Artikelindex

 

EERSTE ZONDE van de ADVENT - 27 november 2011

Er zijn veel manieren om te wachten.
Voor hij die wacht op vrijlating uit de gevangenis, hij die uitgekeken is op zijn job en wacht op zijn pensioen, of hij die geen zin meer heeft in leven, voor hem schuift de tijd langzaam en nutteloos voorbij.
Voor de kinderen die de dagen tellen tot de nacht dat Sinterklaas komt, is wachten gevuld van verwachting voor wat ze zullen krijgen.
De verloofde echter maakt zich mooi en bereidt zich voor op de komst van haar geliefde, de zwangere vrouw maakt alles klaar voor de komst van haar kindje. Zij verwachten ‘iemand’ en hun voorbereidend wachten is blij gevuld met het verlangen naar dat ‘iemand’.
Maria is diegene die ons leert hoe we zinvol kunnen wachten.
Als kind brachten haar ouders haar, zoals dat in die tijd gebeurde, naar de tempel, waar ze, samen met andere jonge maagden, zou dienen en bidden tot ze oud genoeg zou zijn om te huwen. De Joden wisten dat, volgens de geschriften, de komst van de Messias nabij was. Het gebed en het leven van de jonge Maria was één groot verlangen naar het zien, het aanraken het mogen dienen van de beloofde Verlosser. Toen de tijd rijp was en ze met Jozef verloofd was, vond de Heilige Geest in haar de gewenste ruimte en zuiverheid om de belofte in haar waar te maken.
De eerste christenen waren helemaal gericht op de wederkomst van de Heer, die ze in een zeer nabije toekomst verwachtten en de teksten van de handelingen en de brieven van de apostelen zinspelen daar voortdurend op.
Tot op heden zijn er sekten die zich meer bekommeren op de datum van het einde van de wereld en het laatste oordeel.
Er staat toch geschreven dat niemand weet wanneer de Heer terugkomt?
Zo lezen we vandaag weer in het evangelie.
En wij? Hoe beleven we elk jaar opnieuw de advent? We weten dat Christus al gekomen is en kunnen deze tijd louter beleven als een dankbaar herdenken van het neerdalen van God op aarde.  Dat is al beter dan zich alleen maar af te jagen om cadeautjes te kopen.
Maar het kan nog boeiender.
God verlangt de nummer één te zijn in ons leven. Willen we dat ook? Is heel ons denken, bidden, handelen gericht op dit ene verlangen: God in ons te laten groeien. ‘Emmanuel’ betekent  : God met ons.
Kloosterlingen wordt aangeleerd elk ogenblik te beleven alsof dit het laatste is. Dit is geen doemdenkerij maar een zeer positieve en pragmatische ingesteldheid. Immers, het verleden is voorbij, de toekomst is ons onbekend, maar het heden houdt de eeuwigheid in: enkel in het heden kunnen we onze eeuwigheid beïnvloeden.
Dat is het waar Jezus op aanstuurt in zijn waarschuwing in het evangelie van vandaag. De ‘nacht’ staat voor ‘de wereld waarin we leven’, de dienaren zijn wij,  en de heer des huizes is Christus zelf.
We laten ons zou vlug afleiden met druk bezig zijn ons zorgen te maken over van alles en nog wat, terecht of onterecht. We kunnen ons zo geweldig goed bezighouden met carrière, hobby’s, sociale verplichtingen.
Als we niet regelmatig stilstaan en de koers bijsturen raken we zo de weg kwijt naar het essentiële.
Het eerste wat Maria doet na het vertrek van de engel Gabriël is naar haar oude nicht Elizabeth trekken om haar te helpen.
De mens die zich door God laat grijpen wordt onvermijdelijk naar de anderen gezonden.
In een wereld waarin zoveel mensen, ook niet of anders gelovigen, zich op een professionele en  efficiënte manier inzetten voor de noden van de wereld, via de ontelbare bestaande NGO’s en liefdadigheidsinstellingen, is het dan zo nodig ons hierin als christenen extra te profileren?
Wat hebben we meer te bieden?
Moeder Theresa was geen dokter of econoom, maar God woonde in haar. En ze ontmoette in elke lijdende medemens Christus zelf, en, omdat ze God God liet zijn in haar, bracht ze die liefdevolle God naar de mens.
Als christenen zijn we geroepen, niet alleen om de noden te lenigen, maar om God bij de mensen te brengen. Daarin ligt het essentieel verschil.
Als we ‘God  met ons’ laten zijn, kunnen we ook rustig doen wat in ons vermogen is, zonder te denken dat WIJ de wereld moeten redden en daardoor het risico te lopen ontmoedigd te zijn, of, erger nog, bij de pakken te blijven zitten. We weten dat wij moeten doen wat in onze mogelijkheid ligt, en dat God zal bijspringen.
En er gebeurt nog iets. Als we de Heilige Geest laten doen, dan zullen we minder onze eigen ideeën volgen, maar hoe langer hoe meer, onze woorden en daden naar anderen toe laten gebeuren, op een ‘ingeving’, een ‘plots idee’.
Zo zal je al gemerkt hebben dat je plots voelt dat je iemand wil opbellen of een bezoekje brengen om vast te stellen dat die bewuste persoon er op dat ogenblik echt aan toe was een luisterend oor en een glimlach te ontmoeten.
Laten we dan tijdens deze advent luisteren naar wat God ons vertelt. Laten we dragers zijn van het Licht van de wereld daar waar droefheid en duisternis heerst. Laten we voor anderen ‘God met ons ‘ zijn.

C. Gunzburg