Artikelindex

 

 

 

In het zand geschreven  - 13  maart 2016

 

Het evangelie,  dat we zonet hoorden, lijkt in dit Johannes evangelie een verdwaalde meteoriet. Het is volgens bijbelkenners niet eens van de hand van Johannes misschien eerder van Lucas, en het werd pas in de 4de eeuw toegevoegd aan dit evangelie.
We zien de aanvangsscene voor ons. Vertaald in onze hedendaagse rechtsgang valt ons op dat er op de  beklaagdenbank enkel sprake is van de vrouw, van de overspelige man is er geen sprake, evenmin van de echtgenoot of verloofde, ten slotte worden er geen getuigen pro of contra aangebracht. Ook blijven we in het ongewisse over de context: werd de vrouw misschien gedwongen in deze omstandigheden, werd ze misbruikt terwijl ze troost zocht? Sommigen zien in de vrouw het volk Gods en de minnaar staat voor afgoderij, voor het kwade. De ontrouw, betekent een breuk met God, hier gesymboliseerd door de afwezige echtgenoot.    
De bedoeling van de Farizeeërs en rechtsgeleerden door hun vraagstelling is duidelijk: een valstrik plaatsen via een schijnbaar onmogelijke keuze tussen het respecteren van de wet van Mozes langs de ene kant of het kiezen voor Gods Barmhartigheid aan de andere kant.
Na deze vraagstelling, buigt Jezus het hoofd. Hij maakt zich letterlijk kleiner. Hij is solidair met de vernederde vrouw. Hij antwoordt in eerste instantie niet. Hij is niet bang van de mensen over wie kwaad gesproken wordt, geoordeeld wordt, maar Hij is wel op zijn hoede voor hen, die over de ander kwaad spreken.  Het zwijgen in zo’n situatie laat toe alles even op een rij te zetten, een stuk bezinning in te bouwen. Stilte kan het hart van de ander dieper raken dan vele woorden, soms wordt stilte hierdoor ondragelijk en kan het figuurlijk een krachtig wapen zijn. Na enig aandringen komt er het onverwachte maar geniale antwoord: geen keuze voor één van hun oplossingen maar wel: ‘wie zonder zonde is, mag de eerste steen werpen’. Jezus kijkt terug naar de grond en schrijft verder in het zand. Hij veroordeelt niemand, Hij laat eenieder toe om op een elegante manier zelf in de spiegel te kijken en een eigen gewetensvolle keuze te maken. Nadien zien we allen afdruipen, de gesloten kring  met het slachtoffer in het midden, symbool van een gemeenschap die de dader uitsluit, wordt geopend.  Jezus richt zich terug op, beeld van de opstanding,  biedt aan de vrouw de kans haar leven terug op te nemen, ook Hij biedt haar een herkansing.
Als we even naar onszelf kijken, herkennen we heel gemakkelijk parallellen met het verhaal van vandaag: we staan snel klaar met een mening over een situatie over de ander, waarbij we niet altijd de ware context kennen, waar het soms gemakkelijk is ons te scharen achter de one liners van de massa: de superrijken mogen hun steentje bijdragen, de werklozen zoeken niet hard genoeg achter werk, de vluchtelingen worden al te snel de gelukszoekers in onze eigen opgebouwde welvaartmaatschappij, de daders van seksuele misdrijven dienen harder gestraft, om nog niet te spreken over ons roddelen over onze collega of onze buur. Het is belangrijk om steeds een zekere mildheid aan de dag te leggen, en bij een beoordeling ons te focussen op de daden en ons niet te richten tot de mens als geheel. In een recente voordracht van Jan De Cock, hoorde ik het heel toepasselijk verhaal van een praktijk in Afrika, waar de gemeenschap samen met een beschuldigde samenkwam onder de mangoboom. Hierbij was het ritueel om mekaar allereerst uit te dagen positieve dingen te zeggen over de beschuldigde. Deze aanpak leidde ertoe dat de inkeer bij en het herstel door de dader er spontaner kwam en dat gemeenschap veel milder was in haar oordeel. Laat ons dus geen stenen gooien maar mekaar de hand reiken.
Wat leert dit evangelie ons vandaag?
Voor mij staat de christelijke radicaliteit centraal. Allereerst is er het thema zondigheid, en indirect een vingerwijzing naar vrouwendiscriminatie. Het kwaad wordt hier niet weggewimpeld en wordt ernstig genomen. Jezus verwoordt dit zowel naar de Farizeeërs als naar de beklaagde. Tevens zien we dat in die tijd vrouwen relatief snel als schuldig werden aanzien, terwijl de man vrijuit gaat.  Ook vandaag horen we dit soort van bedenkingen nog al te gemakkelijk. Daarnaast is er de oproep tot verzoening en de barmhartigheid, een fundamentele geloofs- en levenswaarde.
 In de brochure rond barmhartigheid, in dit jubeljaar van de barmhartigheid, lees ik: ‘Barmhartigheid is de arme een warm hart toedragen, het is een engagement voor de beproefde andere. En verder: het is mede-lijden, lijden met de ander. Het is een ten diepste bewogen worden en een echt ontmoeten van de ander in zijn verdriet en beproevingen.’ Het betekent concreet een oproep de cirkel des doods te doorbreken voor kansarmen, vluchtelingen, behoeftigen, kortom voor de vele mensen zonder naam.
Ten slotte wil ik afsluiten met de vraag wat en waarom schreef Jezus in het zand?  Wat: dit zullen we nooit weten, maar het waarom kunnen we misschien wel figuurlijk als volgt verklaren: misschien was het zoals kinderen doen in het spel iets opschrijven en direct terug uitvegen, als het ware een streep trekken bij bekering door de kerkstok, door het verleden. Laten we daarom vanaf vandaag  ‘als iemand ons pijn doet, dit in het zand schrijven zodat de wind van de vergeving het kan uitwissen. Maar als iemands iets goed doet voor ons, moeten we het in steen graveren waar geen wind het ooit kan wissen.’

 

Rik Wyffels

 

 

16739
TodayToday32
YesterdayYesterday71
This_WeekThis_Week501
This_MonthThis_Month1769
All_DaysAll_Days16739