Artikelindex

 

 

 

 

Hemelvaart van de Heer  - 5  mei 2016

 

Tweemaal kregen wij vandaag een relaas over het aardse afscheid van de Heer: in de eerste lezing en in het evangelie.

Telkens over hetzelfde gebeuren, maar op een  verschillende  manier benaderd,  gebracht.

Toch gaat het om twee teksten van dezelfde auteur: het evangelie en de Handelingen  van de apostelen  staan allebei op naam van  Lucas. Dat geeft meteen stof tot nadenken.
In zijn evangelie situeert Lucas alles op één dag: de dag na de sabbat, de eerste dag van de week, en dan er gebeurt heel wat.
Vroeg in de morgen gaan enkele vrouwen  naar het graf en ze moeten vaststellen dat het leeg is.  Als ze met het verrassende nieuws bij elf aankomen, geloven die het niet en houden ze het voor kletspraat van vrouwen; als Petrus dan toch maar eens  gaat kijken,  ziet hij hetzelfde,  hij kan er met zijn verstand niet bij: het blijft bij  een en al verwondering...
Later op de dag zijn er twee die het niet meer zien zitten en die op weg gaan naar Emmaüs: in een toevallige vreemdeling die met hen meeloopt  herkennen ze de Heer bij het breken van de brood. Zij kunnen niet vlug genoeg naar Jeruzalem terug, om aan de anderen hun ervaring te gaan vertellen, maar terwijl ze nog niet klaar zijn met verhaal staat de Heer plots in hun midden: Hij neemt ze allen mee buiten de stad, geeft hun de opdracht mee om te gaan  verkondigen en Hij wordt opgenomen in de hemel.  Hiermee eindigt zijn aardse aanwezigheid.
In de Handelingen laat de auteur 40 dagen verlopen tussen verrijzenis en hemelvaart. In die tijd hebben zij de Heer meermaals  in hun midden, maar sommige hardleerse leerlingen hopen nog altijd dat Hij het rijk van koning David zal gaan herstellen.
Maar de Heer neemt hen mee naar de Olijfberg waar Hij hun de zending toevertrouwt en een Helper belooft. Hij verdwijnt uit hun gezicht en een wolk onttrekt Hem aan hun ogen: het einde van zijn aardse aanwezigheid, Hij is nu thuis in de hemelse wereld. 

Toen Jezus bij de wake in de Olijfhof  aangehouden werd, was er een eerste afscheid,  nu volgt het definitieve afscheid   op dezelfde Olijfberg: de cirkel is rond.
Twee verhalen, zelfde gebeuren, andere benadering. De teksten van het nieuwe Testament zijn geen strikt historische verhalen, maar getuigenissen over sterke, aangrijpende belevenissen. In het evangelie legt Lucas er de nadruk op dat het in het paasgebeuren om  één  geheel gaat, één groot mysterie, en  daarom balt hij alles samen op die ene dag.
In de Handelingen heeft hij meer aandacht voor de psychologische werkelijkheid: na de vreselijke gebeurtenissen van die donkere week, hebben de leerlingen  tijd nodig om te verwerken, om te kunnen groeien.  Er gaan 40 dagen  over heen: de tijd die die de bijbel voorziet om iets nieuws te beginnen, een nieuwe tijd in te luiden. De tijd ook die Jezus in de  woestijn doorbracht voor hij zijn openbaar leven begon. Als de Heer dan afscheid heeft genomen, begint de tijd van wachten op de komst van de beloofde Helper. Een tijd van bidden en hopen. Nog altijd zijn ze niet klaar om aan de slag te gaan. Dat moet de Geest bewerken op Pinksterdag: Hij zal de grote inspirator zijn die alles  wat Jezus gedaan heeft in herinnering zal brengen en helpen begrijpen.
Maar als het eenmaal zover is zijn ze ook echt niet meer tegen  te houden,  dan vliegen zij erin! Weg zijn nu alle twijfels. De onzekerheid en het ongeloof van na de kruisdood zijn verdwenen. Ze trekken naar buiten, al hebben ze niet meteen een gemakkelijke boodschap in aanbieding: enkel het boegbeeld van een gekruisigde man die gestorven is en toch leeft! Onverkoopbaar?
Een marktstudie zoals wij dat nu kennen, zou hun geen kansen geven. Maar dat gaan ze niet uit de weg. Leven, kruisdood, verrijzenis: vanaf het begin de drie pijlers van de kernboodschap.
Tegenkanting komt er genoeg. De hogepriesters en de oudsten komen in  het verweer: apostelen worden opgepakt, gevangen gezet, mogen niet meer over Jezus spreken: “We kunnen er niet over zwijgen”, zeggen ze. De diaken Stefanus wordt gestenigd, christenen worden vervolgd, Petrus opnieuw opgepakt stokslagen en geselingen volgen. Paulus, de grote vervolger, wordt overrompeld op zijn weg naar Damascus, en wordt de grote verkondiger maar. Wie, wat heeft hem dan zo sterk aangegrepen?  Later wordt ook hij gevangen gezet.
Waar zijn nu die kleingelovige leerlingen zoals Jezus ooit noemde?
En dat alles met een boodschap over een gekruisigde man die toch leeft. Is er wel een sterker getuigenis, kun je elders een belangrijker argument vinden voor de ervaring  rond de Verrezen Heer zoals die aanwezig is en hen drijft?
Of hebben  ze na de kruisdood misschien met een leugen uitgepakt om hun gezicht te redden, een verzonnen fabeltje? Maar  dat hou je toch niet vol als alles lijkt tegen te zitten! Als je de boer opgaat en alleen maar ellende oploopt, dan  stop je er toch mee, dan zoek je werk voort een andere patron, een die je een meer gestroomlijnde boodschap op weg stuurt.
Maar nee, ze houden vol omdat ze zo'n sterke ervaring hebben meegemaakt, iets dat alles opzij zet.

En daarom laat Lucas  alles op één dag gebeuren in zijn evangelie.

Een zo diepgaande en overweldigende ervaring, waarbij al het andere in het niet verdwijnt. En dat verhaal blijkt bovendien heel wervend te zijn, overal ontstaan er gemeenten van christenen, die de weg van Jezus willen volgen. In Alexandrië gaat men Jezus' volgelingen 'mensen van de  weg' noemen.
Maar misschien beleven die verkondigers dan uiteindelijk een rustige oude dag? Vergeet het maar! Petrus wordt  gekruisigd, zoals ook Andreas, en Filippus. Anderen sterven de marteldood, worden onthoofd,  gestenigd of met het zwaard gedood.
'Kleingelovigen', noemde Jezus zijn leerlingen ooit.

Waar vinden wij zelf een plaats op de schaal die gaat van ongeloof naar geloof?

Hoe sterk is ons verrijzenisgeloof?

 

Bert Taeymans

 

16748
TodayToday41
YesterdayYesterday71
This_WeekThis_Week510
This_MonthThis_Month1778
All_DaysAll_Days16748