Artikelindex

VIERDE ZONDAG door het JAAR - 29 januari 2012

In de eerste lezing kondigt God bij monde van Mozes de komst van Zijn Zoon aan, aan wie Hij alle gezag zal geven om Zijn Woord te spreken en in Zijn naam te handelen.
In het evangelie horen we hoe dit daadwerkelijk gebeurt: Jezus spreekt ‘zoals iemand die gezag bezit’, en Hij geneest zieken en drijft duivels uit.        
Vandaag de dag wordt vaak aangenomen dat die zogenaamde ‘door de duivel bezetenen’ eigenlijk leden aan één of andere psychische ziekte of epilepsie of zo. Zo’n stelling maakt al te gauw komaf met de manifestaties van de duivel via mensen. Dit is een moeilijk hoofdstuk en kan onmogelijk op enkele minuten worden behandeld. Indien mensen hierover meer willen weten kunnen ze het nummer van het magazine Inspiratie raadplegen, dat dit onderwerp grondig toelicht.
Paulus raakt vandaag aan een punt dat nog altijd actueel is.
Hij stelt namelijk dat ‘wie niet getrouwd is zorg heeft voor de zaak van de Heer’ maar dat ‘de getrouwde ( man of vrouw ) zijn / haar zorgen wijdt aan aardse dingen, zoals o.a. het behagen van zijn / haar partner.’
Deze stelling ligt onder meer aan de basis van het celibaat van de priesters. Ze vormt ook de grond voor het celibaat van religieuzen. Belangrijk is hier toch de nadruk te leggen op de vrijheid van de toekomstige priester of religieuze. Deze mensen ervaren dat ze door God geroepen worden om Zijn liefde te beantwoorden en dit op een radicale wijze. Ze voelen zelf aan dat ze zich geheel aan God willen wijden, met al hun krachten, naar lichaam en geest: geest en lichaam vormen immers samen de totale mens en kunnen niet zomaar afzonderlijk worden beschouwd. En om zich totaal aan Gods zaken te wijden gaan zij liever geen andere verantwoordelijkheden aan, zoals de zorg voor een gezin.
Dit is een mysterie dat plaats heeft tussen God en die ene mens, niet te vatten door buitenstaanders.
Uit deze tekst zou men geneigd zijn te denken dat Paulus iedereen aanraadt ongetrouwd te blijven om zijn ziel te redden. Het doet ook denken aan wat Jezus aan Martha antwoordt wanneer deze klaagt dat haar zuster Marie Magdalena haar niet helpt en alleen maar naar Jezus luistert: Martha, wat maak je je zorgen om van alles en nog wat. Maria verkiest naar mijn woord te luisteren, ze heeft het beste deel gekozen.’
Voor God is het huwelijk zo heilig dat Hij er een sacrament van gemaakt heeft en verkondigt dat ‘ wat God verbonden heeft door de mens niet zal ontbonden worden.’ Het huwelijk is eigenlijk een driehoeksverhouding, waarin God de derde persoon is en zich verbindt de gehuwden de nodige genade te geven om heilig te worden via hun huwelijk en om ook hun kinderen het pad  naar heilig worden te wijzen.
Het leven van een gehuwde is dus zeker niet inferieur aan die van een toegewijde.Dus, daar gaat het bij Paulus niet om. Waar gaat het dan wel over? De sleutel ligt in het woordje ‘onverdeeld’.
We horen hier vaak over spreken maar dan in andere termen:  de totale mens, holistisch leven, in harmonie met het heelal, etc.
Het is nadelig bijverschijnsel van onze hedendaagse levensstijl: we zijn gehaast, gestresseerd, anderen verwachten van ons- en wij verwachten van onszelf – dat we alles tegelijk aankunnen en in alles goed zijn: job, familie, sociaal leven, levensstandaard, hobby’s, noem maar op. We zij hopeloos verdeeld en versnipperd over al deze aspecten van ons leven.
Iedereen, gelovig of niet, voelt aan dat hier iets aan moet gedaan worden. Vandaar de talrijke cursussen in relaxatie, zelfcontrole, gezond eten en leven, terug naar de natuur, hoe gelukkig zijn, etc. 
Maar voor de christen is er nog meer aan de hand: één zijn met God, ‘onverdeeld’, in alle aspecten van ons leven. We hebben zo de neiging om de verschillende aspecten van ons leven in schuifjes te steken: familie, werk, ontspanning, vrienden, en oh ja, ook God, op zondag, van 11 tot 12. Een beetje karikaturaal, maar je begrijpt wel wat ik bedoel…
Volwassenen of jonge mensen die pas tot het christelijk geloof komen ervaren dit zeer sterk: ze maken kennis met de leer van de kerk en leren omgaan met christenen.
Gaande weg gaan ze zich, in andere aspecten van hun kleven, hoe langer hoe meer ongemakkelijk voelen.
Het gaat wringen met hun vroegere vrienden: deze blijken plots oppervlakkig te zijn, of een cynische en negatieve kijk op het leven en de mensen te hebben, of ze drinken overdadig en flirten heel wat af… Langzamerhand gaan ze deze vrienden laten staan en een gezelschap opzoeken waar hun eigen, nieuwe waarden, vanzelfsprekend zijn.
De beleving van het beroepsleven komt ook vaak in het gedrang. Ze gaan beseffen dat ze vooral gefocused zijn op carrière, ambitie, snel veel geld verdienen, en dat ze het niet zo nauw nemen met de manier waarop ze dit trachten te verwezenlijken. Vragen komen op, zoals : Wie benadeel ik? Ben ik eerlijk in alles? Is mijn beroepsactiviteit te rijmen met christelijke waarden?
Vaak worden hier een serieuze schoonmaak gedaan, en soms gaan ze zelfs over tot het zoeken van een ander baan, of zelfs, een ander beroep.
Zo ook met het geld. Waaraan wordt het besteed? Wordt het gedeeld met anderen? Kan het met wat minder … en wat meer tijd voor gezin, vrienden, of één of ander sociaal engagement?
Dat is de vraag die ons vandaag gesteld wordt: liggen al onze activiteiten, alle aspecten van ons leven wel op die ene rechte lijn? Die lijn die naar God is gericht?
Dat is een vraag die de moeite waard is om bij stil te staan, en , wie weet, misschien zullen we onze koers gaandeweg wijzigen?

C. Gunzburg