Artikelindex

 

 

Zondag 14 door het Jaar  - 5 juli 2015

 

De zondag van de communicatiestoornis: zo zouden we deze zondag  vanuit de lezingen kunnen noemen.
De profeet Ezechiël ziet het niet zitten wanneer hij Gods boodschap moet gaan brengen aan een volk dat hem eigenlijk liever niet ziet komen. Paulus botst op zijn eigen beperkingen  en Jezus heeft af te rekenen met na-ijver en kortzichtige dorpsmentaliteit.
Jezus heeft pas een tournee achter de rug langs een aantal dorpen waar Hij goed ontvangen werd. Zo hoorden we vorige zondag nog over het zieke dochtertje van Jaïrus en over de  vrouw die aan bloedvloeiing leed: in de twee gevallen leidde dat tot genezing.
Hier, in zijn eigen thuisbasis, loopt het voor Jezus heel anders. Aanvankelijk luisterden de synagogegangers nog met belangstelling en zelfs met waardering naar hem: er groeide zelf een zekere fierheid: dat is er toch één van ons! Maar daar zit meteen ook het addertje onder het gras, want op een dorp kent iedereen iedereen. En dan duiken ook de vragen op: allemaal goed en wel, maar waar heeft hij die kennis dan vandaan gehaald? Van huisuit heeft hij dat toch niet meegekregen! Hij is toch uit hetzelfde hout gesneden als wij allemaal?
Er is iets dat de mensen nog niet begrepen hadden: de genezingen die hij verricht en de woorden die hij spreekt verwijzen naar een andere oorsprong. En hier in Kafarnum zijn ze nog niet in staat die band met God te aanvaarden. Gods aanwezigheid en zijn tussenkomst zijn ook voor ons niet  zo gemakkelijk te herkennen. Ja, hier nemen de mensen  aanstoot aan.
En daarop volgt daan eigenlijk een kortsluiting. Marcus vertelt: “Hij kon hier geen enkel wonder doen,  behalve dat hij een aantal zieken genas en die Hij de handen oplegde”. Hoezo, geen wonderen doen? Hijzelf is toch niet veranderd, Hij is zijn bijzondere krachten toch niet kwijtgespeeld! Gunt Hij het hun dan  misschien niet?     
Nee, het gaat hier niet over tovertrucjes zoals die waarmee een of andere mentalist op TV kan uitpakken. Waarom kan het dan toch niet? Ja, waarom moeten zijn dorpsgenoten, het stellen met een paar 'kleine genezingen', wat 'borrelnootjes', terwijl het 'grote werk' er blijkbaar niet komt...
Wat zegt Marcus hierov er? “Hij stond verwonderd over hun ongeloof”. Hoe heel anders was het gegaan in de verhalen van vorige zondag! De overste van de synagoge wasl Hem te voet gevallen en had gesmeekt om de genezing van zijn dochtertje, en de oude vrouw had zo'n sterk vertrouwen dat zij al op genezing durfde rekenen als ze te midden van het gedrum alleen maar zijn kleed zou kunnen aanraken!
Maar dat ontbrak hier helemaal. Hier vond Hij geen goede voedingsbodem,  geen goede aarde om te zaaien en te planten.  Want Jezus wil openheid en aanvaarding vinden om daaropverder te kunnen verder bouwen. Maar als je twijfel en vraagtekens rondstrooit, dan is de weg geblokkeerd.
De dorpsgenoten in Kafarnaum hadden Gods werking in Jezus nog niet herkend en ingezien. In onze zoektocht naar God en Jezus kunnen er  altijd wel hindernissen opduiken. Want hoe zien wij God? Als iemand die altijd klaar moet staan om alle moeilijkheden op te lossen? Een soort EHBO-man? Als het geen meid is, dan toch een man-voor-alle-werk?   
Marcus leert ons hier hoe we naar Jezus kunnen leren kijken, naar wat Hij zegt, naar wat Hij doet. En  hoe we daar  zelf ook  moeten op afgestemd zijn.
Misschien kan de vakantie ons daarbij ook een handje helpen. In minder gewone omstandigheden, ver van ons eigen 'Kafarnaum' kunnen wij mogelijk wat gemakkelijker over spontane vooroordelen en vastgeroeste ideeën heen stappen.  Tijd om wat 'bezinksel'  weg te werken  om wat opener te kunnen staan tegenover mensen en stuaties..
Een russtige avond op een vergeten bankje,  een zonsondergang in de bergen,  een zitje bij het meer: tijd voor wat rust en bezinning, om vragen een kans geven, om wat te kunnen  doordenken, keuzes maken. Misschien een gesprek op gang brengen waar in de dagelijkse drukte weinig ruimte voor te vinden was. Kortom:  een tijd om de kansen te benutten die zich aandienen.
En ook eentijd om Jezus niet achter te laten in ons eigen Kafarnaum, maar Hem mee op weg te nemen, Hem terug te vinden  en te herkennen in de stille rust van een landelijk kerkje, in een eenvoudige zondagsviering in  een dorpskerk,  in de mooie natuur of door  een of ander kunstwerk te gebruiken als een opstapje. Ga maar op zoek,  je kunt Hem zo op het spoor komen!
En vooral: geniet ervan!!! 

 

Bert Taeymans