Artikelindex

 

 

24e zondag – 6-7 september 2014 - De hele bijbel in één zin – Mt 22,34-40  weekend  25-26 okt 2014


Het is geen evidente vraag die Jezus vandaag voorgeschoteld krijgt vanwege een woordvoerder van de farizeeën, een wetgeleerde. Wat is het hart van de Thora, wat is het belangrijkste gebod? Inderdaad voor de Joden in die tijd een schijnbaar cruciale vraag immers 613 verplichtingen (248 geboden en 365 verboden), schrijft de joodse wet voor. Het antwoord op deze vraag lijkt allesbehalve evident, Het antwoord van Jezus klinkt voor ons vandaag bekend in de oren. En met dit antwoord is Jezus blijkbaar met glans geslaagd in zijn examen want er volgt geen enkele reactie van zijn toehoorders.  
Het zijn twee geboden met elkaar verbonden, er is de liefde en er is God en de naaste. Graag wil ik me jullie die elementen iets dieper doorgronden.
Allereerst het dubbelgebod. In de nieuwe Bijbelvertaling staat: het tweede gebod is daaraan gelijk. En de taalkundigen schrijven hierover: het Hebreeuwse of Aramese woord dat zich verbergt achter ‘gelijk’, bedoelt niet van gelijkaardig belang, zelfs niet dat het tweede gebod op gelijke hoogte met het eerste staat. Het houdt in dat het tweede gebod dezelfde betekenis heeft, dat het het eerste gebod gewoon verklaart en dat het hier dus eigenlijk om één gebod gaat.
Dan de rode draad: beminnen. Hier betekent dit beminnen niet eros, noch philia (of vriendschap), maar wel agape. In het Nieuwe testament komt dit laatste 110 keren voor, in het latijn spreken we van caritas, in het nederlands over liefdadigheid. Een Franse filosoof omschrijft agape als volgt: “ ik heb de vreemden lief zoals mezelf en mezelf als was ik een vreemde”.
Dit beminnen volgt de contouren van een driehoek God, ik en de naaste. Bemin de Heer uw God .. en iets verder bemin uw naaste als jezelf. Wellicht niet zo opvallend maar wel gedurfd in die tijd: het betrekken van jezelf, bemin jezelf en maar niet  door jezelf in het centrum te plaatsen, maar wel respecteer jezelf, je lichaam.  Besteed de nodige aandacht aan dit godsgeschenk, je mag er best zijn, je bent de moeite waard. Maar tevens houdt dit in: sta stil bij je kwetsbaarheid en hulpeloosheid en benader de ander dus nooit vanuit een machtspositie.
Daarnaast is er de naaste. Wie is onze naaste? Hier geeft Jezus in andere passages wel een heel ruime definitie aan: het beperkt zich niet tot de eigen kring van zielsverwanten, het gaat verder dan de vriendenkring, in onze ogen zou de term ‘versten’ misschien beter zijn: het zijn de vreemdelingen, de zwakken, de gekwetste medeburger, kortom zij die ons nodig hebben, zelfs onze vijanden. Mensen liefhebben die ons kwetsen of ontgoochelen dat is pas een moeilijke opdracht!
Ten slotte is er diepgang van het gebod: beminnen met geheel je hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Kortom volledig. De Heilige Augustinus heeft in een iets gewijzigde vorm gezegd: “Heb lief, en doe dan wat je wil”. Want wie de Liefde leeft en ze doet, die heeft God herkend, die bemint God en de mensen.  Het is dus niet het op een weegschaal leggen: heb ik nog niet voldoende gedaan voor de ander? Dit is allerminst gemakkelijk, maar we mogen ruim zijn in onze inzet en onze liefde, vol vertrouwen dat Gods voorzienigheid ons zal sturen en alles in de juiste proporties weet te houden en dit rekening houdend met onze talenten en onze draagkracht.
Wanneer we deze goddelijke missie vandaag willen vervullen dan voelen we dat deze éne opdracht niet evident is. Slagen we erin om binnen de huiskring de nodige liefde te geven, maken we voldoende tijd voor onze vrienden, hebben we voldoende respect voor onze medemens, ben ik een voorbijganger voor de vreemdeling in onze buurt of maak ik tijd voor een echte ontmoeting? De joodse Talmoed schrijft hierover: “er zijn eigenlijk geen vreemdelingen, alleen mensen die elkaar nog nooit ontmoet hebben.” Helpen we onze collega’s voldoende op het werk of vereniging, komen we op voor de zwakkeren in de maatschappij, staan we op de barricade voor het onrecht in de wereld? Wellicht antwoorden jullie net als ik op een aantal van deze vragen: nee. Het kan inderdaad altijd beter en Jezus kan hierin onze spiegel zijn: “ wat zou Jezus in mijn plaats nu doen?”
Ik wil graag besluiten met enkele vrije citaten uit het Hooglied van de liefde, dat deze ons steeds de energie en moed mogen geven, zeker in moeilijke momenten om de vervulling van dat ene gebod na te streven.
Liefde is ruimte geven, tijd laten, goedheid, geduld
Liefde is niet kleinzielig, jaloers, hebzuchtig
Liefde wordt niet verbitterd, vindt niets onvergeeflijk
Liefde houdt stand tegen alles: telkens gelooft zij
Alles verdraagt zij, altijd opnieuw vol hoop. Nooit bezwijkt de liefde

 

Rik Wyffels