Artikelindex


 

Zondag 32 door het JAAR  Wijze en domme meisjes  – Mt 23,1-12  - zo 12/11/2017 

 

In de laatste weken van het kerkelijk jaar krijgen we heel wat parabels onder ogen: voor inzichten die wat moeilijker onder de aandacht te brengen zijn maakt Jezus gebruik van  dit genre. En Hij blijkt daarbij een geboren verteller te zijn. 

Een parabel lijkt wat op een sprookje, maar de situaties zijn meer herkenbaar, geplukt uit het dagelijkse leven. Een verhaal met een dubbele bodem. Onder een gekend gegeven tracht de verteller iets dat minder voor de hand ligt begrijpelijk te maken. Eén centraal gegeven wordt daarbij ingekleed  en als dat duidelijk uit de verf is gekomen  kunnen er nog wel vragen open blijven. Eigenlijk worden wij een beetje in een val gelokten verwacht de parabel een stellingname.

Zo belanden wij vandaag op een bruiloft. Vanuit een ander bruiloftsverhaal, dat van Kanaän weten wij dat daar in het oosten heel de omgeving bij betrokken was. En zo is het ook hier: de mensen  stromen samen in afwachting van de komst van de bruidegom. De ouders regelden toen  de huwelijken, en de bruidegom moest dus nog wel bij de schoonouders langs om de laatste puntjes te regelen rond bv. de bruidsschat: dat hoorde allemaal bij het ritueel. De bruid heeft haar bruidsmeisjes uitgekozen tussen haat goede vriendinnen en ondertussen komt het feest al op gang. Er wordt gedanst en muziek gemaakt om het wachten aangenamer te maken.

Deze keer heeft de bruidegom wel echt veel vertraging  en, moe van het dansen, vallen de gasten bij valavond een  in slaap. Tot er bij de klok van middernacht plots roep weerklinkt; “Daar is de bruidegom, trekt hem tegemoet!”

En meteen rijst er een probleem: vijf van de meisjes hadden wijselijk hun voorzorg genomen en hadden ook wat reserve-olie meegebracht.  De andere vijf waren er wat lichtvoetiger overgegaan en moesten vaststellen dat hun olie opgebrand was.  Het vervolg kennen wij: bij de verstandigen moeten zij op geen begrip rekenen: ga er liever wat kopen bij de verkopers!  En als ze latere terugkomen,  staan ze voor de deur, die op slot is. Hun jeremiade helpt niet, 'Ik ken u niet' roept de bruidegom terug.

Waar het echt om gaat lezen wij in het laatste vers: “Wees waakzaam, want gij kent dag noch uur”.

Een verhaal met een dubbele bodem. Het gaat hier niet om materiële olie, maar om een innerlijke houding die verwacht wordt, een attitude, een bekwaamheid  die we moeten aankweken om op alle onverwachte  situaties  op de goede manier te kunnen reageren. 

Die houding van hoopvolle waakzaamheid komt van pas als de bruidegom op zich laat wachten. 

Twee  houdingen maken dat mogelijk: we hebben nood aan gemoedsrust bij het wachten, en daarbij een wakkere aandacht voor het juiste moment.

Na de dood en verrijzenis van Jezus verwachtten de leerlingen zijn wederkomst op korte termijn, misschien hadden zij deze parabel nog niet voldoende onder de knie gekregen. In het gebed na het Onze Vader in de eucharistie bidden wij o.m.: Heer, geef vrede in onze dagen, dat wij beveiligd mogen zijn  tegen alle onrust, hoopvol wachtend op de komst van Jezus Messias, uw Zoon”. Ook wij moeten ons dus deze houding eigen maken.

Daar hebben wij ook een breed actieterrein voor. Als de ontmoeting met God in het bidden niet goed wil lukken, komt dat van pas. Heel wat heiligen  onder wie ook Moeder Theresa spreken van een lange, periode van dorheid in het gebed.

Die vertrouwvolle, hoopvolle houding is ook nodig bij het opgroeien van kinderen. Met waakzaam vertrouwen hun evolutie volgen zonder ons onnodig ongerust te maken als niet alles  verloopt zoals we het in gedachten hadden.  Wij hebben er ook nood aan als wij ons inzetten voor de kerk: niet zo vanzelfsprekend in een omgeving die geloof wil bannen uit het publieke domein. Het vraagt moed om toch niet op te geven en om onze lampen toch brandend, te houden.

Maar ik zei al dat bij  een parabel meestal één idee centraal staat, en dan kan er ook één of zelfs  enkele vragen open en onbeantwoord blijven: de parabel laat die buiten beschouwing.

Een eerste vraag is dan: hadden de wijze dames hun oliereserve dan toch niet moeten delen met hun dwaze collega's? Dat valt buiten de intentie van deze parabel die alleen de idee van waakzaamheid wil aanprijzen. De olie is dus niet materieel hier, het gaat om de aangekweekte houding, de spirituele achtergrond die in de loop van de jaren gegroeid is en die we ons eigen hebben  gemaakt. En dat is niet mededeelbaar,  dat is eigen aan de persoon.

En een laatste open vraag: Is de houding van de bruidegom niet te hard? Mochten wij van hem niet wat meer barmhartigheid verwachten? 

De parabel wijst in zijn geheel op onze eigen verantwoordelijkheid die wij al dan niet opgebouwd hebben tijdens ons leven. Als wij daar niet aan gewerkt hebben, ja, dan hebben zij ze niet en riskeren wij het 'gulden' moment mis te lopen.

We werken dus maar best aan die waakzame, hoopvolle verwachting van de Heer.

 

Bert Taeymans