Artikelindex

 

 

 

 

 

 

 

 Pasen - De Heer is verrezen, Hij leeft!  - 5 april 2015

 

‘Op de eerste van de week kwam Maria Magdalena, vroeg in de morgen, het was nog  nog donker… ’  zo begint de openingszin van het paasevangelie dat we zonet hoorden. Het kondigt een nieuw begin aan na een periode van duisternis, een periode van stilte en leegte na het verlies van een geliefde. We krijgen het relaas van drie mensen die een leeg graf aantreffen en hoe ze dit elk op hun eigen manier ervaren en beleven.
Allereerst is er Maria Magdalena. Aangekomen bij het graf, doet ze niet eens de moeite om het graf binnen te gaan. De steen is weggerold, dit kan niet. Ze is verrast, ontredderd. Ze maakt de snelle hypothese van lijkroof- ze zoekt een natuurlijke verklaring: ze hebben de Heer uit het graf weggenomen. Dan is er Simon Petrus: hij constateert, verifieert en analyseert: ‘Hij ziet de zwachtels en de zweetdoek afzonderlijk opgerold liggen. Maakt geen hypotheses en trekt ook geen directe conclusies. Hij wordt geconfronteerd met het paasgebeuren van Christus.  Ten slotte is er Johannes. Hij gaat binnen, we lezen ‘hij ziet en gelooft’.  Johannes, de geliefde leerling, zag alles niet met de blik van het verstand maar met de ogen van het hart, dit was voldoende om in te zien, om te begrijpen. De filosoof Wittgenstein verwoordt dit als volgt: “alleen de liefde kan in de opstanding geloven.”
Vandaag worden ook wij aangesproken. Met welke blik kijken wij: als zoekende mens, als rationele denker of als gelovige? De Tsjechische theoloog Halik schrijft in dit verband: ‘ De opstanding van Christus moet een provocatie blijven, dwaasheid in de ogen van de ‘wijsheid van deze wereld’.  En hij vervolgt: ‘als we proberen dit centrale mysterie van ons geloof te bewijzen door middel van onze ratio en er iets van te maken dat probleemloos aanvaardbaar is voor allen, ook voor de ‘wijzen en voorzichtigen’ van deze wereld dan zouden we het , dit opstandingsmysterie, van zijn kracht beroven. ‘  
De afgelopen dagen beleefden we een turbulente week: er is was de weg naar het kruis, nu is er de opstanding: twee elementen uit ons christelijk geloof onafscheidelijk met elkaar verbonden. We stellen vast dat het centrale symbool van het christendom het kruis is en niet het opstandingstafereel. Dit kruis dat we vinden in onze kerken en huiskamers daagt ons uit om het vervolg van het verhaal te vertellen. Over onze opstanding, hoe wij leven… Geloven in Christus’ opstanding betekent veel meer dan een mening, een theorie onderschrijven dat iets echt gebeurd is. Ons geloof in de opstanding zou zonder veel zin zijn, zou leeg aanvoelen als het blijft steken in een mening in een overtuiging en geen invloed heeft op ons leven. Ons geloof in de opstanding wordt bevestigd door onze deelname aan deze gebeurtenis, aan onze mede-opstanding – dit is onze paas-ervaring.  Het verrijzenisgeloof zegt dat er altijd licht is, altijd een open deur langs waar een mens licht, waarheid, schoonheid .. kan zien, zelfs voor ieder van ons, ook voor mensen die geestelijk gekwetst zijn en hulpeloos. Dit verrijzenisgeloof moet ons helpen ons leven en dat van onze naasten positief te transformeren. Ons wordt gezegd : nu ben jij uitgekozen om getuige van de opstanding te zijn, jij moet getuigen van die manier waarop Jezus in de wereld aanwezig is en hoe levend Hij is. Verrijzenis kunnen ook wij nu reeds concreet beleven in elke levengevende ontmoeting. Een ontmoeting waarin God een mens weer levend maakt, en dit reikt veel verder dan geloven in een leven na de dood.
Ik wil graag afronden met de slotparagraaf van Bisschop Bonny in zijn Paasbrief:
En toch’ is Pasen ook voor jou bedoeld. Ik weet niet wie jou dit jaar uitnodigde om Pasen te vieren. Misschien doe je het uit gewoonte, misschien spraken vrienden of iemand uit de parochie je aan. Alleen al hiervoor is Pasen een gezegende dag: om even dat ‘en toch’ te voelen, waaraan jij nu behoefte hebt. In dat ‘en toch’ komt Jezus ons telkens opnieuw tegemoet, zoals op de eerste Paasmorgen.

 

Rik Wyffels