Artikelindex

16de Zondag door het Jaar 22 juli 2012 -  Zorg voor de schapen zonder herder

Wellicht dachten jullie bij het horen van dit evangelie, dat er wel veel raakvlakken zijn met de tijd waarin wij leven. Allereerst is er de bezorgdheid van Jezus om zijn leerlingen. Ze hebben hard gewerkt en Jezus geeft hen de raad even uit te rusten, even te bezinnen. Ook wij vinden de veelheid aan taken en de hieraan gekoppelde werklast van onze priesters te hoog. Willen we hun ijver en enthousiasme beschermen, een burn-out vermijden dan is er zeker nood aan voldoende rust en reflectie. Daarnaast heeft Jezus medelijden met het volk, want Marcus schrijft “ze waren als schapen zonder herder”. Inderdaad we leven in een tijd waar de overblijvende pastoors steeds minder schapen hebben, maar anderzijds de christenen het ook vaker zonder pastoor moeten stellen. Een kerk zonder priesters kan dit wel? Graag wil ik het samen met jullie hebben over vakantie, priesters en de kerk.
Vakantie: tijdens de vakantie verandert onze houding tot de tijd. We worden niet langer geconditioneerd door de tijd, de tijd is niet langer de slavendrijver maar wordt meer ervaren als gratis geschenk. We kunnen rustig wachten, luisteren naar iemand, rondslenteren, stilstaan bij de dingen. We beseffen terug dat om mensen te ontdekken er nood is aan gemoedsrust, aan een gevoel van samenhorigheid, aan een vakantiementaliteit. In deze gemoedgesteldheid kunnen we de ander tegemoet treden in openheid en vrijheid die rust uitstraalt. Of zoals Prediker het zegt: een tijd zomaar om aan elkaar gegeven te zijn. Een zorgzame herder is altijd in vakantiestemming.
Priesters: Het priesters aantal slinkt en het korps veroudert, het takenpakket en werkgebied worden uit noodzaak steeds uitgebreider. Om dit aan te kunnen moet men voldoende tijd uittrekken voor rust, maar aan de andere kant is er het besef: als mensen iets van je verwachten, in nood zijn, beroep op je wensen te doen, kan je hen moeilijk afwimpelen. Onze herder heeft behoefte aan vakantie maar is echter nooit helemaal met vakantie. Priesters zullen het beamen, in onze maatschappij zijn er veel mensen die lijken op schapen zonder herder. Vereenzaamde mensen, kinderen in gebroken gezinnen zonder houvast, jongeren die geen leidraad hebben en soms volkomen ten einde raad uit het leven stappen. Kortom het elastiek is gespannen en velen zijn bezorgd over hoe het verder moet. Als we echter naar de oorsprong van het christendom teruggaan, dan stellen we vast dat Jezus geen priesters gewijd heeft en ook geen Kerk gesticht zoals we die nu kennen . Hij verzamelde apostelen of gezondenen rond zich. Tegen het einde van de eerste eeuw bestond een kerkordening die ten dienste stond van de christelijke gemeenschap. Hierbij was de algemene opvatting dat wie bevoegd was in de gemeenschap voor pastorale zorg ook voorging in de eucharistie. Net zoals vandaag, was er bij de jonge kerk het gebruik dat indien er geen voorganger was,  de gemeenschap eucharistie vierde onder leiding van een bevoegd en toegewijd gelovige met toestemming van de hele gemeenschap.
Een andere tijd vraagt een andere kerkordening, een priestersopdracht mag niet herleid worden tot het louter voorgaan in erediensten. De plaatselijke geloofsgemeenschap zal bekwame, opgeleide, bezielende gelovigen moeten voordragen en vragen aan de bisschop deze te wijden. De priester van vandaag dient terug een bezieler te zijn, om bestaande gemeenschappen te renoveren, nieuwe geloofsgroepen te stichten. Hij is een geloofsbegeleider die kan luisteren en bemoedigen, openstaat voor vernieuwing. Een spiritueel persoon van gebed, een vertrouwenspersoon, iemand die voeling houdt met zijn gemeenschap maar tevens met het bisdom en de wereldkerk.
De kerk: binnen de Kerk is er een grote verscheidenheid aan geestesgaven en dus visies, van mentaliteit van geloven, van gedrag. Wij wachten vol vertrouwen op de visietekst van onze bisschop hoe hij de weg van onze christelijke geloofsgemeenschap binnen een uitdagende toekomst uitstippelt. Misschien past in deze context en ter afsluiting een passende bezinningstekst ,bijna in de vorm van een smeekbede, van de overleden Franse bisschop Guy Deroubaix over de Kerk van Christus.
“Wij houden van onze Kerk met haar beperkingen en haar rijkdommen. Ze is onze moeder. Daarom respecteren wij haar en dromen wij dat dat ze alsmaar mooier wordt.
Een Kerk waar het goed leven is, waar je kunt ademen en zeggen wat je denkt. Een Kerk van de vrijheid.
Een Kerk die luistert alvorens te spreken, die ontvangt alvorens te oordelen, die vergeeft zonder te willen veroordelen, die eerder verkondigt dan aanklaagt. Een barmhartige Kerk.
Een Kerk waar de eenvoudigste broeder verstaat wat een ander zegt, de meest geleerde gezagdrager weet dat hij niets weet en heel het volk van zich laat horen. Een wijze Kerk.
Een Kerk waar de heilige Geest zichzelf mag uitnodigen omdat niet alles van tevoren voorzien, geregeld en beslist werd. Een open Kerk.
Een Kerk waar de durf om iets nieuws te wagen sterker is dan de gewoonte om maar te doen als altijd. Een Kerk waar iedereen kan bidden in zijn eigen taal, zich kan uitdrukken in zijn eigen cultuur en leven binnen zijn eigen geschiedenis.
Een Kerk waarvan de mensen niet zeggen: Kijk eens hoe zij georganiseerd zijn, maar wel “Kijk eens hoe zij elkaar beminnen.”

Rik Wyffels