Artikelindex

VIERDE ZONDAG van de VASTEN - 18 maart  2012

Wanneer wij plots overvallen worden door een onbegrijpelijk dramatisch gebeuren zoals dat de laatste dagen het geval was,  dan zitten wij er verslagen bij, ontredderd, uit balans. Soms zeggen wij: elk huisje heeft wel zijn kruisje,  maar sommige kruisen zijn toch wel erg zwaar om dragen voor de gezinnen die dat onverwacht over zich heen krijgen. Dan is het zoeken naar elke sprankel van licht om zich aan vast te klampen.
De lezingen van vandaag zetten ons een stuk op weg en kunnen ons helpen om wat houvast te vinden.
De eerste lezing gaat er van uit dat het Joodse volk zich tijdens de lange ballingschap  altijd had opgetrokken aan wat de profeten  voorhielden, maar nu komt er voor het eerst uitzicht op de vervulling ervan. De heilige stad Jeruzalem, die ze in hun droom altijd hadden meegedragen,  komt weer binnen hun bereik: het einde ligt in het vooruitzicht.
In het evangelie geeft Johannes, na het nachtelijk gesprek  met Nicodemus zowat een samenvatting van Jezus’ hele boodschap: de evangelist maakt met de hem eigen thema’s de betekenis  en de draagwijdte van Jezus aanwezigheid op aarde duidelijk: licht en duisternis, aanvaarden en verwerpen, waarheid en redding. Naar goede gewoonte  bidden wij straks weer onze geloofsbelijdenis: in enkele geladen zinnen weet Johannes tot de kern ervan door te dringen.
“Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”.   
God heeft zich niet vooraf teruggetrokken om afwegingen of berekeningen te maken, geen kosten-baten onderzoek ingesteld, maar Hij heeft gehandeld uit liefde. Daar lag immers zijn uitgangspunt: wie geeft anders het kostbaarste dat hij bezit weg? Een ‘mislukking’ naar menselijke normen werd daarbij ingerekend, want Jezus zegt ook: “De Mensenzoon moet omhoog geheven worden zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben”.
Jezus is daarbij een tastbaar teken van Gods liefde, en dat is nu juist wat Johannes heel de tijd van het samenzijn heeft kunnen ervaren, en dat wordt dan ook zijn persoonlijk getuigenis dat hij ons meegeeft. Zo vat Johannes zijn hele geloof samen in enkele zinnen, als één enkel geloofsartikel, daarmee staat of valt voor hem alles. God is in zijn onuitputtelijke liefde zo ver gegaan dat Hij ons zijn Zoon Jezus als geschenk gegeven heeft, en daarin ligt de weg naar redding.
God weet daarbij ook dat het menselijk antwoord niet automatisch gunstig zal zijn, Hij neemt een risico,  Hij houdt  rekening met een afwijzing.
 En zo is het kruis  een centraal symbool geworden van wie zich achter Jezus wil scharen, een geladen teken voor wie wil leven naar Jezus voorbeeld, Hem wil leren kennen en trachteen te begrijpen.
Christenen zoeken het  lijden, het kruis niet op: zij zijn ook mensen met hun dromen en verwachtingen voor hun leven, zoeken naar geluk is een diepmenselijk gegeven dat zij met alle anderen delen. Lijden is niet zonder meer Gods wil die we moeten ondergaan, God wil voor ons het beste, Hij houdt immers van ons. Lijden is nooit zinvol op zichzelf, het kan ons overvallen omdat wij nu eenmaal deel uitmaken van die stoffelijke wereld, of  het kunnen  mensen zijn die het mekaar aandoen. Als we er toch mee te maken hebben, dan kan het een lange leerschool worden om er te leren mee omgaan. Liefde kan ons helpen om er overheen te groeien en van daaruit kunnen wij moeizaam en met veel geduld die levensschool doorlopen om er een zin  te kunnen uit puren, een plaats te geven in ons leven.
Geloven betekent in Johannes’ visie dan: het geschenk aanvaarden, aan God wederliefde schenken, de goede aarde die wij als gave meegekregen hebben in dank aanvaarden en waarderen,  er op een goede manier mee omgaan.  Een antwoord aan God gegeven, en daarbij ook de onderlinge liefde onder medemensen vorm en kansen geven. Zo kunnen wij iets van Gods liefde doorgeven en herkenbaar maken.
Broederlijk Delen vraagt ons om dat concreet te maken in deze vastentijd: Latijns-Amerika staat hierbij in de aandacht, en in het bijzonder Guatemala. Grote multinationale bedrijven hebben er de mijnbouw in handen en de kleine boeren hebben geen inspraak als er in hun leefomgeving  open mijnen worden gepland en aangelegd  zonder veel aandacht voor de bewoners. Akkers en drinkwater, voedsel en gezondheid komen op die manier in het gedrang.   Broederlijk delen wil partnerorganisaties  ondersteunen die opkomen voor de lokale bevolking en die de mensen, ondanks de mijnbouw, willen helpen om voedsel en een inkomen te halen uit duurzame landbouw.
Veertigdagentijd is een tijd van bezinning, soberheid en gebed, maar vooral van concrete, liefdevolle inzet.   Daar ligt onze weg naar Pasen,  dat is werken aan een tastbare verrijzenis.

Bert Taeymans