Artikelindex

 

 


 

KERSTMIS - GEBOORTE VAN DE HEER - 25 december 2013

 

Kerstmis, het feest van het licht dat de duisternis verdrijft, licht dat nodig is om te leven.
Feest van Gods menswording. Sint Jan schrijft het in wat moeilijke woorden: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Het Woord is mens geworden en het heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.” 
God die naar ons toekomt: een beweging van boven naar onder. Wij lazen zojuist het kerstverhaal zoals Lucas het ons vertelt. Hij vertelt zijn verhaal in drie stappen en begint bij het machtscentrum van die dagen: keizer Augustus en zijn landvoogd Quirinus. De keizer zou graag weten over hoeveel mensen hij de plak zwaait: weten is beheersen, in de hand houden. Met één pennentrek zet hij een hele massa mensen in beweging. Mogelijk streelt het zijn ijdelheid, en in elk geval maakt het indruk: naar buiten toe etaleert het zijn macht en meteen zitten wij bovenaan in de hoogste kringen van de maatschappij: dat is bij Lucas de eerste stap, waarbij we dus bovenaan beginnen.
De tweede stap is veel gewoner: wij komen nu bij een gewoon menselijk paar, dat de hele circus moet ondergaan als speelbal van de macht. ‘Het uur brak aan dat zij moeder zou worden en zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in  doeken en legde hem in de kribbe”. Dat is alles,  geen gejuich, geen loftrompetten, geen blijde intrede. God zwijgt, Hij lijkt hier wel afwezig, wordt zelfs niet vermeld. Hij houdt blijkbaar van de stilte, van het verborgene.
Elke dag worden er kinderen geboren in gezinnen van allerlei slag. Maar nu is het Kerstmis, en de volgende dagen zul je in de pers wel kunnen vernemen dat er in enkele materniteiten ‘kerstkindjes’ geboren zijn in deze heilvolle nacht. Er zullen allicht  ook wel ‘kerstekindjes’ ter wereld komen in de Syrische vluchtelingenkampen, of in Lampedusa of in Soedan, maar er is weinig kans dat je dat in de media zult terugvinden.
Net zoals bij Jozef en Maria blijven we hier buiten de schijnwerpers:   op de duur gaan we het ongewone als heel gewoon ervaren. Dit was tweede stap in het verhaal van Lucas.
Maar dan wisselt plots het decor.  “In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld in de nacht hun kudde bewaakten”.
Zij zijn geen eigenaars van de kudde, het zijn huurlingen, we zijn nu afgedaald naar de onderste laag van de maatschappij. En daar gebeurt het. Plots worden zij uit hun wacht weggehaald en worden zij “omstraald door de glorie des Heren”.  Hun vertrouwde wereld is plots weg en zij zijn ontsteld en bevreesd. Een engel brengt de verrassende boodschap van vreugde, alles lijkt hier wel in tegenspraak met alles. En dan breekt de hemel los, de engel krijgt versterking van een hemelse heerschare die de boodschap verduidelijkt: “Glorie aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft’. Het gaat om een teken, dat zij moeten vinden, en een teken zegt meer dan wat je ziet, het heeft een diepere laag en betekenis. Het teken is een pas geboren kind in een kribbe, maar dat kind zal een Redder zijn. Hoe is dat te begrijpen? Enkel in geloof, daar leer je zien wat je niet ziet, God treedt onze wereld binnen, niet als een koningskind, maar in kwetsbaarheid en machteloosheid. Onopvallend en heel gewoon, zo helemaal een kind van onze aarde.
Maar nu zitten we helemaal onderaan in de maatschappij. In zijn later leven zal dit kind ook aandacht hebben voor kleinen en misdeelden, voor uitgetelden. En wat staat de herders nu te doen? Zij moeten het teken gaan herkennen en erin doordringen. Heel dat hemelse gebeuren dat zij gehoord en gezien hebben bij hun kudde  gaan zij nu vertellen aan dat bescheiden paar met hun heel gewoon kindje, want daar was alles nog stil gebleven. Maria luistert aandachtig en drinkt gulzig aan al hun verhalen: “Zij bewaarde al deze woorden in  haar hart en overwoog ze bij zichzelf”.       
“De herders keerden dan terug naar hun kudde en zij verheerlijkten loofden God om wat zij gezien en gehoord hadden, het was juist zoals het hun gezegd was”. Zij loofden en verheerlijkten, zij plooien daarbij niet op zichzelf terug, zij komen met de boodschap naar buiten.  Een verhaal in drie stappen, van boven naar beneden, zoals bij Johannes het Woord ook van boven naar beneden komt. 
En waar zijn bij al dat gedruis keizer Augustus en de landvoogd gebleven? Nu blijkt dat hun rol er alleen  maar in bestond het
raderwerk van het Romeinse Rijk op gang te brengen zodat Jezus in zijn vaderstad Bethlehem zou kunnen geboren worden, de stad van koning David.  Zij spelen een rol in Gods plan, zij zijn de zetstukken die het doorbreken van Gods glorie mogelijk moesten maken.
En onze rol? Die kunnen wij lezen bij de herders: zij hebben het teken gezien en leren begrijpen, en hebben de stap gezet om ermee naar buiten te komen: zij verheerlijkten en loofden God.  En hoe hebben wij te teken gezien en hebben wij het ook begrepen? En zo ja, wat zullen wij ermee aanvangen? Stilletjes  verstoppen in een verloren plekje van ons hart, of zullen wij ook Gods glorie laten kennen en meedelen?  Er een stuk van ons leven van maken om aan anderen ook te laten herkennen en  ontdekken?
Moge die diepe vreugde van Kerstmis ook ons overkomen en laten wij ze ook uitdragen.
Een zalige Kerstmis voor u allen, ook voor wie er niet bij konden zijn: zieken en bejaarden, laat ze er mee in delen.

 

Bert Taeymans