Artikelindex

24ste ZONDAG door het jaar - 11 september  2011

In het evangelie van vandaag hoorden we de bekende uitspraak van Jezus dat we elkaar zeventig maal zeven keer moeten vergeven, gevolgd door de bekende parabel van de dienaar die, hoewel zijn schuld door zijn meester werd kwijtgescholden, zelf onbarmhartig blijft tegenover zijn mededienaar.
Het eerste deel belicht het essentieel verschil tussen ons, mensen, en God.
Petrus hanteert het cijfer zeven niet zomaar: het is staat symbool voor goddelijke volheid. Hij denkt zeer gul te zijn en te handelen ‘zoals God’. Maar het antwoord van Jezus, zeventig maal zeven, duidt op het begrip ‘oneindig’. Dat kunnen de apostelen moeilijk vatten. Daar botsen wij ook op.
Ons vermogen om te geven, lief te hebben en te vergeven is zo beperkt dat het in het niet valt tegenover de oneindige liefde en barmhartigheid van God. En de hardheid van ons hart, onze bekrompenheid, onze gebreken kunnen we onmogelijk goed maken ten overstaan van God. Zestig miljoen zilverstukken zijn we verschuldigd, volgens de parabel van Jezus. Daar is geen beginnen aan. Daarom bedacht God de enig mogelijke oplossing: zijn volmaakte geliefde zoon sturen om de schuld te vereffenen, eens en voor goed, voor elk mens die schuld bekent. Dat is zo overweldigend dat we dit tijdens ons leven op aarde nooit ten volle zullen begrijpen.
Dit besef varieert volgens de periode in de geschiedenis, en ligt anders van mens tot mens.
Er waren tijden waarin het zondebesef alles overschaduwde en de mensen onder schuld en angst gebukt gingen. Vandaag ligt het anders en wordt ‘goed en kwaad’ vervangen door ‘doe maar zoals je het voelt’. Ik hoorde onlangs een overtuigde katholiek zeggen: ik hoef niet te gaan biechten, ik doe toch geen kwaad?’
Is het niet vreemd dat juist de heiligen zich heel sterk bewust zijn van hun zondigheid? Ze staan zo dicht bij God, ze kennen Hem zo goed, van binnenuit a.h.w., dat ze de grote afstand tussen Zijn Oneindige Liefde en hun beperkte menselijke liefde al te goed beseffen.
Zo zegt Theresia van Lisieux dat ze heel goed weet dat, als ze niet zwaar in de fout gaat, ze dat niet aan haar sterk karakter te danken heeft, maar dat dit zuiver een genade is die God haar geeft. 
Daarom loopt het hart van de heiligen over van dankbaarheid en vreugde voor het unieke geschenk van Gods barmhartigheid. Heiligen zijn blije mensen omdat ze zich bemind weten, zoals ze zijn.
Wanneer we elke dag oefenen in het dankbaar zijn, dankbaar voor het leven, voor elk klein en groot geschenk, en ook voor steeds opnieuw gegeven kans om weer op te staan, dan bereiden we de weg voor een vergevingsgezinde en milde houding tegenover de anderen.
En daarmee zitten we in het tweede deel van het verhaal: ‘vergeef de ander zijn schuld’.
We begrijpen de logica wel. En twintig eeuwen christendom heeft ons al tot het besef gebracht dat vergelding niets uithaalt en ons zelf ook schaadt.
We zijn dus doorgaans in staat onszelf te dwingen geen wraak te nemen.
Vaak horen we toch wel rondom ons zeggen – als we het dan niet zelf denken- : dit zal ik hem/haar nooit vergeven. We hebben beslist dat dit – wat het ook mogen zijn - onvergeeflijk is en door deze houding hebben we de ander, maar ook onszelf, vastgeklemd.
Meestal klinkt het echter wel wat anders.
We weten dat van ons gevraagd wordt te vergeven, we weten zelfs dat dit goed is, ook voor ons, maar…. We moeten vaststellen dat we het niet kunnen.
Nu bekijken we de zaak ‘in waarheid’ en kunnen we een aantal dingen doen, die ons uit die patstelling halen.
Eerst en vooral moeten we beseffen waarom we niet kunnen vergeven.
Simpelweg omdat we gekwetst zijn in ons persoon. In onze gevoelens, ons lichaam, ons verstand, ons geheugen. En dit laat diepe sporen na, waar we niet zomaar over heen kunnen stappen. Het is niet de moeite te proberen dit weg te moffelen. Dat komt erop neer een wonde dicht te naaien zonder het eerst schoon te maken.
Eens we dit feit aanvaarden kunnen we een aantal stappen zetten.
Het allerbeste is natuurlijk: het met de desbetreffende persoon uitpraten.
Hierin zette Zuid Afrika een groot voorbeeld voor de wereld met het opzetten van de fameuze ‘waarheid en verzoeningscommissie’. Na de apartheid werd  ieder de kans gegeven zijn gepleegde onrecht openlijk te bekennen en kon er vergeving gevraagd en geschonken worden. Dit was het begin van een helende periode op weg naar een nieuwe toekomst.
In andere landen, en ook bij ons, zien we hoe panden van de geschiedenis die in de vergeethoek zijn geduwd, oorzaak zijn van blijvende haat en wrok verschillende generaties achter elkaar.
Meestal is het echter niet mogelijk met de ander te praten..
Dan kunnen we wel, voor onszelf, duidelijk het ons aangedane onrecht, onze pijn, de mogelijke gevolgen ervan in ons leven, uitspreken of uitschrijven. Dit vindt vaak plaats in counselling, psychotherapie of spirituele begeleiding. 
Een volgende stap kan er dan in bestaan onze vrije wil te gebruiken om te zeggen: ik neem de beslissing om te vergeven, ook al voel ik me nog kwaad, en kan ik niet vergeten, en heb ik het nog altijd moeilijk met die persoon.
En daarna, maar alleen als we de vorige stappen zorgvuldig hebben doorgemaakt, kunnen we het allemaal afgeven en bidden: Heer, Ge kent mijn pijn, Ge ziet mijn goede wil, kom en bewerkstellig in mij wat Ge zelf voor me verlangt. Genees de pijn en breng vergeving en vrede.
Want, zoals er geschreven staat in de Psalm van vandaag: De Heer is diegene die uw schulden vergeeft, die u geneest van alle kwalen.
Laten we samen, op deze tragische herdenkingsdag van 11 september, bidden om vergeving en vergevingsgezindheid in onze wereld vandaag. Zeventig maal zeven maal. 

Claudine Gunzburg