Artikelindex

 

 

 

24ste Zondag door het Jaar 16 september 2012

 

De lezing uit het Evangelie is in feite het hart van ons geloof. Het gaat hier om de belangrijkste van Jezus: “Wie zeggen de mensen dat ik ben” en dan meer indringend: “Wie zeggen jullie dat ik ben?”. En dan heel concreet: “Wie is Jezus voor mij?”
Dit is geen examenvraag maar de vraag naar de kern van ons eigen gelovig zijn. Op die vraag weten wij allemaal het antwoord
dat Jezus Zoon van God is
dat Hij geboren is uit de maagd Maria
dat Hij geleden heeft onder Pontius Pilatus
dat Hij gekruisigd, gestorven en verrezen is
Dat weten we allemaal. Hier is ons hoofd.
Petrus antwoordde: “Gij zijt de Messias, de gezalfde.” Gezalfde is geen bijvoeglijk naamwoord, maar een functie. Koningen en hogepriesters werden gezalfd met olie. Het betekende dat God het eens was met het feit dat deze mens deze functie bekleedde.
Dat betekent dus dat Petrus geloofde dat Jezus niet zomaar op eigen houtje onderwees, maar dat God zelf het daarmee eens was.
In het verleden wezrd God ons dikwijls voorgesteld als de machtige, de alwetende de alziende. Hij kon beslissen over leven en dood. De God die Jezus predikte was onbegrijpelijk anders omdat Hij ons, als de God van liefde kenbaar werd gemaakt.
Als God nu inderdaad zijn Zoon naar ons zond waarom eindigde zijn leven dan via een kruisweg en kruisdood?
Er zijn vele antwoorden, maar één staat geschreven in het wondermooie boekje van Eric Em Schmitt. Oscar en oma Rozerood. Het verhaal gaat over een jongetje dat kanker heeft en God niet kent. Een lieve dame met roze schort komt hem regelmatig bezoeken en vertelt hem over God en zijn Zoon Jezus.
Op een bepaalde dag neemt oma Rozerood hem mee naar een kruisbeeld.
Oscar reageerde
Ik schrok wel toen ik je beeld zag, ik bedoel, toen ik zag hoe je eraan toe was: bijna helemaal naakt, zo mager aan dat kruis, met overal wonden, met je hoofd dat bloedde vanwege de doornen.
Het deed me aan mezelf denken. Ik werd er opstandig van. Als ik God was, zoals jij, dan had ik mezelf niet zo laten toetakelen. Even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemde kampioen geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?
Waarom niet, Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, z’n huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?
Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een God die geen beproevingen doorstaat, of een God die pij lijdt?
Wie is nu Jezus, deze mens voor u, voor mij? Wie zeggen wij dat Hij is?
Ik kan onmogelijk uw antwoord verwoorden, maar voor mij is Jezus nog altijd
- Het klein kind geboren te Bethlehem begroet door herders en koningen.
- De knaap die achterbleef in de tempel en Jozef en Maria met grote onrust gezocht
- De jonge man die rondging al goeddoende in dat onherbergzame land
o Hij koos de kant van de Samaritaan
o Hij is de naaste van de melaatse
o Hij geneest en wekt het kleine meisje, de dochter van Jaïrus, op uit de dood.
Hij zet de wereld op zijn kop.
De eersten worden de laatsten, de slaven zet Hij op de troon.
Hij is voor mij de man die uit liefde voor mij aan een kruis werd genageld.
Maar vóór alles was Hij de man van de zaligsprekingen dat is de weg die ik moet gaan en ik probeer dat maar ik ben dikwijls in mezelf teleurgesteld want het kwade dat ik niet wil doen, doe ik en het goede dat ik wil, doe ik niet.
Het leven loopt niet altijd over rozen. Maar Jezus beloofde ons geen leven zonder problemen doch ook vandaag zegt Hij tegen ieder van ons
“Ik zal er altijd voor je zijn!”


Paula van den Eynde