Artikelindex


 

Het volhardend gebed – LC 18,1-8 weekend 15-16.10.2016


Het thema van het evangelie gaat integraal over bidden. In het evangelie van Lucas worden we op drie plaatsen gewezen op het belang van het gebed. Er is eerst de lastige vriend die ons uitnodigt voor een dringend gebed: ‘klopt en er zal worden open gedaan’; dan is er vandaag de parabel van de onrechtvaardige rechter en de lastige weduwe, waarbij de klemtoon vooral ligt op het onvermoeibaar, volhardend bidden met geduld en vertrouwen. Direct aansluitend na de zopas gehoorde evangelietekst volgt er de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar waar vooral de ingesteldheid –versta de nederigheid van het hart bij het bidden centraal staat: ‘God wees mij zondaar, genadig’, hetgeen we nog in iedere viering in het ‘Heer ontferm U’ uitspreken.
Graag wil ik met jullie het hebben over de waarde van het gebed ook in deze tijd  zelfs in deze geseculariseerde wereld, immers gebed is de ademhaling van het geloof. Geloof zonder gebed kwijnt weg.
Net zoals we de taal geleerd hebben om te spreken, worden we regelmatig geconfronteerd met ons onvermogen bij het communiceren in geloof. Ook nu moeten we de taal van het gebed leren en onderhouden. Hierbij is het meest effectief het persoonlijk gebed, maar ook het gemeenschappelijk gebed tijdens onze bijeenkomsten en in gezins- en groepsverband hebben hun waarde en plaats. Het kan met woorden maar evengoed woordeloos – in gedachten over mensen en dingen die je bekommeren en luisterend naar je diepste wensen en verzuchtingen. Door het gebed gaan wij een rechtstreekse dialoog aan met onze Vader, laten we Hem in ons hart binnen. Bidden kan via de ons aangeleerde gebeden, maar kan ook als een overschouwende dialoog. In zo’n  dialoog kan er plaats zijn voor dankbaarheid, voor terugblik – waar heb ik vandaag Gods aanwezigheid gevoeld, voor verdriet – waar heb ik spijt over, voor vergeving – hoe kan ik me verzoenen met iemand die ik kwetste en ten slotte voor een vraag naar genade voor de volgende dag.
Vandaag horen we de oproep om niet te versagen, dus bidden met aandrang en vertrouwen. Wellicht vinden we het smeekgebed eerder ongemanierd, zijn we soms bang om duidelijke vragen te stellen. Ten slotte menen we dat God onze vraag toch niet kan beantwoorden. God heeft wel compassie met ons lijden, maar mirakels doet Hij niet meer. Georges Bernanos schreef in zijn dagboek van een dorpspriester in 1936: “ De ergste onvoorzichtigheid is de overvoorzichtigheid, want ze maakt de weg klaar om God niet meer nodig te hebben.” Als je niets meer durft vragen aan een geliefde, met aandrang, ben je al afstand aan het nemen.
Evenwel blijven veel mensen met de vraag en een stuk frustratie: worden we wel gehoord, krijgen we wel een antwoord? Ook Jezus heeft dit meegemaakt toen hij in grote nood in de hof van olijven bad:’ Vader als het mogelijk is, laat deze kelk aan mij voorbijgaan’. God heeft zijn zoon niet aan het lijden voorbij geleid, maar Hem wel bijgestaan. Toch zegt Jezus bij onze twijfels: “Vraag en het zal gegeven worden. De Vader –die U lief geeft, zal de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen”. Met andere woorden God schenkt ons zijn Geest, zijn levensadem – zijn manier van denken, voelen en handelen, zijn aanwezigheid in ons. Deze Geest brengt ons rust, vrede, geloof, liefde, vertrouwen, vreugde, hoop, moed, kracht en wijsheid. Door het bidden stellen we ons hart open voor Gods bewogenheid en komen we zo in beweging naar ons medemens toe. Albert Schweitzer formuleert het als volgt: ‘Gebeden veranderen de wereld niet, maar ze veranderen de mensen, en mensen veranderen de wereld.” Belangrijk is dan ook dat een authentiek gebed inhoudt dat we bereid zijn het te verlengen in ons handelen.
Graag wil ik afronden met een beschrijving van een onbekende bidder:


Ik vroeg aan God om mijn trots weg te nemen.
God zei: neen. Het is niet aan mij om hem weg te nemen.
Het is aan jou om hem op te geven.
Ik vroeg aan God om me geduld te geven.
God zei: neen. Ongeduld is het gevolg van bezorgdheid;
Geduld wordt beoefend; het wordt verdiend.
Ik vroeg aan God om me gelukkig te maken;
God zei: neen. Gelukkig worden is jouw levenstaak.
Ik wil je mijn zegen geven.
Ik vroeg aan God om mij van mijn ziektepijn te sparen;
God zei: Neen. Pijn geduldig verdragen doet groeien.
Dat kan je dichter bij mij brengen.
Ik vroeg aan God om me geestelijk te doen groeien.
God zei: neen. Groeien is iets dat uit jezelf moet komen.
Ik zal je wel snoeien zodat je beter vruchten draagt.
Ik vroeg aan God om me te helpen zoveel van mensen te houden als Hij van mij houdt.
God zei: Ah, eindelijk heb je het begrepen.

 

Rik Wyffels

 

 

16739
TodayToday32
YesterdayYesterday71
This_WeekThis_Week501
This_MonthThis_Month1769
All_DaysAll_Days16739