Artikelindex

18de Zondag door het Jaar - 5 augustus 2012

“Ik ben het brood om van te leven. Wie naar Mij toekomt, krijgt geen honger meer en wie in Mij gelooft, krijgt nooit meer dorst.” Ik denk te mogen aannemen dat wij hier met z’n allen wel geloven in die Jezus…soms twijfelen we wel eens aan ons geloven maar niet aan Hem. Zouden wij dan die honger en die dorst waarover Hij spreekt  kunnen voelen? Misschien komt die honger en dorst, dat verlangen naar, wel eens terug boven als iets heel ergs ons overkomt, zoals het onverwachte sterven van een levensgezel, een kind, een ouder, een goede vriend. We kunnen ons dan wel opstandig voelen en Hem zelfs verwijten toesturen omdat we vinden dat ons onrecht wordt aangedaan. Het is zeker juister om in Jezus iemand te zien die deelt in ons verdriet.
Maar hoe is het gesteld met die honger en die dorst bij de generatie na ons en de generatie die daarop volgt?
Onlangs op 9 juli hadden we een vergadering in verband met de toekomst van onze parochie. Er namen een broer en een zus aan deel, begeleiders van toekomstige vormelingen. Carolien de zus zei toen:” mijn medeleerlingen noemden mij dom als ik zei dat ik gelovig ben, maar ze gaan dan wel deelnemen aan gesprekken over boeddhisme” Volgens Carolien en Lander leeft er wel een honger naar zingeving bij hun leeftijdgenoten. Kunnen wij, ouderen, ouders en grootouders daarop inspelen vanuit onze geloofservaring?
Ik begeleid nog wel eens een klas uit het middelbaar onderwijs die dan op bezinning gaat. Het valt mij de laatste jaren wel op hoe er aandacht is van de jongeren als ik getuigend praat vanuit mijn gelovig zijn…maar alleen getuigend, niet overtuigend en met veel respect voor hun eigen denk-  en gevoelswereld.
Als zij zelf laten horen wat voor hen belangrijk is dan gaat het om resultaten bereiken. Maar ja, wat krijgt belangstelling van de meerderheid van de mensen: de ronde van Frankrijk, zangers en zangeressen, geslaagde zakenlui…?Soms stel ik dan wel eens de vraag of zij de vreugde kennen van het zich belangeloos inzetten voor wie dan ook. Het blijft meestal heel even heel stil. “
“Wie in Mij gelooft, krijgt nooit meer dorst”
Op een maandag was ik op bezoek bij Anneke Heulens. Ik heb al eens over haar verteld. Vanaf haar vijf jaar heeft ze naast haar zus Marieke alleen nog maar gezeten of gelegen in gevolge een ongeneeslijke ziekte waar ze beiden aan leden. Marieke is al 13 jaar dood. Zolang zit Anneke nu al alleen op een kamer in een rusthuis. De dinsdag daarna hielp ik bij de uitvaart van een meisje van 18 jaar die uit het leven was gestapt. Ze had haar zelfdoding heel goed voorbereid. Wat een verschil tussen die jonge vrouw en Anneke. Tot drie keer toe heeft men Anneke euthanasie voorgesteld. Zij zegt dan als ze mij ziet: “dat is Gods wil toch niet, hé Guido?” Ik denk dat Anneke hier getuigt van haar geloof in Jezus. Is het de afwezigheid van dat geloof dat meewerkt aan de keuze om het leven te verlaten?
Ik denk dat het goed is om telkens weer te getuigen van levensvreugde die wij beleven in verbondenheid met Jezus.
Tot slot nog even terug naar Anneke die me de laatste keer vertelde dat mensen haar soms zeggen:” als jij sterft kom je meteen in de hoogste hemel terecht” Ik weet niet, zegt Anneke dan, of ik daar zo blij mee ben; zou ik daar misschien ook helemaal alleen zitten?

Guido Van hove