Artikelindex

 

 

Zondag 19 door het Jaar  - 9 augustus 2015 - Het brood uit de hemel -  Joh 6, 41-51

 

Nadat Jezus de menigte gevoed heeft met vijf broden en twee vissen, ontwikkelt zich in het Johannesevangelie een lange dialoog tussen Jezus en het volk, de zogeheten ‘broodrede’. We lazen daaruit vorige zondag al, ook vandaag en de volgende twee zondagen . De toespraak van Jezus, die niet eenvoudig is en wordt herhaaldelijk onderbroken door kritische opmerkingen van de toehoorders. Die kritiek bereikt zijn hoogtepunt bij het begin van de evangelielezing van vandaag met woorden: ‘De Joden morden over Hem.’  Met deze vermelding en de verwijzing naar het manna iets verderop wordt een verbinding gemaakt met het Oude testament.
Maar laten we proberen de tekst iets beter te begrijpen. Jezus zegt: ’Ik ben het levende brood uit de hemel, als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.’ Waarom wordt de symboliek van het brood gebruikt, wat heeft Jezus ons te bieden dat Hij zo onmisbaar is, en hoe kunnen we die beeldspraak begrijpen?
Brood staat symbool voor datgene wat een mens dagelijks nodig heeft om te overleven en dit zowel fysisch als bij uitbreiding geestelijk. Jezus van zijn kant schenkt ons het geloof. Het geloof in een God, die ons onvoorwaardelijk lief heeft en die ons wil laten delen in zijn eeuwig leven. Het geloof is echter een tweerichtingsverhaal: wij moeten ons enerzijds hiervoor open stellen, bewust deze keuze maken maar anderzijds is het ook een gave van God. Het woord van God is als voedsel voor onderweg, het wijst ons de goede richting aan. Als we ons laten aanspreken, begeesteren door het Woord van God dan kunnen we daarin ook de kracht putten om voort te gaan, ook in moeilijke momenten. Qua beeldspraak moeten we misschien denken aan de moeder die haar kind knuffelt, en liefdevol zegt ‘ik zou je kunnen opeten’, dit in tegenstelling met het omgekeerde wanneer we het hebben over een verwerpelijk gedrag waarbij we deze persoon figuurlijk kunnen uitspuwen. Concreet nodigt Johannes ons uit om Jezus volledig te volgen, iedere dag onze talenten te gebruiken in de geest van Jezus.
Maar hoe ervaren we dit alles vandaag: herkennen we ons een deel in de morrende, kritische of betweterige massa zoals sommige joden destijds? Of voelen we ons als Elia, zoals we hoorden in de eerste lezing, enigszins onmachtig, moedeloos, berustend?
We moeten terug naar de kern van ons bestaan, we zijn ontstaan uit liefde en ons leven is ontstaan uit het lichaam en bloed van een lieve medemens. We hebben alles belangeloos ontvangen, en we mogen ons leven dan ook niet zien als ons eigendom, want dan worden we minder mens. Uit deze boodschap van vandaag kunnen we de nodige kracht, energie, een portie dagelijks manna vinden om terug met vertrouwen in het leven te staan. In ons moet de echo weerklinken van de anderen, waardoor ook wij weer anderen leven kunnen schenken.  Belangstelling te hebben in de ander, verwonderd te zijn in de vele mooie en tedere dingen van iedere dag, maar daarnaast ook oog hebben voor de kwetsbare mens, ons in de ander verliezen in blind vertrouwen, mekaar een toekomst scheppen.. Een Arabisch spreekwoord zegt: ‘Kom naar me toe met je hart, en ik zal je mijn ogen geven’. Als je hart kan kloppen in de ander, zal je met zijn of haar ogen kunnen zien en de wereld zal groter en diepzinniger worden. Hierin ligt de kiem van het beloofde eeuwig leven.

 

Rik Wyffels.