Artikelindex

KERSTMIS God laat zich zoeken - 25 december 2011

“De goedheid en de menslievendheid van onze God, onze Heiland, zijn op aarde verschenen”, dat schreef Paulus een kleine 2000 jaar geleden. Die betekenis geeft Paulus aan het verhaal van de geboorte en Jezus’ leven op aarde. Was Gods nabijheid daarmee overduidelijk en voor iedereen zichtbaar geworden?
 Tot bij God komen is niet zo gemakkelijk, dat vraagt iets van ons. Het Oude Testament kende een nog grotere afstand: “Wie God ziet moet sterven”.  Maar kunnen we nu dan gewoon bij Hem op visite gaan?
Er is een weg, maar dat is lang geen toeristisch wandelpad met wegwijzertjes. Want God laat zich zoeken, het vraagt soms een moeilijke stap naar Hem toe.
De geboorte vond niet plaats in Jeruzalem, in het licht van de schijnwerpers, of ook niet in de woonplaats van Maria en Jozef: zij moesten ervoor op weg gaan, naar een verloren plaatsje waar niemand hen kende: wat kan er voor goeds uit Bethlehem komen? En Maria is maagd… en een stal, en een kribbe… Niets dat erop wees dat er hier geschiedenis geschreven werd.
Toch wil God hier ook geen verstoppertje spelen, want God laat zich niet alleen zoeken, Hij laat zich ook vinden. Want Hij laat het daar niet bij, Hij zet stappen, Hij komt naar ons toe, Hij neemt initiatief. De wakende herders worden verrast door een engel die hen uitnodigt om op weg te gaan naar de pasgeboren Redder: ze krijgen meteen de diepere betekeneis mee. Zonder die engel zou het een nacht geworden zijn kijk alle andere…
En het gaat nog druk worden rond het stalletje, want ver daar vandaan worden wijze mannen ook verrast door een teken: een ster. Zonder die ster zouden zij van niets geweten hebben.
Maar het hele gebeuren behoudt zijn verrassend karakter: ze vinden er de Verlosser in diepe verborgenheid. De engel had gesproken van een ‘telken’, wat zoveel wil zeggen als: je ziet niet wat je ziet, een teken laat iets zien en tegelijk verhult het wat er te zien is. Want ze zullen een kind vinden, maar ook zoveel meer dan een gewoon kind : achter die kwetsbare hulpeloosheid gaat iets veel groters, zoveel mooiers schuil. Je moet eerst het gewone doorbreken vóór je het ongewone kunt zien. In de verborgenheid komt het erop aan God te leren zien.
En nu kunnen wij ons afvragen: zou Paulus vandaag nog hetzelfde neerschrijven als hij een krant opensloeg of het journaal volgde?  Met weer een nieuwe aanslaag in Bagdad of Damascus, of ja, in Luik? En met de druk van de vluchtelingen en asielzoekers waar we maar geen goede oplossing voor kunnen vinden? Met de angst van de mensen voor hun werk en de euro?
Maar ook in die dagen zouden onze huidige media stof genoeg gevonden hebben om  mee uit te pakken. Wat denk je van een ooggetuigenverslag van de kindermoord? Zit daar geen beeldmateriaal in? Of een exclusief interview met een ambtenaar van de volkstelling?  Elke tijd heeft zijn hindernissen om tot bij God te komen.
Is die Verlosser dan ook vandaag nog te herkennen? Laat Hij zich nog zoeken en misschien toch ook weer vinden?
We moeten Hem in elk geval niet gaan zoeken op een troon in deze of in een andere kerk. Niet in een shopping center of een aandelenbeurs, waar alleen maar materiële en financiële afgoden hoog geprezen worden. Hij blijft verborgen in die ‘historische’ mens van 2000 jaar geleden die ‘rondging al weldoende’. En zoals die Jezus van toen niet vies was van tollenaars en op zoek ging naar kleine mensen die geen gewicht leggen in de sociale schaal, zo kunnen wij met Hem leren openstaan voor zwakken en weerlozen.
En als we die proef met succes hebben doorstaan, dan kunnen wij Hem toch ook wel hier in de kerk recht in de ogen kijken: want ja, Hij is hier in het tabernakel, als wij doorheen het teken van brood kunnen heenkijken kunnen wij Hem ervaren en met Hem praten in alle eerlijkheid. Hij is daar om verder gebroken en gedeeld te worden: zo laat Hij zich vinden. Hij zegt ons: kijk goed om je heen, in de mensen op je weg, in de gebeurtenissen die op je afkomen kun je Mij vinden.
In de herberg in Bethlehem was geen plaats voor Hem, in de synagogen werd Hij niet altijd even graag beluisterd, in de tempel hielde de kooplieden niet van zijn onblusbare ijver en toen Hij voor Pilatus stond was er geen plaats meer voor Hem in de harten van de mensen.  Tweemaal kreeg Hij een eigen plaats: bij zijn geboorte in de kribbe en op het kruis bij zijn dood. Tussen die twee momenten verloopt zijn zending: één doorlopende lijn van aandacht voor de mensen. Kerstmis en Pasen liggen in elkaars verlengde: zij vormen samen één verhaal.
Blijft nu de vraag: hoeveel plaats hebben wij voor Hem gereserveerd in ons hart, in ons doen en laten? En voor al die kleinen die Hem zo lief zijn?
Ik vat kort samen wat Bernardus van Clairvaux schrijft over Kerstmis: “Wij kennen een drievoudige komst van de Heer. Bij zijn eerste komst verscheen de Heer in vlees en in zwakheid, bij de laatste zal Hij verschijnen in heerlijkheid en in macht, tweemaal in het openbaar. Bij de middelste komst komt de Heer in het verborgen, in de harten. De middelste komst is de weg die leidt van de eerste naar de laatste. In de eerste was Hij onze verlossing, in de laatste zal Hij zich openbaren als ons leven, in de middelste is Hij onze rust en vertroosting”.
Laten wij ons hart maar wijd openzetten voor die middelste komst.
Zalig Kerstfeest!

Taeymans Bert