Artikelindex

TWEEDE ZONDAG door het JAAR - 15 januari 2012

Goeiemorgen lieve mensen,
Het evangelie van vandaag gaat over de roeping van de eerste apostelen.
In deze lezing kiest Jezus de leerlingen er niet zelf uit, het zijn de leerlingen die Hem achterna gaan!
Wat opvalt, is dat ze vol vuur zijn: ze lòpen Jezus achterna en gaan met Hem mee naar Zijn huis. Na het samenzijn ontmoet Andreas Simon en het eerste dat hij zegt, is: “Wij hebben de gezalfde ontmoet! Kom!” En hij brengt hem naar Jezus.
Het moet toch heel bijzonder zijn geweest!
Het toont ons dat een ontmoeting met Jezus, ook voor ons, in eerste instantie tot vreugde leidt. Je wordt er zò blij van dat je ’t alleen maar wil rondbazuinen!
Toen ik als 17/18jarige mijn eerste retraite in Frankrijk deed –Jéricho- kreeg ik spirituele begeleiding van Brigitte, een Canadese vrouw die Engels en Frans sprak.
Mijn talen waren toen nog niet erg vlot, maar ik herinner mij dat vooral de woorden “WOW!” en “Génial” en “Amazing” terug kwamen.
Ik geloof dat de ontmoeting met Jezus ook voor ons vandaag vreugde kan brengen!
In het evangelie staat de ontmoeting met Jezus centraal, maar ook de roeping van Zijn leerlingen. Via Johannes worden de leerlingen gedreven om achter Jezus aan te gaan. Iets later wordt Simon door Jezus aangesproken met: “Gij zult rots worden genoemd.” Van een roeping gesproken!
Zoals de leerlingen via Johannes bij Jezus komen, spreekt God misschien soms ook tot ons via tussenpersonen. Iemand die er is, op de juiste plaats, op het juiste moment en ons het goede toont, of iemand die ons moed inspreekt daar waar het nodig is, of iemand die ons even de weg wijst als we ’t noorden kwijt zijn. Allemaal knipogen van God, misschien wel roepingen!
Zo heb ik een voorbeeld van een hele tijd geleden, toen ik met Raf naar Rome stapte. We waren al lang onderweg en gepakt en gezakt met een zware rugzak en zware wandelschoenen, ik was vrij moe. Toen er, voor de derde keer die dag, een steentje in mijn schoen zat, was ik het beu en gooide mijn rugzak hard op de grond. Ik weende van vermoeidheid en van colère. Ik bukte mij om het steentje uit mijn schoen te halen, toen ik opeens het liedje van Elly en Rikkert in mijn hoofd hoorde: “Sta nu op, neem uw bed en wandel!” Het juiste deuntje op de juiste moment, voor mij toen een knipoog van God!
Roeping hoeft niet altijd om grootse dingen te gaan. God roept je misschien wel op elk moment, altijd, overal. Roeping staat misschien wel veel dichterbij ons bed dan we soms denken.
Je kan ook geroepen worden door God zoals Samuel dat meemaakte. Heel expliciet. God die je letterlijk roept. Misschien werd je wel eens overdonderd door Zijn stem, door Zijn liefde. Misschien liet Hij je ineens beseffen hoe groot Zijn liefde voor jou is dat je op je knieën ging voor het kruis en in tranen uitbarst om dan bij Hem thuis te komen. Misschien zeg je dan, zoals Johannes deed, “Zie, het Lam van God!” Jezus, zo onschuldig, zo vol liefde, bereid om voor ons te sterven, om “geslacht” te worden.
Ook dat is geroepen zijn, geroepen om bij Hem te zijn.
God kan je ook spreken in de stilte van je hart. Ignatius zegt dat, als je een beslissing moet maken en je twijfelt, je dan naar je hart moet luisteren. Als je voelt dat je in je hart een diepe, innerlijke vrede voelt, ongeacht je eigen verlangens en je eigen goesting, dan komt het van God. Dan is God die roept.
Ik wil nog even verder gaan met wat Jean Vanier me deze week leerde over roeping.
We hebben nogal eens de neiging om roeping in te vullen als: anderen helpen. En op zich is anderen helpen een heel positief iets.
Op één voorwaarde: dat we niet neerkijken op de personen die we helpen! Als wij, ons helpen zien als: ik, de meerdere, die iets geef aan de mindere, dan geef ik die andere persoon eigenlijk geen recht van bestaan. Het helpen is alleen maar egocentrisch.
Werkelijk helpen is tussen de anderen staan, een waarachtige relatie aangaan met anderen, erkennen dat de andere mij evenveel te bieden heeft als ik hem of haar.
Jean Vanier toont ons dit door zijn manier van leven in de Arkgemeenschap, waar mensen met en zonder handicap samenleven. Waar begeleiders geen begeleiders worden genoemd, maar assistenten. Zij assisteren de mensen met een handicap, zij staan naast hen.
Jean Vanier benadrukt het waarachtig in relatie staan met de andere, openstaan voor de andere.  Niet zomaar vanalles voor de andere gaan doen, omdat dat zo verwacht wordt of omdat anderen dat dan als goede daden beschouwen! De andere zichzelf laten zijn en zelf jezelf zijn… Dan pas kan God werkelijk roepen!
Ik wens jullie toe dat je, zoals Samuel dat deed, heel eenvoudigweg kan zeggen: “Spreek, Heer, ik luister! Hij heeft misschien wel meer te zeggen dan je denkt!

Dorien Vanbel