Artikelindex

Sacramentsdag  20 juni ’12 – B

Velen van jullie, misschien wel iedereen kent volgende ervaring. Iemand vraagt hoe het met je gaat, want je hebt zopas wat meegemaakt i.v.m. je gezondheid, je werk, een geliefd persoon. Je begint dan te antwoorden en na een of twee zinnen wacht je even om de juiste woorden te kiezen en verder te praten. Maar op slag begint de vraagsteller over zich zelf te praten. Op zulk moment vraag ik me dan af of hij of zij wel echt om mij begaan is, ofwel of de vraagsteller een opening zocht om over eigen lief of leed te praten.
Ongeveer een week na het overlijden van mijn moeder ging ik mijn vader eens opzoeken. Het eerste wat hij me zei was: “ik heb al vele mensen moeten troosten”
Wat heeft dit nu met Sacramentsdag te maken? Wel we kennen allemaal wel iemand aan wie we alles kunnen zeggen en die ons nooit in de rede valt. Ik bedoel uiteraard Jezus van Nazareth. Hij heeft trouwens uitdrukkelijk gezegd: “komt allen tot Mij die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken.”
Diezelfde Jezus beloofde ook om ten allen tijde bij ons te blijven en dat doet Hij ook op een uitzonderlijke wijze in de kerkgemeenschap waartoe wij behoren. Hij is er altijd in de geconsacreerde hostie, die we in elke eucharistieviering kunnen ontvangen. Dat geloven we nu al 20 eeuwen.
Ik heb niet veel onthouden van de godsdienstlessen in het M.O. maar ik hoor een priester-leraar ook nog zeggen :”God zou het zeker niet toelaten dat wij eeuwenlang in iets zouden geloven dat niet echt het Lichaam van Christus is en dat alleen maar een symbolische waarde zou hebben”.
Onlangs vertelde ons een diaken die de communie uitreikte in een rusthuis en dan ook telkens zei :”lichaam van Christus” aan elke mens die een hostie kreeg,. dat er plots een vrouw zei:” hoe, is dat nu nog niet op?” Toen ik dat aan onze voorganger Bert vertelde merkte hij op dat die licht-dementerende vrouw eigenlijk met die woorden de essentie van het Sacrament des altaars uitdrukte. Inderdaad dat zal nooit opgeraken zolang er priesters zijn om voor te gaan in eucharistievieringen.
Heel de kerkgeschiedenis lang is er altijd die eerbied voor de geconsacreerde hostie geweest. Elke processie eindigt met de priester die de monstrans draagt onder een baldakijn, gedragen door vier mannen. Ik herinner me dat alle mensen die stonden te kijken naar de processie, knielden op het moment dat de priester voorbij kwam. Sinds de 13° eeuw werd één dag per  jaar speciaal gewijd aan de verering van de geconsacreerde hostie. Die hostie werd dan in een monstrans op het altaar gezet ter aanbidding door de gelovigen. In de 15° eeuw werd dit één van de meest populaire feestdagen. In 2014 wordt het 750 jarig bestaan van Sacramentsdag in Breda herdacht.
 We geloven allemaal dat we waar dan ook en wanneer dan ook God kunnen aanspreken, maar als ik een geconsacreerde hostie zie dan weet ik dat ik in Zijn richting spreek als ik probeer te bidden. Ik denk dat wij gelovigen telkens weer echt eventjes één zijn na de communie-uitreiking. Het is goed dat wij volwassenen telkens weer met veel eerbied die hostie ontvangen.; jongeren, kinderen, kleinkinderen merken wel op hoe ouderen eerbiedig omgaan met het Lichaam van Christus. ’t Is dus zeker goed dat we één zondag op het jaar echt aandacht hebben voor datgene wat Jezus zei: “doe dit om Mij te gedenken.”

Guido Van hove