezen over Jezus zelf? Ligt daar dan niet de weg die we te gaan hebben?
Nog een fijn en blij patroonsfeest!

Bert Taeymans