Artikelindex

 

 

33ste zondag door het jaar B   -     18 november 2012                

 

In het evangelie van vandaag horen we Jezus vertellen dat Hij zal terugkomen op het einde der dagen en dat dit gebeuren gepaard zal gaan met veel chaos.

‘Wanneer en hoe’ dit zal plaats hebben is een vraag die de christenen al 2000 jaar bezig houdt.
En dat is allemaal verloren energie, want Jezus zegt duidelijk dat ‘niemand de dag noch het uur kent’.
In angst leven voor het einde van de wereld zoals we die kennen heeft evenmin zin.

We halen veel meer wijsheid uit andere woorden van Jezus, zoals ‘ Verheugt u want het Koninkrijk Gods is nabij’, en ‘ Wie in Mij gelooft heeft het eeuwig leven’ ( Joh. 6, 47 ).  Niet: zal het eeuwig leven kennen, maar HEEFT het eeuwig leven.

Laten we bekijken wat dit voor ons betekent vandaag, aan de hand van een tekst van Pater Nathanaël Pujos. Hij vertelt over de eeuwigheid het volgende:

1. We hebben maar één leven

De eeuwigheid staat voor de deur van ons leven, ieder uur van de dag, en klopt zachtjes. Wanneer we ze binnenlaten, begint het eeuwig leven voor ons.
Het leven opdelen in een biologisch leven en een eeuwig leven heeft geen zin. Ons leven begint bij de conceptie, we ontvangen het bij ons doopsel, samen met de Heilige Geest die ons helpt ons leven te vervolmaken en te heiligen, en het wordt voltooid in de Hemel.
We kunnen tijdens ons aardse leven God kennen door ‘geloof, hoop en liefde’, maar de grootste van de drie is de liefde. Want die blijft ook na de dood, wanneer we geen hoop of geloof meer nodig hebben, want nu “zien’ we God van aangezicht tot aangezicht.
St Theresa van Lisieux vindt haar roeping als ze uitroept: ‘in zal in de Kerk de liefde zijn’. Ze weet dat ze deze roeping gewoon in de Hemel zal kunnen voortzetten.

2 Het eeuwig leven is al begonnen

St Augustinus zegt: ‘Gij hebt ons geschapen voor U, Heer, en ons hart kent geen rust zolang het niet in U rust’….
Pas in de Hemel zullen we ten volle leven met God, in God.
Maar Jezus leert ons dat we, hier vandaag, al kunnen leven van Zijn Geest. Wanneer we door Gods Aanwezigheid worden gevuld, vinden we vrede. We léven al van de eeuwigheid.

3. De eeuwigheid duurt lang

Hoe kunnen we het begrip ‘eeuwigheid’ vatten? Is het een opeenvolging van maanden, jaren, eeuwen, millennia…. Om te beginnen?
Woody Allen zegt : ‘ De eeuwigheid duurt lang, vooral aan het einde!’

Maar de eeuwigheid heeft niets te maken met de tijd. Het is moeilijk voor ons om te begrijpen wat het betekent te leven ‘buiten de tijd’.
Gevangenen in hun cel, zieken in hun bed, ervaren de tijd als een voor zich uitstrekkende duur van pijn en verlatenheid….
Van gelukkige mensen daarentegen zegt men dat ze geen geschiedenis hebben. Voor hen verloopt de tijd in het heden, want ze leven ten volle in dat heden, zonder te denken aan gisteren of morgen.

Er bestaat dus een verband tussen ‘de tijd’ en ‘de liefde’.
Het heden wordt bevrucht door een liefdevolle aanwezigheid.
Wanneer het nu over de absolute Aanwezigheid van God gaat, dan wordt het heden ook hier absoluut door vervuld, dan leven we in de eeuwigheid.
In het hiernamaals zullen we dus in een heden leven volledig gevuld van Gods aanwezigheid, en zullen we naar niets anders meer verlangen. We zullen leven in een eeuwig heden.

4. En hoe zit het dan met ons lichaam?

Als we aan ons lichaam denken dan denken we aan ‘materie’, fysische en biologische wetten’, aan ‘ruimte en tijd’. Paulus spreekt van lichaam, ziel en geest. Deze drie dimensies van ons wezen zijn met elkaar verbonden.
Vanaf het doopsel ontvangen we echter de Heilige Geest en beginnen we al aan onze tocht naar de verrijzenis. Na de dood zal de gedaanteverwisseling van dit geheel lichaam- ziel- en geest voltooid worden. Wat dit betekent weten we niet. Maar we weten wél dat Jezus na zijn verrijzenis ‘zichtbaar en tastbaar’ voor zijn leerlingen is verschenen. We moeten ons waarschijnlijk iets in die aard voorstellen. We zullen in elk geval dezelfde zijn en zullen elkaar dan ook herkennen, en dat is het voornaamste, niet?

5. Het vagevuur als een soort van tijdelijke verblinding

Wanneer we sterven zullen we Christus ontmoeten.
Pater Nathanaël vertelt ons dat we dan  voor een keuze gesteld zullen worden. Of we ontvangen ons heil van Hem, óf we weigeren het.
Wanneer we ons heil ontvangen, zullen velen onder ons nog niet voldoende gezuiverd zijn om in de volle aanwezigheid van God te vertoeven.
In het verleden heeft men deze toestand ‘het vagevuur’ genoemd en stelde men dit voor als een soort van wachtkamer, waar men zijn zonden uitboet.

Maar men moet het eerder vergelijken met de toestand van iemand die heel lang in de duisternis heeft vertoefd en dan plotseling in vol zonlicht terechtkomt. Zijn ogen zijn totaal verblind en doen pijn terwijl ze langzaam aan de sterkte van het zonlicht wennen. Deze staat zal min of meer lang duren, naargelang de graad van duisternis waarin hij heeft vertoefd.
Daar gaat het over. We zullen een pijnlijke verblinding ervaren in heel ons wezen, en dit is noodzakelijk om ons te zuiveren en ons in staat te stellen ten volle te genieten van Gods Licht.
Want, zo staat geschreven in de Apocalyps:’ Er zal geen nacht meer zijn, want de Heer zal het Licht over hen lichten en zij zullen leven in eeuwigheid’.( Apoc. 22, 5 )

 

C. Gunzburg