Artikelindex

 

 

19de Zondag door het jaar  jaar                  12 augustus 2012   

De eerste lezing herinnert ons eraan dat ons leven een tocht is op weg naar God die hoog op de berg Horeb woont. De koek en de kruik water die de engel aan Eli brengt toont aan dat we onze bestemming onmogelijk kunnen bereiken zonder de kracht van Gods genade. We zijn  totaal van hem afhankelijk.
Paulus zegt ons hoe we ons op deze tocht moeten gedragen: als kinderen van de Vader, als volgelingen van Christus, hierbij gedragen door de Heilige Geest die ons hiertoe in staat stelt.
In het evangelie legt Jezus uit dat we enkel God kunnen zoeken en vinden omdat de Vader zelf ons aantrekt en naar Jezus leidt. ‘ Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet trekt’.
Maar Jezus zelf heeft maar één wens: ons Zijn Vader leren kennen en ons in staat stellen eeuwig met zijn Vader te vertoeven.
Hij weet dat we dit zelf onmogelijk kunnen bereiken. Hij zal ons hiervoor zijn eigen kracht geven door zichzelf ‘te eten te geven als brood van eeuwig leven’, en Hij gebruikt zelfs het choquerend woord ‘mijn vlees zal ik geven’.
Geen wonder dat de schriftgeleerden na deze uitspraak besluiten Hem te doden, en dat de meeste leerlingen Hem de rug toe keren!
Dan wendt Jezus zich tot zijn apostelen met de vraag: ‘Wilt ook gij soms weggaan?’ , waarop Petrus die geweldige, door God zelf geïnspireerde uitspraak doet: ‘Heer, tot wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven dat Gij de Heilige Gods zijt’.
Een mooiere liefdesverklaring kan niet!
Daar zit de kern van de zaak: tot wie anders zouden we gaan? Waar anders zouden we het geluk vinden? Wie anders zal ons verlangen om bemind te worden vervullen?
‘ Ge hebt ons gemaakt voor U, en ons hart kent geen rust tot het in U geborgen is.’, zegt de psalmist.
We kennen allemaal van die mensen die hun enorm gemis aan liefde, hun innerlijke leegte vullen met ‘dingen’: de compulsieve kopers, zij die van de ene relatie in de andere vallen, zij die met alle geweld rijk moeten worden, eretitels achterna hollen, macht moeten uitoefenen… Dit alles om voor zichzelf die enorme koude plek in hun hart te verdoezelen.
Anderen stellen al hun hoop op hun partner, die al hun verwachtingen zullen moeten inlossen, al hun gemis zal moeten invullen.
Er zijn ook mensen die, getekend door slechte ervaringen in het verleden, niet meer willen of kunnen geven en zich tevreden stellen met oppervlakkige relaties, om geen ontgoochelingen op te lopen.
Volwassen, evenwichtige liefde, die het hart wél vult, vindt men bij langdurende echtparen, in de liefde van ouders voor hun kinderen.
En ten slotte, bij de mensen die hun leven wijden aan derden, of aan het gebed. 
We hebben allemaal nog het beeld voor ogen van zuster Emmanuel, de voddenraapster van Cairo: een gelaat vol lachrimpels, een geweldig enthousiasme wanneer ze de jongeren aanzet om zich te geven, om te beminnen. Haar levensvreugde leek wel onstuitbaar!
Zelf schreef ze in haar memoires dat het geheim van haar vreugde hierin lag: ‘iedere morgen,’ vertelt ze, ‘ nam ik om 6 u. de tram om naar de mis te gaan. Iedere morgen ontving ik in de eucharistie de kracht en de liefde die ik voor de dag zou nodig hebben, en veel meer. Vol van de liefde van Christus voor mij, kon ik geven van de overvloed van vreugde die mijn hart vervulde.’
Dit is precies war Jezus bedoelde wanneer Hij zei: ‘Komt en drinkt uit deze beker. Want hij die drinkt van deze beker,uit zijn zij zal levend water stromen.’
Met andere woorden: hij die door Mijn liefde werd gevuld, kan voor anderen een bron van leven zijn;
Hiertoe zijn wij, christenen, geroepen. Niet minder.

 

C. Gunzburg