Artikelindex

 

32ste ZONDAG door het JAAR - 10 november 2013

 

Onze God is een God van levenden – Luc 20,27-38 – weekend 9-10/11/12 -rw In deze laatste weken van het kerkelijk jaar blijven de liturgie en haar schriftlezingen in de sfeer van Allerheiligen en Allerzielen verwijlen bij het mysterie van leven en dood, van opstanding en wederkomst. Tussen het evangelie en de eerste lezing loopt ook vandaag traditiegetrouw een parallel. Tweemaal gaat het over zeven broers die na elkaar sterven en na hen is de vrouw aan de beurt: de moeder respectievelijk de echtgenote. Maar daar stopt de vergelijking. De eerste lezing brengt het gruwelijk verhaal van zeven voorchristelijke martelaren. Uit hun woorden blijkt hun onverschrokken moed en hun trouw aan God. In het evangelie proberen de Sadduceeën, een hogere conservatieve priesterklasse, Jezus op de proef te stellen met een flauw verzinsel. Immers zij houden zich strikt aan de wetten van  Mozes en verwerpen het geloof van de verrijzenis, dat ze klasseren als een louter menselijke overlevering. Jezus’ antwoord is tweeledig: enerzijds wijst hij de redenering van de Sadduceeën van de hand. Het leven na de dood is immers geen voortzetting van het aardse leven. Het eeuwig leven gaat ieder menselijk voorstellingsvermogen te boven. De beperktheid van ons verstand en onze verbeelding laten ons slechts toe wereldse begrippen en beelden te gebruiken voor iets dat onzegbaar en onvoorstelbaar is. Anderzijds grijpt Jezus in zijn antwoord terug naar Mozes die de Heer noemt “ de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jacob.” Dit zijn de aardvaders die reeds gestorven zijn maar echter niet voor God, Hij is hen niet vergeten. God is liefde en vergeet niet. Hoe zou Hij eeuwige vergankelijkheid willen voor wie Hij in liefde geschapen heeft? Hij is er voor ons en gaat met ons mee over de dood heen. Door Zijn liefde wordt ons sterfelijk bestaan getransformeerd tot een hemels onsterfelijk leven, zoals de rups uiteindelijk een vlinder wordt of zoals een graankorrel sterft om veel vrucht voort te brengen. Ook vandaag vragen we ons allen af wat er gebeurt na de dood – en hierin vinden we alle geloofsschakeringen. Er zijn nog steeds mensen die een eerder oud klassieke en eenvoudig menselijke voorstelling hebben van het hiernamaals, waar ze een beloning krijgen voor hun levenswijze. Sommigen zijn zelfs bereid tot terroristische aanslagen en bewust als martelaar hun leven te geven voor hun ideologie. Een andere groep baseert zich op de menselijke ratio en beweert dat een mensenleven niet kan leven buiten de biologische omgeving en dus dat een leven na de dood gewoon niet kan. Een grote groep gelooft wel in een verrijzen, in een opstaan uit de slaap en het starten van een nieuw en ander leven.  Door Christus geloven ook wij in een herrijzen. In elke eucharistieviering gedenken we de verrijzenis van Jezus en de opstanding voor het eeuwig leven voor ieder van ons. Belangrijk is echter dat dit geloof ons niet weerhoudt om ten volle in dit aardse leven te staan, te leven en te werken aan het Rijk Gods hier immers de mens is niet geschapen om te sterven maar om te leven. Ik hoop dat ik bij de overgang naar het ander leven het sterke verrijzenisgeloof mag hebben dat de menselijke angst voor het onbekende overstemt. Een geloof zoals Phil Bosmans het in zijn bundel “God niet te geloven” op een prachtige wijze verwoordt:

 

Alles is goed.

Alles is in orde nu.

Ik ben niet dood.

Ik ben gewoon naar de andere oever.

Het leven verandert.

Het wordt ruimer, voller, inniger.

Geen begrenzing en geen beperking meer,

Geen duisternis en geen droefheid meer.

Er is alleen die eeuwige levensstroom waarin ik zacht en zalig onderga.

 

Alles wordt “licht”.

Alles wordt “liefde”.

De aarde kan me geen pijn meer doen.

In God zijn alle wensen vervuld Ik kan alleen maar dankbaar zijn.

Mijn geluk is volkomen.

Ik leef.

Ik ben in vrede want ik ben geborgen in de armen van een oneindige lieve God.

 

Rik Wyffels