Artikelindex

 

 

 

 

Zondag door het Jaar  - 14 juni 2015

 

 

Het Rijk Gods – de twee parabels   -MC 4,26-34 
Zonet hebben we twee gelijkenissen gehoord, waarin Jezus aan de menigte uitlegde hoe ze zich het Koninkrijk van God konden voorstellen. Wellicht was dit sterk ontnuchterend, immers zijn volgelingen waren ongeduldig, hun voorstelling van het rijk Gods was er één van een plots en spectaculair gebeuren en dat op relatief korte termijn. Het beeld dat Jezus schetste ging daar volledig tegen in, de evangelist Marcus beperkt zich in zijn relaas tot de essentie waardoor wel enige extra duiding hier op zijn plaats is.
Allereerst is er de parabel van het zelfkiemende zaad, sommigen noemen het ook de parabel van de boer. Er kunnen twee levenslessen uit dit verhaal gepuurd worden. De zaaier bewerkt het land en zaait. Hij heeft het nodige geduld en vertrouwt op de kracht van het zaad en de vruchtbaarheid van de grond. Zelfs als hij zou willen, kan hij hier geen extra resultaten aan toevoegen, hij snapt het niet maar berust en accepteert. Er is een onbenoemde kracht aan het werk die het zaad laat kiemen, groeien en vruchten  oplevert en dit los van het alledaagse patroon van dag en nacht, van werken en slapen. Voor Westerlingen van vandaag, die alles willen begrijpen, die alles onder controle willen houden, klinkt dit tamelijk confronterend, zaai en vertrouw, maak je geen zorgen, laat de controle los en geef je over, laat een kracht toe die jullie inspanningen, die jullie bijdrage ver overstijgt. Geduld is een teken van wijsheid en het kenmerk van een goede zaaier.  Of zoals Sint Augustinus zei: ‘in geduld ligt uw kracht’.
Nadien is er de gelijkenis van het Rijk Gods met een mosterdzaadje. Niet een vergelijking met een statige ceder uit Libanon  zoals bij de profeten, maar wel met het toenmalig bekende kleinste zaadje. Dit zaad dat wel doorgroeide tot een grote maar bescheiden struik. Deze huis-tuin keukenstruik kan overal groeien op de akker maar ook in de moestuin, en als dusdanig is het Godsrijk dichterbij en veel gewoner dan dat we het ons wellicht voorstellen. Hier is er de wet van de disproportionaliteit, de oogst staat niet noodzakelijk in verhouding tot het zaaisel. Dus zaai en let niet op de kleinheid van het zaadje, maar droom van en geloof in grote dingen.
Hoe kunnen we deze parabels in onze tijd plaatsen? In de tijd van Jezus was de groep volgelingen een kwetsbare groep. Vandaag verwijzen velen naar deze beginperiode, een periode waar we terugkeren naar kleine kwetsbare geloofskernen, waar christenen hopen dat het kleine zaad tot een gastboom voor velen mag uitgroeien. Hierbij kunnen we ons optrekken aan klein gestarte initiatieven die groots werden als vrucht van een lang en vrij anoniem rijpingsproces met doodlopende pogingen maar gezegend met de groeikracht van Gods liefde. We denken bijvoorbeeld aan de Ark, het werk van Jean Vanier ontstaan uit zijn samenleven met twee gehandicapte personen, aan het werk van Cicely Saunders die op basis van een gift van een Pools vluchteling haar levenswerk startte dat na 20 jaar resulteerde in een beweging om hospices op te richten en een huiselijke palliatieve zorg aan terminaal zieken aan te bieden. En natuurlijk is Jezus als kiemend zaad ons voorbeeld bij uitstek, waarvan de oogst twee duizend jaar later nog altijd  impressionant is.
Hebben wij persoonlijk voldoende geduld en vertrouwen in Gods liefde, aanvaarden we het niet-weten, durven we ons aan Hem overgeven?  Dit is niet gemakkelijk, in het drukke leven betekent dit dat we naast de actie de nodige tijd maken voor contemplatie, voor stilte. Echt mens worden vergt ook een stuk stilte, een stuk in de eenzaamheid staan, soms ook door een woestijn gaan. Maar net dat biedt kansen om een diepe verbondenheid en solidariteit met onze medemensen te ervaren. Door het open staan voor het onbekende laten we God toe, kan het zaad kiemen in ons hart.  En wie liefde zaait, wekt liefde op bij andere mensen. Overal waar mensen goed zijn voor mekaar en Jezus proberen na te volgen, daar is God. in de kleine zaadjes van een toevallige ontmoeting die deugd doet, een welgemeend geschenk, een goed woord, een opbeurend gebaar, een teken van medemenselijkheid. Gods Rijk gebeurt iedere dag in heel eenvoudige dienstbaarheid. In het gewone, alledaagse leven. Verder hoeven we het Koninkrijk Gods niet te zoeken.

 

Rik Wyffels