Artikelindex

 

 

 

 

 

EERSTE ZONDAG van de ADVENT - 1 december 2013

 

Wandelen in het licht van de Heer – Mt 24,37-44 
Gelukkig christelijk nieuwjaar, de eerste zondag van de advent luidt inderdaad het begin van een nieuw kerkelijk jaar in. Vandaag wil ik bij het begin van de advent even stilstaan bij de herkomst en betekenis van de advent, nadien even toelichten wat de lezingen en het evangelie ons vandaag als boodschap brengen en tenslotte de relatie leggen met de adventscampagne van dit jaar.
In deze donkere dagen van het jaar hingen de oude Germanen een met bosgroen versierd wagenrad aan het plafond of de muur om de winterzonnewende te vieren. Zo vierden ze dat het licht en het leven het halen op de duisternis. Duitse soldaten hebben de adventskrans in onze streek in de eerste wereldoorlog geïntroduceerd. De krans als een cirkelvormige kandelaar, het groen als kleur van hoop en verwachting, de sparappels, de noten bewaren in zich de kiem van nieuw leven, het weekritme van het toenemende kaarslicht naar Kerstmis toe: het geboortefeest van het ‘licht van de wereld’. In de donkerste tijd van het jaar verzekert de eerste kaars op de adventskrans dat er licht is, maar we moeten het willen zien. Advent is dan ook voor de christen de aansporing om te verlangen naar de Heer die komt, het is de periode van de stille Godsverwachting.
De lezingen van vandaag hebben als boodschap dat elke mens elke gemeenschap uitgedaagd wordt, een roeping heeft. Jesaja heeft een vredesvisioen waar de zwaarden omgesmeed worden tot ploegijzers en de speren tot snoeimessen. Bisschop Bonny gebruikt de woorden van Paulus, die we vandaag horen,  in zijn visietekst over zijn bisdom in de toekomst  “ Nu is onze redding dichterbij dan toen we tot het geloof kwamen; de nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.” Een hoopgevende boodschap in deze donkere tijden. In het evangelie worden we aangespoord om waakzaam te zijn. Maar we worden ook uitgedaagd voor een alternatieve levenswijze. We worden opgeroepen werk te maken van gerechtigheid die voert naar vrede. Je ogen naar het licht zetten betekent: waakzaam en aandachtig zijn, blijven geloven in de toekomst. De advent roept ons ook op om even halt te houden en onszelf de vraag te stellen wat willen we maken van ons leven? Advent nodigt ons in die zin uit om onze eigen tussenbalans te maken. Advent biedt de kans om opnieuw te beginnen,  om iets in ons geboren te laten worden. Laten we alert zijn voor mensen, ontmoetingen die ons op weg zetten.
En dit brengt ons bij het derde punt van vandaag: de adventscampagne van Welzijnszorg.  Met de slogan ‘armoede op den buiten’ wordt de problematiek van de stille, de verzwegen armoede centraal geplaatst.  Op het platteland is er niet hetzelfde aanbod aan sociale voorzieningen  zoals in de stad, is er niet dezelfde service qua openbaar vervoer,  ook blijven problemen langer binnenskamers.  We kunnen er niet naast kijken: de economische crisis, de kinderarmoede, 20%  van de gezinnen ervaren vandaag een probleem om rond te komen. Als we willen dromen van een wereld waar brood en liefde genoeg is  voor allen,  zullen we de handen aan de ploeg moeten slaan en soms harde noten moeten kraken. Waakzaamheid is één van de eerste kenmerken van de liefde en daarom is ze belangrijk in onze verhouding tot allen en alles, waardoor we ons omringd weten. Elke mens die al was het maar één hatelijk woord dat hem op de lippen ligt, inslikt en vervangt door een constructief voorstel, stapt de weg naar de dageraad van de echte menswording. Kijk het wordt licht. Misschien kan volgende korte bezinning ons helpen om waakzaam en werkzaam licht te zijn voor onze naasten:


Als je merkt
dat duisternis en kilte
ook in en rond mensen
voelbaar zijn,
wordt het verlangen groot
naar ‘anders’ en ‘beter’
- wacht niet af -
Als je warmte uitstraalt,
langzaam weer mens wordt,
meer mens met
de ongeziene mens,
dan is er groeiend licht,
dan is er hoop,
dan wordt het Advent…

 

Rik Wyffels