Artikelindex

Pinksteren “Wind en vuur” 27 mei ’12 – B

Pasen, Hemelvaart, Pinksteren: een trio van 3 grote feesten, een drieluik, maar luiken die samen toch één groot feest vormen.
De komst, de nederdaling van de Geest vieren wij vandaag, dat weten wij vanouds. Jezus had toch aan zijn leerlingen beloofd dat Hij ze niet als wezen zou achterlaten. En Jezus wist waar Hij over sprak: was het niet dezelfde Geest die Hem altijd vergezeld had in zijn optreden?  Want zelf was Hij destijds, gedreven door diezelfde Geest,  naar de woestijn gedreven om er in zijn vasten nader tot God te komen en zich voor te bereiden op zijn zending, en diezelfde Geest inspireerde Hem om in de synagoge van zijn dorp het boekrol nemen en zijn geliefde tekst te verklaren, en op het kruis gaf Hij die Geest aan zijn Vader terug, die Hem met Pasen tot nieuw leven zou roepen. En tot dat nieuw leven zijn nu ook zijn leerlingen geroepen.
Pasen en Pinksteren waren geen feesten die voor de leerlingen  uit de hemel kwamen gevallen, rekening houdend met hun Joodse achtergrond. Het  volk vierde met Pasen immers de uittocht uit Egypte en de doortocht door de zee, en met Pinksteren het 7-wekenfeest: het verbond op de Sinaï en het oogstfeest: na de hongertocht door de woestijn vangt God zijn volk op en schenkt het de rijke oogst van het Beloofde land. Tijd van vervulling, van bekroning: het volk mag nu leven uit Gods hand.
En die twee feesten krijgen nu een nieuwe, rijke inhoud:  Pasen wordt voor de apostelen het feest van het doopsel van de wedergeboorte, Pinksteren het vormsel van getuigenis. Het in-ademen van de Geest bewerkt ook het uit-ademen van de boodschap.
Lucas gebruikt in het verhaal van de Handelingen twee beelden om het ongewone gebeuren op te roepen en te duiden: de nederdaling van het vuur en het talenwonder.
De leerlingen worden er  zo sterk door geraakt en omgevormd dat ze uit hun beslotenheid van de voorbije weken naar buiten uitbreken en beginnen te spreken zoals ze het nog nooit eerder gedaan hadden: weg is alle angst, weg alle onzekerheid. Zij zijn vol van Gods grote daden en voelen zich gedreven om te getuigen, ze ervaren een sterk gevoel van bevrijding, ze zijn er zich van bewust  dat ze aan hun toehoorders woorden van leven  te bieden hebben.
En ook de toehoorders voelen zich aangesproken: de twaalf stammen zoals ze eerder uitgezwermd waren, zijn vertegenwoordigd. Maar ook Romeinen en  bekeerde heidenen staan tussen het volk, het gaat om een grensoverschrijdend gebeuren, een moment dat totaal nieuw is, een boodschap die universeel is. Een nieuw tijdperk breekt hiermee aan: de Messiaanse tijd, de tijd van vervulling, er ontstaat een nieuw volk, een nieuwe gemeenschap, de kerk van Christus. Later zullen ze genoemd worden: de “mensen van de Weg”, zij die de weg volgen waar Jezus van gesproken had: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”.
Dit verhaal uit de Handelingen is een van de weinige in de Bijbel waarbij een bepaalde dag en uur worden genoemd: het was op het Pinksterfeest, op het 3de uur.  Wat betekent: vroeg in de morgen, bij het ontluiken van de dag.  Het uur waarop alles weer tot leven komt. Een nieuwe morgen, een nieuwe tijd die aanbreekt. Dan breekt de Geest door.  Het uur waarop tijdens de week de winkels, kantoren en scholen opengaan. Elke nieuwe morgen, elke nieuwe dag, elk moment biedt ons de kansen van de Geest, maar het gaat ook telkens weer om het uur te herkennen waarop de Geest ons aanspreekt en uitnodigt. Ja, en soms blijft Hij aandringen en laat Hij ons niet gerust tot we loskomen uit lusteloosheid en verlamming en toch in beweging komen. De Geest in de gedaante van vuur dat verwarmt, van een wind met stormkracht of met de strelende zachtheid van een briesje, er bestaat geen vast stramien voor, want de Geest waait waar Hij wil.
Hij schenkt ons kracht en troost, Hij inspireert ons en roept ons op, Hij begeestert de gemeenschap om van de liefde een levenswerk te maken, in het spoor van Jezus van Nazaret. Hij rust ons uit met zijn zevenvoudige gaven: goedheid, trouw, mildheid, geduld, barmhartigheid, vriendelijkheid en sterkte.  Vandaag bidden wij dat Hij ze kwistig over ons zou uitstrooien en laten we ze  mekaar ook maar gulhartig toewensen.
Het speelde zich allemaal af op Pinkstermorgen, rond het derde uur: het begin van een nieuwe dag, voor de apostelen  een dag om aan de slag te gaan.
Zo is het ook voor ons.  
Een zalig Pinksterfeest, ook voor wie je thuis moest laten.

Bert Taymans