Artikelindex

 

FEEST VAN DE HEILIGE DRIE-EENHEID. - 19 juni 2011

Op het weekend na Pinksteren wordt de goddelijke drie-eenheid gevierd.  Het woord drie-eenheid komt in de bijbel niet voor. Jezus heeft ook die naam nooit gebruikt. Hij noemde God bij voorkeur ‘abba’, wat wil zeggen ‘lieve vader’.Jezus zelf werd door zijn leerlingen ‘zoon van God’ genoemd. En in het evangelie van Pinksteren spreekt de evangelist over ‘de geest’ als helper en trooster.
In elk geval zijn de namen vader, zoon en geest ons heel vertrouwd, want we spreken ze uit bij elk kruisteken dat we maken. Vaak zonder er stil bij te staan. En in de geloofsbelijdenis zeggen we:”ik geloof in God de vader, de zoon en de geest”. Waar slaat dat op? Klopt dat met iets waar we werkelijk van overtuigd zijn?
In het kader van een grootschalig Europees onderzoek over de waarden werd aan een representatief deel van de bevolking de volgende vraag voorgelegd: hoe stelt u zich God voor? Het antwoord was onthutsend, want minder dan drie mensen op 10 stelden zich God voor als een persoon. De meesten antwoordden: God is voor mij een soort levenskracht.
Toch blijven wij aansluiten bij de traditie van het geloof van onze voorvaderen. Doch de eeuwenoude formules waarin de traditie is vastgelegd nemen we niet zo letterlijk meer. De intentie is belangrijker, de vaste wil om te geloven.
Toch kunnen we niet zomaar gedachteloos geloven. Veel oprechte gelovigen, en ook veel mensen die met twijfels zitten over hun geloof kunnen hun gedachten goed herkennen in het bekende kerklied van Oosterhuis: ‘hoe is uw naam? Waar zijt gij te vinden? Heer, onze God, wij willen u zien. Die woorden zijn een vraag, een gebed gericht aan God zelf.
De christelijke traditie antwoordt daarop: God laat zich op vele plaatsen en op talrijke manieren vinden. Hij maakt zich onder vele namen bekend en de namen vader, zoon en geest zijn daar een samenvatting van. God is dus overal te vinden en door het kruisteken te maken vatten we dit letterlijk samen in vier dimensies: hij is te vinden boven ons – onder en in ons – en naast ons.
Kunnen we dan zeggen: dus we weten wie en wat God is? Natuurlijk niet. De traditie leert hoe God zich te kennen gaf aan onze voorouders in het geloof van het verleden. Maar de vraag blijft: waar en hoe en onder welke naam kunnen wij, vandaag, God vinden en kennen?
De namen van het christelijk geloof voor God zijn geen definities. God is niet te vatten. Hij is de kracht die alle natuurkrachten en alles wat mensen kennen en kunnen te boven gaat. Soms laat hij zich vinden – aan ieder van ons- die momenten zijn schaars – maar wij kennen ze – alles valt op zijn plaats – gewoonlijk is het of de tijd stilstaat – in die paar seconden lijken wij te vatten wat niet te vatten is, dat God geen blinde kracht is, geen stom toeval, geen noodlot; maar dat God liefde is. Maar de tijd, onze tijd, kondigt zich weer snel aan – we moeten verder met ons leven en onze dagelijkse beslommeringen die ons vaak zo opslokken.
Als godsdienstleerkrachten voor de lastige taak staan in hun klas te spreken over de drie-ene God, gebruiken ze soms aanschouwingsmateriaal. Ze nemen dan drie lucifers , houden ze dicht bijeen en steken ze samen aan. Er zijn drie lucifers, er is maar één vlam. Of ze geven het voorbeeld van een jong echtpaar met hun baby. Drie personen in één gezin met elkaar verbonden door dezelfde liefde. Ze willen met die voorbeelden aantonen dat er eenheid in verscheidenheid bestaat.
Er werd in die Europese studie  ook gevraagd aan mensen of ze bidden? Bij mensen die al langer dan één generatie niet meer naar de kerk gaan is er één op drie die regelmatig bidt. Hoe ze dan bidden werd niet gevraagd. Toch lijkt het verrassend en het moet ergens voortkomen uit een behoefte die leeft in elke mens.
Gelovig zijn wil zeggen dat we die behoefte niet laten verstikken, maar dat we ernaar luisteren. We moeten er regelmatig voor bidden dat God zich door ons zou laten vinden. We moeten elkaar regelmatig toewensen dat God, die liefde is, met ons moge zijn.

Vera Struyf