Artikelindex

 

 

 

32ste zondag door het jaar B  - 10 november 2012

 

Het verhaal van Elia en de weduwe. In de Bijbel is de weduwe het beeld van de arme en verdrukte, de gestalte van hen die geen helper hebben en die daarom de allereersten zijn die God te hulp  komt. Die weduwe die op het woord van de profeet eerst het broodje bakt voor hem en dat in een periode van grote droogte, deed me terugdenken aan iets wat wij thuis meemaakten in 1947 of 48. We woonden al een jaar in Antwerpen. Ons vader was onderwijzer en de lonen van het onderwijzend personeel kwamen niet geregeld door in die tijd. We waren toen met 6 kinderen thuis. Elke week kwam er een weduwe met een stootkar en met haar 6 kinderen door de straat. Ze verzamelde vodden om aan de kost te komen. Ons moeder gaf ze altijd wat geld.
Maar op een keer hoorde ze de stootkar aankomen (het was dan ook nog een straat met kasseien) . Ze stopte voor ons huis. Ons moeder ging dan in het geldschuifje en ze haalde een briefje van 20 BF. boven. Toen merkte ze dat dit het laatste geld was wat ze in huis had. Even aarzelde ze en dan gaf ze dat geld toch maar aan die weduwe met haar 6 kinderen.
De dag daarna zat er een briefomslag in onze brievenbus. Moeder haalde die er uit, opende de omslag en er zat 5000 BF. In. God laat zich wel helpen door mensen. We hebben die weldoenster later leren kennen. Zij en haar man waren welstellend, konden geen kinderen krijgen maar hadden onze ouders met hun 6 kinderen opgemerkt, gezien. Later hebben ze ons nog wel eens gesteund.
Paulus zegt: “Christus is voor God verschenen om onze zaak te behartigen. Ooit zal Hij weer verschijnen aan allen die naar Hem uitzien en hun verlossing brengen “.
Zouden wij ondertussen kunnen zien wie dichtbij en veraf in nood leven, en zo mogelijk Gods handen zijn?
In het Marcus-evangelie zegt Jezus: “pas op voor de schriftgeleerden” : kijk uit, zie wat er gebeurt, zie hoe ze zich gedragen. Christus zegt zelfs:” ze eten de huizen van de weduwen op” Dit doet me terugdenken aan het Evangelie van de rijke jongeling en de kameel. Om langs het kleinste poortje van Jerusalem in de stad te komen – dat poortje heet “ oog van de naald” – moet een kameel helemaal afgeladen worden en moet hij zich zelfs bukken om langs dat poortje de stad van de vrede binnen te gaan. Hij moet dus alles achterlaten. Zou het echt zo moeilijk zijn om alles wat we belangrijk vinden los te laten en dan een echte bevrijding te ervaren?
En hoe rijker een mens is, hoe moeilijker dat wordt. Het is tenslotte een hele opluchting als Jezus verder zegt: “ bij God is niets onmogelijk”.
En dan vestigt Jezus de aandacht van zijn leerlingen op die weduwe die twee muntjes in de offerkist werpt. Die muntjes waren de griekse geldstukjes van de laagste waarde. Dan zegt Jezus nog: “want allen gooiden er iets in van hun overvloed, maar zij gooide er van haar armoede alles in wat zij had, heel haar levensonderhoud”
Geregeld zegt Jezus aan zijn leerlingen dat ze moeten uitkijken, zien wat er gebeurt. We mogen ons echter ook niet blind staren op wat we zien en horen. Haast alle nieuws dat ons aangeboden wordt, is miserie. Ik denk dat het evenzeer belangrijk is om al het positieve te zien.
Ik denk nu aan mijn laatste bezinning en vroeg aan 17 jonge mensen hoe zij hun toekomst zien en dit mocht ik horen: één leerling ging verpleegkunde doen, twee wilden psychologie gaan studeren om mensen te kunnen helpen, één jongen wilde voor jongeren zorgen, één meisje voor oudere mensen, een ander meisje wilde vroedvrouw worden en alle anderen wilden zich ook wel inzetten, maar ze wisten nog niet hoe en voor wie. Is dit niet hoopgevend? En ondertussen mogen we geloven dat Christus onze zaak behartigt bij de Vader en dat bij Hem niets onmogelijk is.

 

 

 

Guido Van hove

 

 

St.-Paulusgemeenschap Malle - Zoersel