Artikelindex

 

 

 

De rijke dwaas  -  30-31 augustus 2016 Zondag 18 d/h jaar

 

Laten wij vandaag evena teruggaan naar de tijd dat we nog in de lagere school zaten! Af en toe werden we blij gemaakt met een nieuwe meetlat. Wat kon het leven toen simpel zijn! “Doe zoals de mieren”, stond er op. Het was een cadeautje van wat toen de “Spaar- en Lijfrentekas” heette en die wilde ons waarden als spaarzaamheid bijbrengen. Jong geleerd is oud gedaan, daar ging men van uit. Het bijbelverhaal van de 7 vette en de 7 magere jaren in Egypte heeft blijkbaar ook zijn sporen nagelaten, want statistieken vertellen ons telkens weer dat wij met onze landgenoten tot de beste spaarders van Europa behoren.

Maar statistieken zeggen meestal niet alles, de werkelijkheid is complexer. Spaarzaam zijn en denken aan de toekomst is natuurlijk een goede zaak, maar we kunnen zo sterk gegrepen zijn door de drang naar bezit dat we de zin voor relativiteit van de dingen gaan verliezen. Als we Prediker mogen geloven, dan is het omgaan met bezit en rijkdom al een heel oud probleem.

Naar eigen zeggen heeft hij moeten vaststellen dat al zijn inspanningen hem geen rust hebben gebracht. De lezing van vandaag bevat verzen uit twee opeenvolgende hoofdstukken, en als we gaan kijken naar wat hij daar tussenin vertelt , wordt het duidelijker. Al zijn zwoegen en tobben, heeft hem niets vooruit geholpen. Hij heeft huizen gebouwd en vijvers aangelegd, goud en zilver opgestapeld, zichzelf niets ontzegd, hij werd rijker dan niemand vóór hem in Jeruzalem. Maar, zegt hij, wat heb ik aan het werk van mijn handen, het is allemaal ijdelheid, jagen naar wind. Niets blijft er van in de herinering, op de duur raakt alles vergeten. Het verschaft mij geen blijvend gewin onder de zon. Als je uiteindelijk niet tot het besef komt dat alles uit Gods hand komt, dan sta je nergens.

Ook Jezus krijgt het probleem van omgaan met bezit voorgeschoteld. Iemand komt bij Hem, waarschijnlijk in de mening dat hij bij Jezus terecht kan voor een soort 'dienstbetoon'. Het gaat om een erfeniskwestie. “Zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen”.

Voor Jezus is dat de gelegenheid om, aan de hand van de parabel van de succesvolle landeigenaar zijn toehoorders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. De man had goed geboerd en zat nu met het probleem dat zijn schuren niet meer volstonden om zijn oogst te bergen. Maar geen nood, hij was ook praktisch aangelegd en nieuwe, grotere schuren zouden alles oplossen, dat lag voor de hand.

Jezus heeft geen probleem met het zorgzaam omgaan van de man met zijn oogst, maar wel tegen zijn zorgeloos vertrouwen dat hij alles naar zijn hand kan zetten en beheersen. Lucas heeft in zijn evangelie altijd veel aandacht voor de armen, en hier krijgt hij de kans om te illustreren dat de weg die de onverstandige boer volgt, een doodlopende weg is. Wie alleen vertrouwt op zijn eigen kunnen, komt bedrogen uit. De boer stapelt alles op voor zichzelf en wrijft zich in de handen in blind vertrouwen dat hij nu voor jaren veilig zit.

Met één woord rekent Jezus af met de man: “Dwaas”! Vannacht het nog is het mooie sprookje voorbij!

De parabel moet de toehoorders tot instemming brengen en tot een keuze in de praktijk aanzetten, tot bekering, tot herziening van hun manier van omgaan met bezit.

Een basiswelvaart kan mensen helpen om als mens vrijer te kunnen leven, een redelijk comfort maakt werken gemakkelijker, maar ongebreidelde luxe is een zeepbel die vroeg of laat moet uiteenspatten. Bezit en rijkdom zijn verleidelijk, want geld is macht, en daar wordt het gevaarlijk. Macht moet aangewend worden   in dienst aan de medemens, macht louter in eigen dienst is uit den boze. Want wie zich gaat vastklampen raakt verblind       en gaat voorbij aan de reële noden in zijn omgeving. Zo raakt de wereld verhard en zelf blijven we vereenzaamd achter. Overvolle schuren helpen ons niet vooruit, het komt er op aan rijk te zijn bij God, dat geeft Jezus als raad mee. Dan komen andere dingen in beeld dan bezit, meer kwetsbare waarden zoals vriendschap en innerlijke vrede. De aarde is gegeven als rijkdom aan de mensheid in haar geheel en de zorg voor eerlijke verdeling rust op onze schouders.

Een christen leert denken in ontwikkeling, in een groeiende lijn. We leerden Jezus kennen die helemaal ten onder ging in zijn kruisdood, maar daarna kwam de opstanding, er blijft zo altijd hoop op een nieuwe toekomst. En daarom blijven we planten en zaaien, oogsten en bouwen, liefhebben en geluk zoeken, het leven waarderen, want we geloven dat die lijn ons ergens naartoe leidt. Als God het ons geeft mogen we dankbaar genieten, dankbaar en tegelijk waakzaam.

We vullen onze schuren dus best met die zachte waarden als vriendschappelijke omgang, stilte, gebed, aandacht voor mensen op onze weg, open oog voor de natuur. Allemaal stappen die ons helpen ontdekken hoe wij rijk kunnen zijn bij God. En dat geeft veel meer voldoening en utzicht.

 

Bert Taeymans

 

16742
TodayToday35
YesterdayYesterday71
This_WeekThis_Week504
This_MonthThis_Month1772
All_DaysAll_Days16742