Artikelindex

7de Paaszondag 20 mei 2012

In Nederland noemen ze de zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren ‘wezenzondag’. Ze gedenken dat Jezus’ leerlingen in die tussentijd verweesd zijn achtergebleven. Het evangelie dat we vandaag hoorden,  komt uit het hogepriesterlijke gebed van Jezus, het is zijn testament in een dankend en smekend gebed tot Zijn Vader. In het moment van afscheid nemen,  verwoorden mensen wat hen sterk bezighoudt. Zo ook Jezus,  en deze woorden blijven bij de achterblijvers nazinderen, soms een leven lang.
In dit intiem gebed drukt Jezus de wens uit dat zijn leerlingen gegrepen mogen worden door zijn liefde voor hen en door zijn nalatenschap. Dat zij gegrepen worden door de caritas. Wat dit concreet betekent, komt in Jezus’ woorden uitvoerig aan bod. Hij roept ons op in onze omgeving de eenheid te zoeken en te promoten, om met vreugde het kwaad te weerstaan, om toegewijd Gods woord, leven en liefde aan mekaar door te geven. Geen gemakkelijke tekst en opdracht. Laten we er nog eens dieper op ingaan.
De vier  voorwaarden, de levenswaarden van de caritas zijn eenheid, vreugde, toewijding en waarheid. 
- De eenheid: de verbondenheid met God en met elkaar; dit staat tegenover jezelf centraal stellen en dus niet wat je met en voor elkaar doet. Het gaat hier dus om een blijvende betrokkenheid op elkaar, wat er ook gebeurt. Verschil en diversiteit zijn noodzakelijk en goed, maar mogen geen struikelblok worden voor de eenheid onder elkaar. Laat ons onze energie positief gebruiken en niet  in het uitdiepen van verschillen rondom kerkdiscipline, kerkorganisatie en kerkvormen.
- De vreugde: de christelijke vreugde die heel wat dieper ligt dan goedkoop amusement als vlucht uit de alledaagse zorg en angst. Vreugde als krachtbron, als bezieling  tegen isolement en eenzaamheid.
- De toewijding: de toewijding aan God dat Johannes plaatst tegenover het toebehoren aan de wereld, waarmee hij bedoelt: aan de tegenkrachten van de schepping en de liefde. Ons christendom van de caritas is echter geen vlucht uit de wereld, het mag geen binnenskamers christendom zijn. Onze solidariteit met de wereld is voor de christen onontbeerlijk, ons handelen in de wereld moet onze geloofsgetuigenis belichamen. Het is een geloof met de ogen open, van het geraakt worden door de zwakken.
- De waarheid: tegenover de waarheid van God staat de waarheid van de loutere rede. Gods waarheid is vollediger, de waarheid van de rede beperkt zich tot de zichtbare en tastbare realiteit. Waarheid is de manier waarop christenen omgaan met de werkelijkheid van iedere dag in het licht van Jezus’ leven, met de waarachtigheid waarop ze het woord van God ter harte nemen.
God is liefde lezen we in de Johannesbrief. Die naam heeft Jezus bekend gemaakt. Geen mens heeft God ooit gezien maar wie zonder liefde is, kan Hem niet kennen.  Laat ons dus bidden om daadkrachtige onderlinge liefde, om caritas. Immers als we elkaar liefhebben, maken we openbaar wie God is. Waar vriendschap en liefde heersen, daar ziet men God aan het werk. Volgens de heilige Augustinus moet de broederlijke liefde universeel zijn. Hij schrijft: “ Als jouw genegenheid zich beperkt tot je gezin of je verwanten, dan is dit een gelovige onwaardig. Zulke genegenheid tref je bij de dieren aan. Keer  de situatie om, zegt Augustinus. Denk jij dat je om elkaar lief te hebben elkaar eerst moet kennen? Nee, om elkaar te kennen moet je eerst liefhebben. Dat is het wonder van de liefde: dat je elkaar niet hoeft te kennen om van elkaar te houden. Als je houdt van je buurman, dan zul je onmiddellijk ook zijn innerlijk kennen.” We zijn op weg naar de liefde dit is de inzet van ons aardse leven. Immers de liefde draagt in zich een extreme vorm van geweld om de wereld de redden, schrijft de Algerijnse kardinaal Duval. Misschien helpen de versregels van het bekende gedicht van Alice Nahon ‘t is goed in eigen hert te kijken’ als kompas en kan gebed ons op tijd en stond herbronnen.

Rik Wyffels