Artikelindex

 

 

 

 

Maria-ten-hemel 25 augustus 2016
    
Het was allemaal begonnen op die dag in Galilea, zoals wij het vinden bij Lucas: “God zond zijn engel Gabriël naar Nazareth in Galilea naar een vrouw, Maria geheten. Hij zei: wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken.  Je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal groot worden en  zoon van  de
Allerhoogste genoemd worden.”
In zijn boekje 'In de naam van de Moeder”, tracht Erri De Luca zich het gebeuren voor te stellen zoals het in die dagen moet overgekomen zijn bij  een jonge, joodse vrouw zoals Maria.
“Ik stond recht en zag hem in het tegenlicht voor het venster staan. Ik sloeg mijn ogen neer. Ik ben een aanstaande bruid en mag mannen niet in het gelaat kijken. Zijn eerste woorden na mijn verschrikte reactie waren; 'Shalòm, Miriàm”, diezelfde woorden waarmee Jozef zich tot mij had gewend op de dag van de verloving. 'Shalóm lekhà', had ik geantwoord. Maar vandaag niet, vandaag kon ik geen lettergreep over mijn lippen krijgen, ik beleef stom staan. Dat was precies het onthaal dat hij nodig had, hij kondigde mij een zoon aan. Bestemd voor grote dingen, voor het brengen van heil, maar daaraan heb ik maar weinig aandacht geschonken. In mijn lichaam, in mijn schoot was er plaats ingeruimd. Een kleine, lemen amfoor was fris in de holte van mijn buik geplaatst”.
Een aankondiging van een wonderbare geboorte, van een bijzonder iemand.  Het overkwam ook Zacharias, de man van haar onvruchtbare  nicht Elisabeth toen die in de tempel aan het werk was. Omwille van zijn ongeloof werd hij zelfs tijdelijk met stomheid geslagen tot aan de geboorte van Johannes..
Maria wil het grote nieuws alvast gaan melden aan haar nicht Elisabeth:  het wordt  een wondere ontmoeting tussen twee aanstaande moeders. Twee moeders die de hoop van een volk in zich dragen.
Vol vreugde zingt Maria een  jubellied dat gebouwd is op heel wat thema's uit het Oude Testament: opkomen voor de zwakken,  hongerigen overladen met gaven, rijken  met lege handen wegsturen. Het komt voor als een voorafname, een blauwdruk van de lijn die haar Zoon voor zichzelf  zal uittekenen. Hij wordt de vervulling van  wat al leefde als belofte. Een lied dat geen structuren aanvaardt die mensen aan de kant zetten. Maria daagt ons hier uit als volgelingen van haar Zoon: wat doen wij daarmee?
        
    Felix Timmermans roept in  een gedicht ook Maria op, met het kind in haar schoot.  :
    “Maria zingt in gouden avondstond
    met blanke kele
    en rooden mond.
    Dan sluimert het kind in haren schoot,
    haar ogen staan van weelde groot
    en in haar mond verzoemt het wiegelied,
    maar in de schaduw sluipt de dood.
    Gelukkiglijk, dat ziet ze niet,
    dat is voort later.

 

En dat 'later' zal niet op zich laten wachten. Ook de ouwe Simeon sprak bij de opdracht de woorden: “Maar een zwaard zal uw hart doorboren”. En amper hebben de wijzen uit het oosten hun rug gekeerd, of de dood dreigt. De familie moet alles bijeenpakken en hals over kop op de vlucht slaan. Het lot van  zoveel mensen in latere tijden: we herbeleven deze dagen  hoe het onze grootouders verging in WOI, en elke dag kunnen we de vluchtelingen van vandaag zien voorbijtrekken op ons TV-scherm. Ook dat heeft de Heer dus met ons willen delen. Velen van ons hebben het ook zelf ervaren bij WO I en II.
Nogal wat dingen verlopen anders dan wat Maria zich had voorgesteld,  zij moet nog een moeilijke leerschool door, zij zal veel moeten leren begrijpen, zij moet nog groeien in haar echte rol.
Want zij begrijpt het niet als haar kleine Jezus achterblijft in de tempel, maar vooral als Jezus in het openbaar nogal tegendraads zijn eigen weg gaat, lijkt het uit de hand te lopen. Er komen confrontaties rond de sabbat, zijn genezingen, zijn omgang met randfiguren.  De familie is nogal ongerust en geschokt en stuurt een afvaardiging om dat toch eens te gaan                        checken. Zij krijgen Hem eerst niet te zien en worden een beetje afgescheept “Mijn moeder en mijn familie zijn zij die het woord van God onderhouden”.
Zij begrijpt het ook niet als Hij meer en meer in aanvaring komt  met de religieuze leiders.  Tot Jezus uiteindelijk opgepakt wordt.
Maar als het er op aankomt, als alles op een dood spoor lijkt te eindigen, dan staat zij daar, aan de voet van het kruis. Dan beseft zij hoever haar Zoon bereid was om te gaan in zijn zending, dat haar Zoon  niet alleen  háár Zoon was, zij moast Hem delen met velen. dan offert zij samen met Hem. En na zijn dood is zij samen met de leerlingen in het cenakel, wachtend op wat komen zou. Want het kan niet zijn dat het verhaal van Jezus hier zou eindigen.
Maria heeft veel moeten leren, veel moeten lijden, haar verdriet laag mee in deweegschaal. Daarom is zijn nu ook samen mét Hem  verheerlijkt: zij heeft Hem in haar schoot gedragen en heel zijn leven mee-gedragen tot in de pijnlijkste dagen. Zij is nu al thuisgekomen,  zij is een baken van hoop voor wie met Jezus op weg wil gaan.
Maar  het Magnificat blijft een programma, een te volgen weg. Hoe vertalen wij dat in  tijden van  groeiend individualisme, van ongebreidelde concurrentie, van hoge ambities en   verregaande commercialisering, van gevaarlijk racisme?
“Trotsen van hart uiteenslaan, de geringen verheffen, de hongerigen overladen met gaven.” Ook wij moeten  nog leren, nog veel groeien, net zoals Maria.

 

Bert Taeymans

 

16740
TodayToday33
YesterdayYesterday71
This_WeekThis_Week502
This_MonthThis_Month1770
All_DaysAll_Days16740