Artikelindex

4de Paaszondag 29 april 2012

Ik ben de goede herder – zo stelt Jezus zich voor in het evangelie.
Zo zegde hij ook: ik ben de wijnstok, ik ben het brood om van te leven, ik ben de weg, de waarheid en het leven. Ik ben – woorden nam Hij wel vaker in de mond. Jezus hield van zo’n rechtaan stijl en daar hebben de meesten waarschijnlijk geen probleem mee.
Anders ligt het met het beeld herders en schapen. Wat een herder de hele dag zoal doet weten we vandaag niet meer. Het beroep van schaapherder komt hier niet veel meer voor. Vandaar waarschijnlijk dat we van dat beroep een lieflijk, soft beeld hebben. Is dat goede herder verhaal nu nog wel actueel?
En wie herder zegt, denkt automatisch aan een kudde en in één adem aan domme volgzaamheid en een vanzelfsprekende afhankelijkheid. En voor ons, westerlingen is dat niet evident. Want wij maken er juist een punt van ons leven zelf in handen te nemen en vrij en onafhankelijk onze eigen weg te gaan.
Bij oude, oosterse volkeren was het de gewoonte dat ze hun leiders ‘herders’ noemden. Ook en eerst en vooral hun politieke leiders. Een koning was de herder van zijn volk. Wij zouden zeggen: de ervaren gids.
En in het Oude testament wordt Gods volk meer dan eens vergeleken met een menigte schapen zonder herder. Die beeldspraak gebruiken wij niet meer. De profeten in het O.T. gaan regelmatig tekeer tegen de koningen en de geestelijke leiders omdat ze ontrouw zijn aan hun roeping.  Ze dragen geen zorg voor het volk, maar ze buiten het uit. Ze trekken zich niets aan van verdwaalde schapen. Het zijn geen zorgzame herders. Ze scheren hun schapen kaal en gebruiken de wol voor hun eigen profijt. Klinkt ons dat niet bekend in de oren?
Niemand kan zonder herders. Het zijn mensen die aan het leven richting geven, mensen die gids zijn. En iedereen heeft zulke herders, of hij het beseft of niet. En  wie ze niet heeft, is op de dool en vindt geen weg in het leven. Zo zijn er veel mensen die ronddolen als schapen zonder herder en zeker zonder goede herder en dat op vele belangrijke terreinen in hun leven.
 Kinderen zonder ouders bijvoorbeeld, of zonder zorgzame opvoeders. Er zouden er zo’n 14 miljoen leven op deze wereld.  Of burgers die in hun politieke leiders geen vertrouwen meer kunnen hebben, zoals dat gebeurt in Syrië.
We kunnen wel stellen dat het een belangrijke vraag is wie in ons leven een rol speelt van herder.
God wordt niet als goede herder voorgesteld. De eigenlijke boodschap is: God zal zorgen voor goede menselijke herders. Die belofte heeft hij waargemaakt door Jezus.
De allerbelangrijkste richtingaanwijzer voor elke mens is wel het persoonlijk geweten. Het eigen geweten van een mens heeft altijd het laatste woord. Maar een goed geweten (zoals wij dat noemen), laat zich voorlichten en leiden.
Buiten verantwoordelijkheid voor onszelf dragen wij verantwoordelijkheid voor andere mensen. Voor wie zetten wij de richting uit? Mensen met wie we het leven delen, mensen die op ons kunnen vertrouwen. We staan niet dikwijls stil bij die grote verantwoordelijkheid. Mensen zijn in menig opzicht elkaars herders.
Goede herders voor elkaar zijn in de voetsporen van Jezus wil zeggen dat we voor elkaar borg staan. Dat we borg staan voor leven ondanks lijden en dood; sterker dan lijden en dood. Dat we met elkaar omgaan in oprechtheid, met zachte hand, rechtlijnig, eerlijk, hartelijk. Het houdt in dat we steeds kiezen voor verzoening, voor nieuwe kansen en voor vertrouwen en voor vergeving.
 Herderschap is echter geen vrome, idyllische, brave bezigheid, want het gaat de harde en moeilijke situatie niet uit de weg. Maar het betekent  ook aan de ander een ruim gevoel geven van eigenwaarde en toekomst, telkens weer.
En dat is het wat Jezus bedoelde toen hij zegde: ik ben de goede Herder. Hij wil aan ons leven richting geven, telkens weer maar hij wil bovendien ook dat wij ons geborgen voelen in zijn liefde.
Dit is misschien een goede gelegenheid om het rijtje eens af te lopen van al de mensen op wie wij enige invloed uitoefenen en ons af te vragen of die invloed positief genoeg is.
Dit verhaal is een uitdaging naar ons toe. En wat overduidelijk is, is dat het goede herder verhaal even actueel is dan 2000 jaar geleden.

Vera Struyf