Artikelindex

PATROONSFEEST - 22 januari 2012

Op de jongerenbijeenkomsten van Taizé en bij de WJD zoals dit jaar in Madrid, zijn er momenten voorzien waarop de aanwezige bisschoppen aan grote groepen jongeren catechese geven, een instructie, waarna de jongeren zelf in kleinere groepjes daarover van gedachten gaan wisselen en op zoek gaan naar toepassingen voor hun  persoonlijk leven.
En zo vertelde onze bisschop Johan Bonny over vrienden die, toen ze een nieuw huis gingen betrekken, een kastanjelaar plantten in de tuin. Die boom groeide en na enkele jaren werd hij een familiaal trefpunt door de seizoenen heen. In de lente zorgde hij voor een prachtige bloesem, in de zomer werd het een ideale plek voor een siësta of een barbecue, in de herfst zag je de  rijke en speelse kleurenpracht van zijn bladeren en hing er de zoete geur van gepofte kastanjes; in de winter leken zijn ontbladerde takken wel een ragfijn kantwerk en wat later  legden  sneeuwvlokjes een feeëriek laagje over de takken. Kortom, met zijn mooi bladerendak was hij met de jaren een integrerend deel van de familie geworden, een niet meer weg te denken trefpunt.
Waarom haalde Mgr. Bonny nu die kastanjeboom binnen? Wel het blijkt dat zo’n boom ondergronds een even brede wortelpartij heeft als zijn kruin bovengronds breed is. En zo werd de boom een beeld van ons geloof: zonder sterke en breed uitstaande wortels is ons geloof niet in staat om de stormen te overleven.
En daarom hebben wij bij dit patroonsfeest deze boom ook bij ons binnengehaald. De wortels van de boom brengen ons in contact met Christus, Hij is het die leven schenkt, die zorgt voor het nodige levenssap, Hij leerde ons God kennen in drie woorden: God is liefde, en het is die liefde die vanuit de wortels haar weg vindt,  eerst langs de  zware takken en dan verder opklimt tot in de kleinste twijgjes en bladeren.
De zwaarste takken helpen ons om levenskracht te vinden in de sacramenten, in de verschillende wijzen waarop wij hier samenkomen om te vieren, in allerlei vormen van gebed.   Maar daar blijft het niet bij, want  al vlug zoekt de levenskracht haar weg langs  zijtakken om de boodschap niet onder te stoppen en weg te moffelen,   want een sterke boodschap zoekt haar weg naar buiten en wil zich ook aan anderen laten kennen. En als je meer vertrouwd raakt met de boodschap en er de  draagkracht van beseft, ga je ook inzien dat je er iets mee moet doen: nieuwe takken schieten uit die uitmonden in twijgjes en bladeren  die ons verrassen met allerlei vormen van dienstbetoon en vrijwilligerswerk: een mooi bladerdak siert nu de boom en laat ons genieten van wat hij kan bieden in een keur van vruchten waar niet alleen de kleine kring van onze paulusfamilie kan van genieten, maar ook heel wat mensen uit de ruimere omgeving, en ja, ook toevallige passanten kunnen rustig  een sappige vrucht plukken.
Dat is dan ook de kern van ons verhaal, dat speelt zich af in en rond de kerk, dat is de bron waaruit alles ontspringt
Maar we kijken ook verder dan binnen ons kerkgebouw: hier kunnen nieuwe ideeën ontstaan en levenskracht vinden om te groeien, wij worden er ons meer en meer van  bewust dat onze wereld ruimer is dan het bos rond onze kerk, ruimer dan onze dorpsgrenzen; er zijn dingen in onze grote wereld die ons onrustig en zelfs ongerust maken en waarbij we van tijd tot tijd onze handen voelen jeuken om er iets aan te doen. God heeft ons immers zijn hele schepping toevertrouwd om ze te behoeden en er iets mee te doen.
Maar daarbij willen wij niet vergeten dat wij als mensen ook nood hebben aan contact en goede omgang, aan vriendschap, aan aanmoediging, aan goed begrepen en meegedragen verdriet.
En daarmee vinden wij elkaar terug onder het brede, dichte bladerdak van onze kastanjeboom, zo breed en dicht dat het heerlijke beschutting biedt tegen de felle zon of een onverwachte regenbui.  Dat is wat zich afspeelt bij allerlei gelegenheden in het pauluszaaltje en het pastorietje: bij het soepje of de tripel na de zondagsmis, de talloze vergaderingen, de kaartnamiddagen, de feestjes en ga maar verder: op dat terrein zij wel heel inventief!
En ook in ieders persoonlijk leven speelt onze kastanjeboom zijn onvervangbare rol: zonder het levenssap dat we uit de wortels puren, zonder de levende Heer die wij zo kunnen vinden staan wij kwetsbaar en zwak in het leven, raken wij gemakkelijk onze richting kwijt en worden wij oppervlakkig, missen wij elke zingeving en geen GPS kan ons daarbij op weg helpen…
Bomen vinden wij ook in de bijbel terug: er is de vijgenboom met de verdorde vruchten, de moerbeiboom waar Zacheüs in kroop om Jezus beter te zien, en onder de eik van Mamre kregen Abraham en Sara van de Heer te horen dat ze binnen het jaar een zoon zouden krijgen. Maar twee bomen zij wel heel markant: één werd een beeld van mislukking, de ander bracht hoop.  Het gaat om de boom in het paradijs, die een beeld is van onze zwakheid en ons tekortschieten,  en anderzijds de kruisboom van Jezus lijden en dood, bron van herstel en redding. Want ja, God is liefde!
Mag ik dan afronden met een gedicht van Eugeen Laridon, destijds hulpbisschop van Brugge, met wie ik in KSJ lang heb samengewerkt:

Vrienden zijn als bomen:
ze wachten geduldig tot je nog eens langskomt,
en ze zijn onverstoorbaar als je wegblijft;
ook na maanden afwezigheid,
kun je de draad weer opnemen,
omdat ondertussen niets werd afgebroken.
Vrienden zijn als bomen
op goede afstand van elkaar geplant
zo moeten ze elkaar niets betwisten,
ze kennen ook geen afgunst
maar nodigen wel elkaar uit om hoger te groeien.
Mensen zijn als bomen
en bomen buigen niet, maar wuiven…

Bert Taeymans