Artikelindex

HEMELVAART van de HEER  - 17 mei 2012

Veertig dagen zijn voorbijgegaan sinds wij Pasen vierden. Veertig jaren bracht het Joodse volk in de woestijn door, met honger en dorst op weg naar een betere toekomst.  Ook Jezus bracht veertig dagen door in de woestijn, als een voorbereiding op zijn zending,  op wat nog volgen zou. En nu,  na veertig dagen van onverwachte ontmoetingen, zien zijn leerlingen Hem voor de laatste keer, en daarmee wordt het  levensverhaal van Jezus nu afgesloten.
De bijbel leert ons : “In het begin schiep God hemel en aarde” En psalm 115 voegt er aan toe: “De hemel is de hemel van God, de aarde heeft Hij aan de mensen toebedeeld”.  “De hemel is de hemel van God” zegt dus de psalmist, en zo voelen wij het ook aan, die hemel kunnen wij niet binnen ons aards bereik brengen, maar met de aarde hebben wij zoveel meer te maken.
Maar daarom heeft God zijn wereld nog niet losgelaten. Want in de bijbelverhalen  daalt Hij soms neer en gaat Hij er op bezoek: zoals bij Noach toen het allemaal mis begon te open loop op aarde, of bij Abraham  om hem een onverwacht nageslacht toe te zeggen. Hij bezoekt, openbaart zich, stuurt zijn gezanten en ten slotte zijn eigen Zoon, want God gaf niet  alleen de aarde aan de mensen, ook nog zijn eigen Zoon, die kwam om van de aarde toch een stukje hemel te maken. “Het Woord is vlees geworden”, en daarmee engageert God zich voor zijn wereld. Zo heeft Hij een blijvende verbinding gelegd.
En nu kunnen wij, mensen op zoek gaan naar een overbrugging, een verbinding met de hemel.  Mensen die bidden kunnen dat voor een stuk waar maken.  Maar onszelf tot bij God opkrikken of God naar ons toehalen lukt niet: Babel werd immers een groot fiasco.  Maar we kunnen wel tot halverwege gaan, tot op de berg bijvoorbeeld, daar komt God ons een stuk tegemoet. Zo gebeurde het op de Sinaï met de wet, of op de Thabor bij de gedaanteverandering. En nu bij het afscheid van Jezus.
Jezus maakt die verbinding een stuk steviger: Hij is neergedaald en nu weer opgeklommen. Die aarde van de mensen is ook zijn aarde geworden, want Hij ging hier rond al weldoende. Hij heeft daarbij zozeer gewerkt om het liefdesaanbod van God herkenbaar en tastbaar te maken voor ons dat Hij die onmogelijke  verbinding tussen de twee mogelijk heeft gemaakt. Er is een beginnende eenheid gegroeid tussen hemel en aarde, maar een waaraan nog te werken valt.  De hemel is nog altijd van God, maar we hebben er nu een bemiddelaar. Van tegengestelden, zijn hemel en aarde nu samenspelers geworden, zoals het van in den beginne bedoeld was.
En nu is het aan ons, mensen, om  de weg op te gaan die Jezus uitgestippeld heeft, niet door naar de hemel te blijven staren, maar door hier op aarde aan de slag te gaan, omwille van Jezus die nu bij de Vader is thuisgekomen.  Dat doen wij dan niet alleen omwille van de aarde op zichzelf, maar om te werken naar het model van de Vader en zijn Zoon: op aarde zoals in de hemel, leerde Jezus ons bidden, en dat is ook de diepere betekenis van Hemelvaart. Dat op aarde zoals in de hemel zijn Naam geheiligd wordt, zijn Rijk van vrede vaste voet mag krijgen en zijn gerechtigheid vorm mag krijgen.
Die drie beden verwijzen meteen naar onze 3 kerntaken: het bidden, geheiligd zij uw Naam, de verkondiging: uw Rijk kome, en de dienst aan de medemensen: uw wil geschiede.  
Dat moet zichtbaar worden in concrete daden van brood voor al wie honger heeft, van vertrouwvol en volgehouden gebed, van barmhartigheid en verdraagzaamheid, van vergeving en verzoening
Daar liggen onze opdrachten als christenen: gedragen door Jezus die ten hemel opgenomen is, mogen wij geloven en  werken aan een aarde die aan mensen is toevertrouwd. Moge, omwille van onze band met Jezus  en ons geloof in die nieuwe hemel ons bidden verhoord en ons mensenwerk gezegend zijn.
“Mannen van Galilea”,  lazen we in het boek van  de Handelingen, “wat staat ge naar de hemel te kijken, deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkeren”.
Het verhaal eindigt hier niet, het gaat voort.

Bert Taeymans